DE COLPORTAGEROMANS VAN KARL MAY

door Joan Oosterbaan 1


Veel mensen die de twee prachtige boeken omtrent Karl May van die ouwe, taaie rakker Joan Oosterbaan in de kast hebben staan, kunnen zich nu behaaglijk in de stoel of op hun bank nestelen, want zijn betogen zijn immer leerzaam én vermakelijk, veel plezier ermee!

Inleiding.
Weinig mensen weten, althans beseffen bewust, dat een aantal auteurs uit de 19e eeuw, vooral in de grote West-Europese landen, hun loopbaan niet begon met verhalen voor de boekvorm te schrijven, maar dat zij veelal eerst publiceerden in tijdschriften, of dat zij hun werk begonnen in de vorm van de toen populaire colportageroman.
Tijdschriften zijn er heden ten dage nog volop maar de colportageroman heeft zijn tijd reeds lang gehad en velen weten zelfs niet meer wat dit verschijnsel inhoudt. Nu de welvaart meedogenloos heeft toegeslagen, in de Europese Unie althans, kan niemand zich nog voorstellen dat in de tweede helft van de 19e eeuw het gewone volk wel kon lezen maar geen geld had om boeken te kopen.

1. Het ontstaan van de colportageroman.
Door het geldgebrek van het lezerspubliek ontstond de colportageroman en daarover ga ik U één en ander uit de doeken doen. De bloeitijd van de colportageroman ligt tussen ca. 1860 en ca. 1920. Dit geldt vooral voor landen als Duitsland, Engeland en Frankrijk, maar zeker ook voor Nederland. Daarbij moeten we wel bedenken dat Nederland zo ’n 25 jaar achter Duitsland aanhobbelde. De eerste in Nederland uitgegeven colportageroman die ik ken stamt uit ca. 1885. Sinds de tijd van Heinrich Heine (1797-1856), een kleine halve eeuw vroeger, was er in ons land dus wel degelijk iets verbeterd voor wat betreft het achterlopen, want Heine beweerde dat hij, als de wereld verging naar Nederland zou gaan, omdat daar alles 50 jaar later geschiedde.
De uitgave van werken direct in boekvorm was voorbehouden aan een klein aantal schrijvers die hun pennenvruchten via de schaarse boekhandelaren aan de kleine markt van welgestelden wist te slijten. De niet-welgestelden, en die vormden het overgrote deel van de bevolking, hadden gewoonweg geen geld om een boek van bijv. f. 3.50 te kopen.
Desniettemin bestond er bij die groep, die in toenemende mate had leren lezen, een ware leeshonger. Nu moet men niet denken dat de toenmalige Overheden uitsluitend uit goeiigheid het onderwijs ter hand hadden genomen. Veeleer waren de toenemende gecompliceerdheid van de samenleving, alsmede de steeds technisch wordende wapeninstructies voor het leger, er de oorzaak van dat het onderwijs met groeiende voortvarendheid door de Overheid werd gestimuleerd. Immers, voor tal van functies, zowel in industrie als in het leger, was het kunnen lezen (en schrijven en rekenen) een voorwaarde geworden om te kunnen functioneren in die uitdijende samenlevingen.
Niet heel het volk moest hooggeleerd worden, zover ging de goedheid niet, maar eenvoudige basiskennis van lezen (en schrijven) werd een ‘must ’ voor talrijke nieuw ontstane beroepen. De trek van platteland naar de stad ten gevolge van de industrialisatie was immers al volop aan de gang, terwijl ook grote staande legers voor vele landen in West-Europa in deze tijd een hobby waren. Zo omstreeks 1860 zien we dan ook dat er media op de markt komen die er op gericht zijn de leeshonger die rondwaarde te stillen.

