DE KLEREN VAN EEN SCHRIJVER EN ZIJN LEZERS.
Tentoonstelling in Berlijn toont Karl May als product van zijn tijd


door Sander van Walsum 1



Verklede Karl May-lezers rond 1900.
Foto Archiv Verlegerfamilie Schmid

Karl May verkleed als Kara Ben Nemsi (1896).
Foto Privatsammlung Kiβner

Voor oplichterijen zat hij jaren in de cel. Pas als schrijver had hij succes met zijn talent als fantast: de lezers van Karl May wilden graag belazerd worden.


Karl May - geestelijk vader van exotische figuren als Winnetou, Old Shatterhand, Hadschi Halef Omar en Kara Ben Nemsi - geldt als schrijver van jongensboeken.. Beter: als schrijver van boeken die in een grijs verleden door jongens werden gelezen. Anders dan voor J.K. Rowling - auteur van kinderboeken die ook door volwassenen worden gelezen - was de jeugd echter nooit zijn doelgroep. Karl May (1842-1912) had literaire aspiraties.
          Daarmee voorzag hij in de behoefte van een groot en breed publiek. De dienstbode en de kruier behoorde tot zijn lezerskring, maar ook Albert Einstein, Albert Schweitzer, de Duitse keizer en Karl Liebknecht, diens meest radicale tegenstander. Vorwärts, het periodiek van de SPD, situeerde het oeuvre van May tussen dat van Jules Verne en Arthur Conan Doyle. Schrijvers en lettervrienden spraken na zijn dood lovende woorden over hem.
          Zo’n dertig jaar later deed Adolf Hitler dat ook - in een gesprek met Albert Speer. De Führer zag in May een geestverwant, die net als hij veel vijandschap en scepsis had moeten trotseren. En hij liet, aldus Hitler, zien ‘dat je niet hoeft te reizen om de wereld te kennen’. Naar analogie van de schrijver die beelden opriep van landen die hij nooit had bezocht, dirigeerde Hitler vanuit Berlijn veldslagen op de steppen van Rusland en in de woestijnen van Afrika.
          Zoals bekend is Hitler als dilettant ontmaskerd. Maar ook Karl May, die in zijn late levensmiddag voor het eerst een Indiaan in levenden lijve zag, heeft zich altijd moeten teweerstellen tegen het verwijt dat hij zijn lezers misleidde. Hij liet hen in de waan dat hij de avonturen van Old Shatterhand en Kara Ben Nemsi zelf had meegemaakt. En in zijn eerste jaren als schrijver had hij onbekommerd verhalen geschreven over verre landen die hij nooit had bezocht.
          Sommige collega-schrijvers bewonderden zijn schaamteloosheid. ‘Toen wij Wilhelm Tell lazen’, schreef Erich Mühsam (1878-1934), ‘werd Schiller geprezen omdat hij nooit in Zwitserland was geweest, en met zijn fantasie een coulissenlandschap schiep. Als vandaag iemand onderhoudende verhalen schrijft waarvan de helden Soedanezen zijn, moet hij voor strenge rechters aantonen dat hij echt zelf in Soedan heeft geleefd. Wat de critici van May in zijn nadeel opmerken, spreekt alleen maar vóór hem.’ Het lezerspubliek was minder mild in zijn oordeel. Toen Karl May op 70-jarige leeftijd stierf, was hij de jongensboekenschrijver die hij niet had willen zijn.
          Onder de doeltreffende titel Imaginäre Reisen is in de nieuwe, door I.M. Pei ontworpen vleugel van het Historisch Museum in Berlijn tot 6 januari een tentoonstelling ingericht over Karl May en de fascinatie voor onbekende landschappen en volkeren van zijn tijdgenoten.
          Karl May stond niet aan de wieg van die fascinatie, hij was er het product van. Onder invloed van de Zwitserse filosoof Jean Jacques Rousseau (1712-1778) en diens Franse zielsverwant Alexis de Tocqueville (1805-1859) leefde in Europa de modieuze opvatting dat het beschavingsproces gepaard ging met een verlies aan vrijheid en menselijke waardigheid. ‘De mens is vrij geboren, maar ligt overal aan ketens’, schreef Rousseau. ‘Zij zijn beter’, schreef De Tocqueville over de Indianen, ‘naarmate zij zich verder van de Europeanen verwijderen. In de wildernis van het Noord-Westen (van de Verenigde Staten, red.), nog met pijlen bewapend, maar gelukkig.’
          De ‘nobele wilde’ figureerde op prenten en op de verpakking van koloniale waren. De door de Amerikaanse schilder/graficus George Catlin (1796-1872) vastgelegde prairietaferelen sierden de woonvertrekken van de Pruisische koning Friedrich Wilhelm IV. Reisorganisaties - Thomas Cook in Groot-Brittannië, Carl Stangen in Duitsland - boden excursies in het Nabije Oosten aan. Deelnemers legden hun indrukken vaak vast in boeken of krantenartikelen.
          Wie zich de weelde van een verre reis niet kon veroorloven, bezocht kermissen en koloniale tentoonstellingen waar ‘wilden uit Afrika’ of ‘indiaanse krijgers’ in vol ornaat werden getoond. Daarbij werden de indrukken vaak getoetst aan de verwachting die eerder door exotische prenten waren gewekt. Zo werd de Europese tournee van vijf Bella-Coola-indianen in 1885-1886 een commerciële flop omdat zij er in hun uitmonstering - veel maskers en weinig veren - naar het oordeel van het publiek niet als echte indianen uitzagen.


