OLD SHATTERHAND EN WINNETOU EINDELIJK ALS FILMHELDEN

De schat in het Zilvermeer


anoniem 1




Lex Barker (ex-Tarzan) als Old Shatterhand en Piere Brice als Winnetou in Harald Reinls
verfilming van Karl Mays „De Schat in het Zilvermeer” (in Arena).

NIEMAND minder dan Godfried Bomans 2 heeft twee weken geleden in een Nederlands weekblad bijna twee hele (grote) pagina’s gewijd aan die grote vriend van onze kinderjaren Karl May, de Duitse schrijver van reis- en avonturenverhalen, wiens verzamelde werken zestig forse delen beslaan 3. In Radebeul, waar Karl May in 1912 op 70-jarige leeftijd overleed, zonder ooit in één van de landen te hebben vertoefd 4, die hij zo suggestief wist te beschrijven, bevindt zich sinds 1928 een Karl May-museum, dat in de toeristische seizoenen druk bezocht schijnt te worden door „letterkundige” bedevaartgangers, wie de jongenskiel nog om de schouders glijdt, om met Hildebrand 5 te spreken.
Een vaderlandse uitgeverij van veel gelezen pocketboekjes 6 heeft het enige jaren geleden aangedurfd, een vrijwel complete Karl May-bibliotheek in zakformaat op de markt te brengen, welgeteld 25 deeltjes met nagenoeg alles, wat van deze fantasierijke Duitser leesbaar is. Het waagstuk lukte wonderwel, omdat het vermoeden van de uitgever volkomen bevestigd werd: Oudere generaties wierpen zich weer enthousiast op de lectuur, die hun jeugd veraangenaamd en opwindend gemaakt had, de jongelui van nu ontdekten een voor hen amper aangeboorde bron van misschien ietwat langdradig, maar in ieder geval boeiend leesgenoot. Bomans gaat in zijn „poging tot begrip” zover, dat hij in het werk van Karl May een mystiek ontdekt, die hij als voorloper wenst te beschouwen van het latere nationaal-socialisme. Het is niet geheel duidelijk, of hij op deze gronden de gehele productie van Karl May wil veroordelen; wel vertelt hij, maar Bomans schertst graag en op onverwachte ogenblikken, dat hij Karl May nog steeds leest, vooral „wegens de totale afwezigheid van materiële zorgen”, die hij ook bij Homerus 7 aantreft ....

WIJ weten nog niet, of de producenten van de eerste Karl May-verfilming sinds „mensenheugenis” van deze zorgen reeds bevrijd zijn. „De Schat in het Zilvermeer”, een Duits-Joegoslavische co-productie, die thans in Arena 8 te zien is, schijnt zo’n slordige 3½ miljoen mark gekost te hebben Hiervoor krijgt men bonte kleuren en CinemaScope, 2500 paarden, 3000 figuranten (goudzoekers, pioniers, outlaws en Indianen) en 500 Indiaanse bogen met pijlkokers aangeboden. De beroemde Butlers farm, een Indianendorp en een goudzoekerskamp werden in de Joegoslavische heuvels met angstvallige nauwgezetheid gereconstrueerd. Die kosten ziet men er dus wel aan af, maar zullen zij eruit komen?

De filmwereld is hiervoor kennelijk altijd teruggeschrokken. Anders zou Karl May tot de meest verfilmde auteurs ter wereld behoord hebben; nu blijft dat beperkt tot een drietal speelfilms in het „stomme tijdperk”, „Auf der Trummern des Paradieses”, „Bei den Teufelsanbetern” en „Die Todeskarawane”, alle naar vertellingen van May uit de Arabische wereld. Pas in het midden van de jaren dertig kwam er een geluidsfilm, „Durch die Wüste”, met een imposante achtervolging in Zuid-Tunesië en een adembenemende ontvoering uit een harem aan de Nijl, terwijl na de oorlog „Die Sklavenkarawane” nog (in kleuren) verscheen op het witte doek 9. De grote moeilijkheid bij een natuurgetrouwe verfilming van een Karl May-boek is zijn enorme overvloed aan gebeurtenissen. Raderschepen zinken in rivieren, huizen branden af, stuwdammen begeven het, de prairie brandt, Indianen galopperen bij honderden de dood in, tornado’s brullen, er komen Azteekse pyramiden en historische spoorbanen aan te pas, kortom geen budget is opgewassen tegen de exorbitante eisen van Karl Mays vruchtbare scheppingen.