2. De kinder- en jeugdboeken.
De boekenindustrie blijft uiteraard bestaan maar die krijgt een positieve impuls voor wat betreft omzet en bereik, mede doordat de boeken van vorm beginnen te veranderen. De ingenaaide boeken die men zelf moest laten inbinden verdwijnen allengs. Daarvoor in de plaats komen ingebonden boeken met linnen banden die min of meer kunstzinnig zijn bedrukt. Vanaf ongeveer 1890 wordt het ontwerpen van boekbanden een kunstvorm op zichzelf. De compleet ingebonden boeken met leuke, op de kinderen afgestemde ontwerpen, stimuleren het opbloeien van kinder- en jeugdboeken.
Bij de opkomst van de kinderboeken spelen de Christelijken en de Socialisten een voortrekkersrol. Bij de eerste groep omdat de door God gegeven talenten ontwikkeld dienen worden, bij de tweede vanuit politieke motieven: het verheffen van de arbeider kon niet jong genoeg beginnen.
Wanneer men nu de theorieën leest van de jeugdboeken-specialisten van de betreffende zuilen over een juiste inhoud van de boeken, dan lijkt het erop dat men de oordeelsvorming per zuil opdroeg aan monomane betweters en ziekelijke bemoeiallen. Ongetwijfeld is mijn mening, zoveel jaren later, onjuist, er zullen best goede redenen voor al die onzinnige meningen zijn geweest, maar in mijn ogen is het lezen van die voorschriften dolkomische lectuur.
Het streven naar Brave-Hendrikken en Lieve-Lia-lectuur was m.i. vrijwel verstikkend voor een gezonde ontwikkeling van de leeslust. Iedere vorm van fantasie werd heftig bestreden: vooral geen creativiteit ontwikkelen.
Historisch gezien zat de bestaande kinderlectuur in de liberale hoek, bij de nette burgers. Deze mensen hadden het geld en boeken waren er gemeengoed, derhalve was het daar allemaal wat minder vernieuwend. Bovendien hebben Liberalen toch al minder de neiging om Het Verschijnsel Mens opnieuw te gaan bedenken.

3. De opkomst van de colportageroman.
Niet alleen jeugdboeken namen een hogere vlucht, ook gewone leesboeken voor Jan, maar helaas niet voor alleman, waren een begeerd artikel. De vraag was aanwezig, maar nu ontbraken nog de fondsen benodigd om boeken te kopen.
In korte tijd hadden veel mensen wel leren lezen maar de welvaart zou nog lang op zich laten wachten.
Verstoring van het aantal (er kwamen veel meer lezers op de markt) heeft, zoals Darwin ons leert voor het dierenrijk, verstoring van het evenwicht tot gevolg (gebrek aan leesvoer). En dan is de mens op z ’n best. In de dierenwereld ontstaan in die situatie rampen, maar de Westerse mens zocht naar oplossingen, hulpmiddelen, machines.
Er worden snellere betere drukmachines ontwikkeld, daardoor wordt het drukken goedkoper. De tijdschrift-industrie begint op te komen.
En dan zo omstreeks 1860 zien we in Duitsland de geboorte van de triviale colportageromans. De meeste ervan worden vervaardigd en verkocht door acht drukkers/uitgevers, die zich in deze materie specialiseerden en uitgroeiden tot grote ondernemingen. Het principe van de colportageroman is zeer eenvoudig, de executie is moeilijk en moeizaam.
De kern, de spil waar het om draait is, dat men geen compleet boek verkoopt maar een abonnement op een boek, dat in bij voorbeeld 50 of 60 afleveringen van b.v. 32 pag. wordt uitgeleverd. Zo ’n aflevering kost, pak weg 10 cent en komt wekelijks in de bus c.q. moet ergens worden afgehaald. 60 keer 32 pagina ’s is 1920 pagina ’s en daarin kun je uiteraard een aardig verhaal kwijt.
Dat zijn bij elkaar wel vier boeken, die gebonden en wel samen zeker twaalf gulden zouden hebben moeten kosten. En dat geld moest voor boeken in de boekwinkel uiteraard in een keer worden opgehoest.
Dat is andere koek dan tien cent in de week gedurende 60 weken. Hierbij dient nog te worden vermeld dat het meestal ging om gezamenlijke abonnementen: meerdere families namen veelal samen één abonnement.
Voordat men kon beginnen met het uitbrengen van colportageromans waren er heel wat moeilijkheden te overwinnen. Het grootste probleem was de organisatie van het geheel. Zelfs lieden die niet geschoold zijn in commercieel denken kunnen zich ongetwijfeld een voorstelling maken van de gecompliceerdheid om met weinig financiële middelen een geheel nieuwe operatie - volledig buiten de bestaande boekhandel om - vorm te geven. Denk maar aan: de mannetjes die abonnees zoeken, contractjes afsluiten, de verkooppunten opzoeken, het wekelijks regelen van de betaling, het, soms wel honderd weken aaneen, vasthouden van de abonnees en, niet de minste factoren: het drukken en de bezorging van de afleveringen.
Zeker het grootste probleem was het vinden van schrijvers die tegen een uiterst laag bedrag bereid waren, en in staat, veelal anoniem, leesbare verhalen te schrijven van 2000 tot 2500 pagina ’s. Het spijt mij U te moeten berichten dat “velen werden geroepen maar weinigen uitverkoren ”. Het grote aantal pagina ’s hangt uiteraard samen met het zo efficiënt mogelijk uitbuiten van een eenmaal verworven abonnement.
Je kon als ondernemer een eenmaal verworven klant maar liefst zo lang mogelijk aan het lijntje houden.
In de overtuiging dat ik U nu voldoende, hoewel nog lang niet uitputtend, heb ingelicht over de achtergronden van de colportageroman en de specialisatie die daarbij nodig was, wip ik nu in één sprong over naar de vijf colportageromans van Karl May.