Affiche voor de Karl May Spelen van het Sächsische Gemeindeverband, in 1938 in het Zwitserse Rathen.
Foto Deutsches Historisches Museum

          Karl May betrad dus bekend terrein toen hij in 1875, als redacteur van een Dresdens tijdschrift, een indianenverhaal schreef onder de titel Inn-nu-woh der Indianerhäuptling. Zijn keuze voor een loopbaan in de publicistiek was overigens uit nood geboren. May had het vak waarvoor hij was opgeleid - leraar op een basisschool - niet mogen uitoefenen na een reeks kruimeldiefstallen (waarvoor hij in 1862 tot zes weken tuchthuis werd veroordeeld).
          Daarop werd een neiging zichtbaar die de rest van zijn leven zou blijven opspelen: om zelf iemand te zijn, nam hij de identiteit van een ander aan. Hij gaf zich uit als arts, en verkocht goederen die hem op afbetaling waren geleverd. Hij identificeerde zich als medewerker van een advocatenkantoor of als politie-ambtenaar en nam in die hoedanigheid ‘vals geld’ in beslag. Maar ook als fraudeur en zwendelaar was hij een mislukkeling: hij heeft bij elkaar zo’n acht jaar in de gevangenis doorgebracht. Zijn criminele loopbaan eindigde pas in 1878, toen hij tot een celstraf van drie weken werd veroordeeld na zich de privileges van een ‘hoge ambtenaar’ te hebben toegeëigend.
          Daarmee was Karl May niet genezen van zijn hang naar kostumering. Hij kleedde zich als Old Shatterhand en Kara Ben Nemsi - door May vertaald als ‘Karl, zoon der Duitsers’ - en wekte de suggestie dat de romans waarin zij figureerden feitelijk autobiografieën waren. Op gezag van May verspreidde de uitgever van diens reisverhalen de leugen dat hij de beschreven landen had bezocht. En May was onverbeterlijk: tot zijn dood bediende hij zich van academische titels die hem niet toekwamen, en ging hij de juridische strijd aan met publicisten die zijn integriteit in twijfel trokken.

IN HET HUIS VAN KARL MAY HINGEN ‘DE GEWEREN VAN OLD SHATTERHAND’ AAN DE MUUR.

          In zijn huis in Radebeul, Villa Shatterhand, was de fictie werkelijkheid geworden. Hier hingen de geweren aan de muur waarmee Old Shatterhand zijn belagers had gedood, en hier ontving Karl May zijn getrouwen - die zich voor die gelegenheid vaak als Arabier, indiaan of cowboy verkleedden. May zelf droeg graag een fez - het gangbare hoofddeksel voor mannen in het Ottomaanse Rijk. Zijn uitgestrekte tuin was gemodelleerd naar de landschappen die hij had beschreven.
          De talrijke tekorten van Karl May doen echter geen afbreuk aan zijn verdiensten, zegt Johannes Zeilinger van het Duitse Karl May Genootschap. Hij heeft de literatuur in Duitsland gedemocratiseerd, en hij heeft respect getoond voor ‘vreemde culturen’. ‘Hij heeft een bijdrage geleverd aan het begrip tussen de volkeren. De beide beste vrienden van Old Shatterhand en Kara Ben Nemsi zijn buitenlanders: de Apache Winnetou en de Arabier Hadschi Halef. Dat is naar toenmalige én huidige maatstaven een ongewoon partnerschap.’
          De Duitse deling had ook gevolgen voor de perceptie van het oeuvre van Karl May. In de Oost-Duitse Winnetou-films was de Amerikaanse cavalerie belast met het uitmoorden van indianen, in de West-Duitse versies trad ze op als redder in de nood. De DDR-Winnetou (Gojko Mitic) sprak vloeiend Duits - ter vermijding van de schijn van discriminatie - zijn West-Duitse tegenhanger (vertolkt door Pierre Brice) struikelde over de naamvallen en de vervoegingen. Maar aan beide zijden van de Duits-Duitse grens was Winnetou ongemeen populair. Voor veel vroegere DDR-burgers geldt Mitic nog steeds als ‘de enige rooie van wie we hebben gehouden’. Brice - een Fransman - ontving in 1992 het Bundesverdienstkreuz voor zijn vertolking van Winnetou.
          Diens geestelijke vader was toen al in de vergetelheid geraakt. Zeilinger noemt daarvoor twee oorzaken. ‘Karl May schreef in de taal van de 19de eeuw: gezapig, en vaak ook omslachtig. Maar een belangrijker factor is dat onze aarde onderzocht, bereisd en bemeten is. Het ontbreekt haar aan de exotica die ooit de fantasie prikkelden. Vandaag zijn het fictieve werelden - de toverschool van Hogwarth of verre sterrenstelsels - waar het avontuur zich afspeelt. Exotische werelden vinden we alleen nog met ruimteschepen. Op onze aarde is het avontuur verdwenen.’

Karl May - Imäginäre Reisen.
Deutsches Historisches Museum, Unter den Linden 2, Berlijn. Tot 6 januari dagelijks van 10.00-18.00 u.
Op 24 en 31 december is het museum gesloten. www.dhm.de


Winnetou op een boekomslag van Bruno Schwatzeck uit 1948.
Foto Karl-May-Verlag

Illustratie van Zdenek Burian voor Winnetou I, 1939-1940.
Foto Karl-May-Verlag



[1]In: De Volkskrant, 13 september 2007



Terug naar de Nederlandstalige bibliografie.

Terug naar de startpagina.