IN DIT VERBAND is het eigenlijk niet eens opmerkelijk, dat tot dusver geen cineast zich heeft durven vergrijpen aan de onkwetsbare figuren van Old Shatterhand en Winnetou. Er zullen weinig mensen zijn, die zich niet wel eens een bepaalde voorstelling van dit onafscheidelijke duo hebben gemaakt. Zodra zij geconfronteerd zouden worden met de schim op het bioscoopdoek, zou deze vrijwel nooit aan hun verwachtingen beantwoorden en het zou onherroepelijk op een teleurstelling en een vernietiging van al of niet lang gekoesterde illusies uitlopen. De thans 55-jarige regisseur Harald Reinl 10, bekend door zijn samenwerking met Leni Riefenstahl 11 in haar „Tiefland'” (194545), maker van films over de Tweede Wereldoorlog („Die grünen Teufel von Monte Cassino” en „Kapitän-leutnant Prien”) en recent adept van Edgar Wallace in een reeks van thrillers, heeft het dan nu gewaagd. Na Kara ben Nemsi en Hadschi Halef Omar hebben thans ook Old Shatterhand en Winnetou hun plaats onder de filmhelden ingenomen. Zij zijn beiden opvallend verjongd en aan de moderne tijd aangepast. Zonder snor, zonder laarzen tot aan de heupen, is Lex Barker 12 nauwelijks meer als de Old Shatterhand van onze dromen te herkennen. Veeleer is de met zilverbuks 13 en vuist zo trefzekere reus te vergelijken met de andere helden, die tegenwoordig het witte doek bevolken met een geforceerde drang naar gerechtigheid. Hetzelfde geldt voor Old Shatterhands bloedbroeder Winnetou, die in Pierre Brice 14 een vertolker heeft gevonden, waarvoor ook andere maatstaven moeten worden aangelegd dan Karl May indertijd heeft gehanteerd. En wat te denken van de dichtende, stokstijve Gunstick-Uncle van Mirko Boman 15, de Sam Hawkins met zijn pruik en zijn „hi-hi”-gelach van Ralf Wolter 16, de op vlinders jagende Lord Castlepool van Eddie Arent 17 en de vilijne, afstotende Cornel Brinkley van Herbert Lom 18?

MAAR ONDANKS alles zal „Der Schatz im Silbersee” er toch wel ingaan bij een publiek, dat ook de Western niet versmaadt. Het is de historie van de misdadigersbende onder leiding van Cornel Brinkley, die aast op een grote schat, die bij het Zilvermeer ligt begraven, maar op zijn hielen wordt gezeten door Old Shatterhand en Winnetou. Ute- en Osage-Indianen worden beurtelings de dupe van een hevige strijd, waarin Ellen, de knappe dochter van Patterson, eigenaar van de Butlers farm, een grote rol speelt, tezamen met de cowboy Fred Engel (het paar wordt gespeeld door Karin Dor 19 en Götz George 20, de zoon van Heinrich George 21). Tenslotte is alles pais en vree, er worden vredespijpen gerookt, en de schat? Ja, die is door het instorten van een grot voor eeuwig onder de steenmassa’s bedolven, want daar gaat het immers niet om. Alles draait om het heldendom en de broederschap van Old Shatterhand en Winnetou, en geld hebben zij niet nodig. Maar men moet dit slot, zoals Karl May het ook in zijn boek vertelt, eens vergelijken met dat van John Hustons 22 befaamde film „The Treasure of the Sierra Madre” met Humphrey Bogart 23, die maandag over een week op het televisiescherm kom. Dan zal men bemerken, dat er nieuws onder de zon is, wanneer er aangetoond moet worden, dat „crime doesn’t pay” ....