4. Waarom nu weer de colportageromans van die Karl May?
Een goede vraag van U, waarde lezer, zou zijn: Waarom Karl May, wat heb je toch met die man? Een goed antwoord mijnerzijds is: Karl May, omdat hij de enige is die colportageromans heeft geschreven die op dit moment in de wereldgeschiedenis, dus meer dan 125 jaar later, prima verzorgd herdrukt in prachtige boekvorm, nog steeds driftig gelezen worden. Zowel in bewerkte vorm (in de uitgeverswereld heet dat: eigentijds bewerkt) als wel in de originele tekstvorm waarbij de oerteksten uit 1882/1887 tussen 1990 en heden worden gebruikt voor de zogenaamde Historisch Kritische Ausgabe ”. Uit de aard der zaak vinden deze herdrukken in Duitsland plaats, maar voor de liefhebber is het lezen, vooral van de oerteksten, volop smullen geblazen.
Triviaal-literatuur in optima forma! Dus niet denigrerend doen en het triviaal-lectuur noemen. Wel accepteren dat het veelschrijverij is met meer aandacht voor de inhoud dan voor de vorm, maar desniettemin noem ik het echte literatuur. Niet alles, af en toe slaat de trivialiteit toe, want het is en blijft primair “gedwongen nering ”, geen vrije kunst, waarbij de auteur wel eens slechte avonden heeft en ook dan moest hij schrijven want anders kwam er geen brood op de plank. Maar het blijft voor mij literatuur want veel is, wat de inhoud betreft, vernieuwend, leerzaam, interessant, spannend en voor wat de oerteksten betreft veelal zuiver van vorm. Grote delen van de teksten zijn zo modern, bijna tijdloos uit de pen gevloeid, zo geniaal dat ze gisteren geschreven hadden kunnen zijn. Daarom wordt dit werk al 5 generaties verkocht. Niet voor niets noem ik in één van mijn boeken Karl May de “Pulp-Prins ”.
Wat hij aanraakte veranderde in goud, zelfs een colportageroman.
Karl May schreef voor de Firma Münchmeijer een vijftal colportageromans. Die maakten Münchmeijer rijk en Karl May ongelukkig want het was een tijdrovend karwei tegen een laag salaris en gelet op de anonimiteit weinig psychisch loon.
Een drietal hiervan is ook in Nederland, dus in de Nederlandse taal uitgebracht. Als colportage-roman wel te verstaan. In boekvorm ligt dat even anders maar daar ga ik [...].

De drie specifieke colportageromans zijn:

