Karl May

door „Journaille” 1


ONTROERD las ik dit weekeinde Guus Luijters’ herinneringen aan Old Shatterhand. Niet zonder kritiek overigens. Dat hij onze held in zijn tweede alinea ‘Oude Schaterhand’ noemt, wil ik niet meteen heiligschennis noemen maar is natuurlijk wel ongepast. Jeugdliefdes moetje hartstochtelijk koesteren.
Ook míjn jongensjaren werden beheerst door Karl May, wiens naam we uitspraken als Méé of Maai, een keus die deel uitmaakte van een richtingenstrijd (zoals bij voorbeeld tussen kristenen en gristenen). Mijn milieu (anti-teutoons) koos voor de Angelsaksische uitspraak, wat niet wegnam dat mijn ouders sterk gekant waren tegen deze Karl. Politieke correctheid is van alle tijden, en Karl May viel niet in die categorie, anders dan de door progressieve opvoeders aangeprezen James Fenimore Cooper (De Laatste der Mohicanen) wie ik niet kon pruimen.
Dat Old Shatterhand een vurig christen was, vond ik een mysterieuze eigenaardigheid die me wel aansprak. En dat de schrijver nooit in Amerika of Arabië zou zijn geweest en alles uit zijn duim had gezogen, nam mij sterk voor hem in. Wat was mooier dan in je eigen gefantaseerde werkelijkheid te leven?
Voor ons, jongens uit: de jaren dertig, was Old Shatterhand een kolossale uitvergroting van dat andere idool, Kees de Jongen, vooruitlopend op wat Kuifje voor latere generaties zou betekenen.


[1]In: Het Parool, 1 augustus 1994.
Journaille was de naam waaronder Jan Vrijman – en dat is op zijn beurt weer een pseudoniem van Jan Hulsebos (* 12 februari 1925 , † 30 mei 1997) – van 1985 tot 1997 vrijwel dagelijks columns schreef voor Het Parool. Hij was de man die in 1955 het begrip nozem bekend maakte bij het grote publiek door zijn reportageserie „De nozems van de Nieuwendijk” in Vrij Nederland (samen met fotograaf Ed van der Elsken).



Terug naar de Nederlandstalige bibliografie.

Terug naar de Karl May-startpagina.

Terug naar de Apriana-startpagina.