[1]In Hier Rotterdam, 6 september 1963.
[2]Godfried Bomans (voluit: Godfried Jan Arnold Bomans, * 2 maart 1913 , † 22 december 1971) was een Nederlandse schrijver, columnist en mediapersoonlijkheid. Zijn bekendste boeken zijn „Pieter Bas”, „Erik of het klein insectenboek”, „De avonturen van Pa Pinkelman”, „Avonturen van Tante Pollewop” en de lagere school-lectuur-serie „Pim, Frits en Ida”. Van zijn hand is het artikel „Het ruikt hier naar gas. Een poging tot begrip van Karl May” in Elseviers Weekblad, 24 augustus 1963, elders op deze site.
[3]Sinds 1960 bestaan de Gesammelte Werke uit zeventig delen. Inmiddels (2022) is de serie gegroeid tot 96 boeken.
[4]In 1899/1900 heeft Karl May het Midden- en Verre Oosten bezocht, in 1908 (het noordoosten van) de Verenigde Staten! Toegegeven: dat was nadat hij de meeste van zijn boeken had geschreven, maar het is hoe dan ook niet juist om te zeggen dat hij die landen nooit heeft bezocht.
[5]Hildebrand (pseudoniem van Nicolaas Beets, * 13 september 1814 , † 13 maart 1903) was een Nederlandse auteur, dichter, predikant en hoogleraar, die vooral bekend is geworden door één werk, de „Camera obscura”.
[6]Uitgeverij Het Spectrum, Utrecht en Antwerpen.
[7]Homerus (Grieks Ὅμηρος, * ± 850/800 v.C. (?) , † ± 800/750 v.C. (?)) was de bekendste Griekse dichter, zelfs van de hele wereldliteratuur, aan wie twee epen, de „Ilias” en de „Odyssee” en enkele kleinere werken worden toegeschreven.
[8]Arena, ook wel Arena Theater, was een bioscoop aan de West-Kruiskade 26 in Rotterdam. Het gebouw was in 1930 gebouwd door architect Jac van Gelderen onder de naam Roxy Theater; van 1936 tot de sluiting in 1988 heette de bioscoop Arena of Arena Theater.
[9]Vergeten wordt hier de film „Der Löwe von Babylon” uit 1959, die in 1963 nog als reprise in diverse bioscopen in Nederland te zien was geweest.
[10]Harald Reinl (* 8 juli 1908 , † 9 oktober 1986) was een Oostenrijks filmregisseur en schrijver van draaiboeken, die tekende voor vijf van de zeventien grote Karl May-films uit de jaren ’60: „Der Schatz im Silbersee” (1962), „Winnetou, 1. Teil” (1963), „Winnetou, 2. Teil” (1964), „Winnetou, 3. Teil” (1965) en „Winnetou und Shatterhand im Tal der Toten” (1968).
[11]Leni Riefenstahl (voluit: Berta Helene Amalie Riefenstahl, * 22 augustus 1902 , † 8 september 2003) was een Duits cineaste en fotografe. Zij begon haar carrière als danseres en actrice, maar werd vooral bekend als filmregisseur. Zij acteerde in o.a. de films „Der Heilige Berg”, „Das Schicksal derer von Habsburg”, „Die weiße Hölle vom Piz Palü” en „Das blaue Licht”. Van die laatste film was zij co-regisseuse naast de joods-Hongaarse regisseur Béla Balázs (eigenlijk Herbert Bauer, * 4 augustus 1884 , † 17 mei 1949). Na de machtsovername door de nazi’s maakte zij in dienst van Goebbels en co. twee briljant geënsceneerde en opgenomen – dat moet gezegd worden – filmische verslagen van twee partijdagen, „Der Sieg des Glaubens” en „Triumph des Willens” en een korte film over het heropgerichte Duitse leger, „Tag der Freiheit – Unsere Wehrmacht”. Twee jaar na de omstreden Olympische Spelen van Berlijn van 1936 verschenen haar film over die spelen: „Olympia, Fest der Völker” en „Olympia, Fest der Schönheit”. In 1940 startte zij de opnamen van de film „Tiefland”, waarvoor zij spelers en figuranten „rekuteerde” uit de concentratiekampen Salzburg-Maxglan en Berlin-Marzahn Rastplatz; deze film verscheen pas in 1954, lang nadat het grootste deel van de onvrijwillige acteurs in Auschwitz vermoord was. Haar assistent bij de opnamen van deze film was Harald Reinl. Zij stond uiteraard op de zogeheten Gottbegnadeten-Liste van het Reichsministerium für Volksaufklärung und Propaganda van Joseph Goebbels. Na de oorlog legde zij zich vooral toe op het fotograferen, vooral in Afrika. Haar laatste film, „Impressionen unter Wasser” verscheen één jaar voor haar dood.