A.
“De Familie Rodriganda ” of “De Vervolging rondom de aarde ”, bewerkt naar gevonden papieren door Kapitein Raman Diaz de la Escosura. Vrij vertaald door Dr. Sterel. Drie delen van respectievelijk 640 pag., 583 pag. en 462 pag.
Bovenstaande gegevens ontleen ik aan de in mijn bezit zijnde drie delen uitgegeven door R.R. Thum & Co. te Amsterdam, 1894/1895, oorspronkelijk in katerns van 32 pagina ’s op de markt gebracht. Na de uitlevering van een deel kon men een boekband kopen om het boek te laten binden. De boeken in mijn verzameling zijn in deze originele R.R. Thum-banden uitgevoerd. Tot voor kort was mij niet bekend dat ook de Gebr. Nobels te Haarlem “De Familie Rodriganda ” op de markt hebben gebracht, zoals blijkt uit de bijgaande illustratie nr. 1, (zie deel 3 op de lijst). Dit moet veel later gebeurd zijn dan 1894/1895 toen Thum zijn uitgave deed, want bij de Gebr. Nobels wordt de naam van de schrijver Karl May uitvoerig vermeld, zie Illustratie nr. 2 op pag. 14. Dat wordt weer worstelen en speuren en zoeken teneinde mijn verzameling te completeren!
De titel van de originele Duitse uitgave wil ik U niet onthouden. Die luidt: “Das Waldröschen oder die Rächerjagd rundum die Erde ”, groszer Enthüllungsroman über die Geheimnisse der menslichen Gesellschaft von Capitan Ramon Diaz de la Escosura. Ja, U leest het goed Ramon in het Duits wordt Raman in het Nederlands, foutje denk ik.

de jonge Karl May

B.
Een tweede roman is “Harten en Helden ” die eveneens in Nederland op de markt werd gebracht door de Gebroeders Nobels uit Haarlem in ca. 1912. Dit is een roman in 4 delen, te weten:
1e aflevering: “Een Duitsche Sultane ”, 436 pag. ** (zie pag. 14)
2e aflevering: “De Koningin der Woestijn ”, 444 pag.
3e aflevering: “De Vorst der Bleekgezichten ”, 766 pag.
4e aflevering: “De Engel van de Bannelingen ”, 576 pag.


** Illustratie Nr. 2 op pag. 14 hierna laat ons zien hoe in de colportage de linkerhand de rechterhand wast. De vertaler van dit werk is H.E. Dumont. Het is gedrukt op zwaar houthoudend papier, dus na 100 jaar zeer kwetsbaar. De katernen zijn in de rug geniet met twee nietjes, die veroorzaken lelijke vlekken, vooral wanneer ze vochtig bewaard zijn.
In 1912 was in Duitsland reeds lang bekend, dat Karl May de colportageromans onder pseudoniem had geschreven in 1882/1886.
In Duitsland was het in 1907 de Fa. Münchmeijer, bij gerechtelijke uitspraak, verboden Karl May ’s naam op de boeken, die tegen de wil van Karl May in brutaalweg vervaardigd waren, te vermelden..
Immers Karl May was in de tussenliggende jaren een beroemd schrijver geworden en het feit dat hij in zijn jonge jaren colportageromans, ook wel ‘Hintertreppenromane ’ genoemd, had geschreven, werd hem door de serieuze boekenwereld ernstig aangerekend. In ons land trok de Fa. Gebr. Nobels. en later ook de uitgeverij v/h Gebr. Nobels zich geen bal aan van die gerechtelijke uitspraak in Duitsland en kwam daar rustig mee weg, Euro rechtspraak was toen nog heel verre toekomstmuziek.

In de illustratie die we op pagina B plaatsen, treft U onder punt 13 deze titel aan. De in de illustratie afgebeelde lijst is afkomstig uit aflevering 52 van de colportageroman “Onschuldig veroordeeld ” (zie ook pagina 29) of Het Geheim ener Russische Familie ”, die werd door Uitgever-mij Voorheen Gebr. Nobels uitgegeven (Zie pag. 29 en Cor Docter z ’n verhaal op pag. 9 Red.), dit staat ook bovenaan in de illustratie. De Gebr. Nobels zijn dus gaan rentenieren of hebben zich om enige andere reden teruggetrokken. De rechten en de materialen gingen over naar de Firma Gebr. E. & M. Cohen in Amsterdam, die er vier complete boeken van maakte, goed uitgevoerd in linnen banden en met dezelfde vertalingen uit de pen van H.E. Dumont.