[12]Lex Barker (voluit: Alexander Chrichlow Barker Jr., * 8 mei 1919 , † 11 mei 1973) was een Amerikaans acteur, die in vijf films furore maakte als Tarzan; in Europa was zijn eerste grote rol die van Robert – de verloofde van de vrouwelijke hoofdrolspeelster Sylvia (Anita Ekberg) – in de klassieker „La dolce vita” van Federico Fellini, alvorens hij optrad in maar liefst twaalf van de zeventien grote Karl-May-verfilmingen in de jaren ’60: als Old Shatterhand in „Der Schatz im Silbersee” (1962), „Winnetou, 1. Teil” (1963), „Old Shatterhand” (1964), „Winnetou, 2. Teil” (1964), „Winnetou, 3. Teil” (1965), „Winnetou und das Halbblut Apanatschi” (1966) en „Winnetou und Shatterhand im Tal der Toten” (1968); als Kara Ben Nemsi in „Der Schut” (1964), „Durchs wilde Kurdistan” (1965) en „Im Reiche des silbernen Löwen” (1965); als Dr. Sternau in „Der Schatz der Azteken” (1965) en „Die Pyramide des Sonnengottes” (1965).
[13]De Zilverbuks was niet van Old Shatterhand, maar van Winnetou, zelfs in de films!
[14]Pierre Brice (artiestennaam van Pierre Louis Baron le Bris, * 6 februari 1929 , † 6 juni 2015) was een Frans acteur, die in maar liefst elf van de zeventien grote Karl-May-verfilmingen in de jaren ’60 de rol van Winnetou speelde: „Der Schatz im Silbersee” (1962), „Winnetou, 1. Teil” (1963), „Old Shatterhand” (1964), „Winnetou, 2. Teil” (1964), „Unter Geiern” (1964), „Der Ölprinz” (1965), „Winnetou, 3. Teil” (1965), „Old Surehand, 1. Teil” (1965), „Winnetou und das Halbblut Apanatschi” (1966), „Winnetou und sein Freund Old Firehand” (1966) en „Winnetou und Shatterhand im Tal der Toten” (1968). Voorts speelde hij nogmaals de rol van Winnetou in de tv-series „Mein Freund Winnetou” (1980) en „Winnetous Rückkehr (1998) en trad hij een aantal malen op als gastacteur (uiteraard eveneens in de rol van Winnetou) bij de Karl-May-Spiele van Elspe en Bad Segeberg.
[15]Mirko Boman (* 11 december 1926 , ’ 30 augustus 2013) was een Joegoslavisch-Kroatisch acteur, die in vier verfilmingen naar Karl May opdook: als Gunstick Uncle in „Der Schatz im Silbersee” (1962) en „Winnetou, 2. Teil” (1964); als Dick Stone in „Old Shatterhand” (1964) en als Lange Davy in „Unter Geiern” (1964).
[16]Ralf Wolter (* 26 november 1926) is een Duits acteur, die in meer dan 230 films speelde; zijn bekendste rollen zijn die van Sam Hawkens in „Der Schatz im Silbersee” (1962), „Winnetou, 1. Teil” (1963), „Old Shatterhand” (1964), „Winnetou, 3. Teil” (1965), „Winnetou und das Halbblut Apanatschi” (1966) en „Winnetou und Shatterhand im Tal der Toten” (1968); Hadschi Halef Omar in „Der Schut” (1964), „Durchs wilde Kurdistan” (1965) en „Im Reiche des silbernen Löwen” (1965); Andreas Hasenpfeffer in „Der Schatz der Azteken” (1965) en „Die Pyramide des Sonnengottes” (1965).
[17]Eddi Arent (eigenlijk: Gebhardt Arent, * 5 mei 1925 , † 28 mei 2013) was een Duitse acteur, die voorkomt in de films „Der Schatz im Silbersee” (1962) „Winnetou, 2. Teil” (1964) en „Winnetou und Shatterhand im Tal der Toten” (1968).
[18]Herbert Lom (eigenlijk: Herbert Karl Angelo Kuchacevič von Schluderpacher, of in het Tsjechisch Herbert Karel Angelo Kuchacevič ze Schluderpacheru, * 11 september 1917 , † 27 september 2012) was een Britse – van origine Oostenrijks/Tsjechisch acteur en auteur. Hij speelde in talloze films, maar het bekendst was zijn rol als commissaris Dreyfus in de Pink Panther-films met Peter Sellers. In „Der Schatz im Silbersee” (1962) speelde hij de booswicht Cornel Brinkley.
[19]Karin Dor (eigenlijk: Kätherose Derr, * 22 februari 1938 , † 6 november 2017), was een Duitse actrice. Zij speelde naast haar rol als Bondgirl Helga Brandt in „You only live twice” o.a. in drie verfilmingen naar de boeken van Karl May: Ellen Patterson in „Der Schatz im Silbersee” (1962), Ribanna in „Winnetou, 2. Teil” (1964) en Mabel Kingsley in „Winnetou und Shatterhand im Tal der Toten”.
Van 1954 tot 1968 was zij getrouwd met de Oostenrijkse regisseur Harald Reinl (* 8 juli 1908 , † 9 oktober 1986), die tekende voor vijf van de zeventien grote Karl May-films uit de jaren ’60: „Der Schatz im Silbersee” (1962), „Winnetou, 1. Teil” (1963), „Winnetou, 2. Teil” (1964), „Winnetou, 3. Teil” (1965) en „Winnetou und Shatterhand im Tal der Toten” (1968).
[20]Götz George (voluit: Götz Karl August George, * 23 juli 1938 , † 19 juni 2016) was een Duits acteur, die net als Romy Schneider zijn debuut op het witte doek maakte in „Wenn der weiße Flieder wieder blüht” uit 1953, maar die in de jaren ’80 vooral bekendheid genoot als Horst Schimanski in zeventien afleveringen van Tatort. Behalve als Fred Engel in „Der Schatz im Silbersee” (1962) acteerde hij ook nog in twee andere verfilmingen naar Karl May: „Unter Geiern” (de rol van Martin Baumann, 1964) en „Winnetou und das Halbblut Apantaschi” (als Jeff Brown, 1966).
[21]Heinrich George (* 9 oktober 1893 , † 25 september 1946), die werd geboren onder de naam Georg August Friedrich Hermann Schulz, maar zijn artiestennaam in oktober 1932 officieel liet vastleggen, was een Duits acteur en de vader van Götz George. Hij speelde tot 1945 in meer dan honderd films, o.a. „Metropolis”, „Berlin – Alexanderplatz”, „Hitlerjunge Quex”, „Jud Süß” en „Kolberg”.
[22]John Huston (voluit: John Marcellus Huston, * 5 augustus 1906 , † 28 augustus 1987) was een Amerikaans regisseur, scenarioschrijver en acteur. Zijn bekendste films zijn o.a. „The Maltese Falcon”, „The Treasure of the Sierra Madre” (Oscar voor de beste regisseur, en Oscar voor best bewerkte scenario), „Key Largo”, „The Asphalt Jungle”, „The African Queen”, „Moulin Rouge”, „Moby Dick”, „The Unforgiven”, „The Misfits”, „Casino Royale”, „Chinatown”, „The Man who would be King”, „Escape to Victory”, „Annie” en „Prizzi’s Honor”.
[23]Humphrey Bogart (voluit: Humphrey DeForest Bogart, bijnaam Bogie, * 25 december 1899 , † 14 januari 1957) was een Amerikaans film- en theateracteur. Bogart, die in 1999 werd gekozen tot grootste mannelijke filmlegende aller tijden, acteerde in meer dan vijftig films, waaronder „Body and Soul”, „The Petrified Forest”, „China Clipper”, „Black Legion”, „The Great O’Malley”, „Kid Galahad”, „San Quentin”, „Angels with Dirty Faces”, „The Oklahoma Kid”, „You Can't Get Away with Murder”, „The Roaring Twenties”, „The Return of Doctor X”, „High Sierra”, „The Maltese Falcon”, „Casablanca”, „Action in the North Atlantic”, „Sahara”, „To Have and Have Not”, „The Big Sleep”, „Dead Reckoning”, „The Treasure of the Sierra Madre”, „Key Largo”, „Tokyo Joe”, „The African Queen”, „The Caine Mutiny”, „Sabrina (1954) ”, „The Barefoot Contessa” en „The Harder They Fall”. Voor zijn rol als Charlie Allnut in „The African Queen” kreeg hij de Oscar voor beste acteur.



Terug naar de Nederlandstalige bibliografie.

Terug naar de Karl May-startpagina.

Terug naar de Apriana-startpagina.



Google
www op deze website