C.
Een derde colportageroman is “De Verloren Zoon ”/Anoniem - Uitgegeven in de negentiger jaren van de 19e eeuw, [189x], door de Firma S. Blok, Schiedamsche Singel 66/Rotterdam. Dat is dan de derde in Nederland verschenen colportageroman van Karl May. Deze colportageroman verschijnt in 5 delen en werd pas bekend bij de gezamenlijke Karl May-verzamelaars in 1999. Meer dan een eeuw na de oorspronkelijke verschijning wordt, door de vermelding van die 3e colportageroman in de tweede druk van mijn bibliografie: “Karl May - Een ketting van Boeken ”, deze sensationele vondst het volk kond gedaan! Ik heb 2 van de 5 delen in mijn verzameling.(Wie o wie helpt Joan aan die andere 3? Red).
Waar in Nederland de complete vijf delen zitten is mij wel bekend, n.l. bij het Instituut voor Sociale Geschiedenis in Amsterdam. Ik heb geen kans gezien ze daar los te weken, noch met goede woorden noch met grof geld. De boeken, oorspronkelijk dus de katernen, zijn op courantenpapier gedrukt en het is in feite een armoedige bedoening, maar o, o, wat zit ik op die drie delen te vlassen. Deze roman is dus meer dan 100 jaar ondergedoken geweest, geen Karl May-kenner of -verzamelaar wist dat hij bestond.

5. Slot
Wanneer men zich verdiept in het fenomeen “de colportageroman ” zal het al snel duidelijk worden waarom de overlevingskansen in het antiquariaat van dergelijke werken zo ontzettend slecht waren. De kans dat de losse katernen of de gebonden boeken aldaar terecht kwamen was reeds gering. Het verkopen in losse katernen werkt het verloren raken in de hand. Het met vijf gezinnen lezen ervan bevordert het overleven niet. Slechts weinig boeken werden daadwerkelijk aan het eind van de rit gebonden in tamelijk onooglijke bandjes. Anonieme onooglijke bandjes verkleinen de kans op een gelukkig leven bij het antiquariaat, ze verdwijnen maar al te gauw in de kist “Alles voor een knaak ”.
Het is bij de antiquaar vaak net als in de gewone mensenwereld: kleren maken de man.
De schrijver van een colportageroman was meestal anoniem, had er b.v. Karl May op katern of boek gestaan dan hadden ze meer kans gehad in de goede hoek van een antiquariaat terecht te komen.
Door deze factoren zijn de in het Nederlands vertaalde colportageromans uitermate zeldzame verschijningen geworden en daarom zeer begerenswaardig voor de vele Karl May-verzamelaars.
Voor de goede orde vermeld ik nog dat er een vierde zeer lange roman van Karl May bestaat, onder eigen naam verschenen, te weten “Die Liebe des Ulanen ”. Dit verbaal is evenwel in een tijdschrift van de Fa. Münchmeijer uitgegeven n.l. in “Deutsche Wanderer ”, Illustrierte Unterhaltungsbibliothek für Familien aller Stände, tussen November 1883 en 1885. In Duitsland wordt het tot de vijf Münchmeijer colportageromans gerekend. Hiervan is mij geen vertaling voor de Nederlandse colportage bekend. Wel is het werk in boekvorm verschenen bij AG. Schoonderbeek/Laren tussen 1924 en 1925 in 5 delen.
Van de vijfde colportageroman van Karl May, “Der Weg zum Glück ”, is mij geen enkele Nederlandse bewerking bekend. Ik kan er niet omheen U te vertellen dat ik dit werk verreweg het minst geslaagd vind, zodat mijn treurnis over het niet vertaald zijn hier zijn grenzen kent.
Wanneer de lezer de komende tijd, tussen al de triviale papierbergen, die hij/zij dankzij de Lord Lister-hobby doorploegt, één of meer Karl May-colportageromans in goede staat weet te vinden, dan is bij de Karl May-liefhebbers zijn/haar kostje gekocht. Een complete “Rodriganda ” zou zeker 1000 Euro op moeten brengen.
Je moet dan echter wel een verzamelaar zoeken die dat betalen kan, want echte richards (in geld wel te verstaan) vind je bij de Karl May-verzamelaars niet overmatig veel, wel geestelijke richards, daar staat de Karl May-verzamelaarsgroep bol van, en daarvan wil er wellicht één een paar maanden droog brood eten!

J.C. Oosterbaan, Januari 2004



Wij weten zeker dat onze Joan best wel een paar maand droog brood wil eten, desnoods niks, want wie hem opzocht zoals wij Antoon en Anne twee maal deden, weet dat het een bevlogen en beminnelijke man is, die alles over heeft voor zijn Karl May en we zien dan ook uit naar zijn derde boek, waarvan hierboven alvast een leuk beginnetje! Dank Joan.


[1]In: Lord Listerklubblad nr. 92, april 2004



Terug naar de Nederlandstalige bibliografie.

Terug naar de startpagina.