Hermann Kant en Karl May

door Hans Ester 1


In de aflevering ‘Old Shatterhand in de DDR’ (20 juni 1987) van zijn wekelijkse rubriek ‘Tussen Keulen en Parijs’ laat Koos van Weringh de seizoenen binnen de cultuurpolitiek in de DDR aan de hand van de officiële waardering van de schrijver Karl May zien. Van Weringhs geestdrift over de koersverandering ten goede wordt aanzienlijk getemperd door het citaat over Karl May uit de roman Die Aula van Hermann Kant: ‘Geprezen zij uw veel gesmade naam’. De lofprijzing van het citaat valt in duigen door de combinatie met de auteur/literatuurpaus Hermann Kant.
Het is mij bekend, dat Hermann Kant binnen de cultuurpolitiek van de DDR sinds het gedwongen vertrek van Wolf Biermann een weinig fraaie rol heeft gespeeld. Kant heeft zich als voorzitter van de schrijversvereniging der DDR keihard opgesteld tegenover mede-auteurs als Stefan Heym, Joachmim Seyppel en vooral tegenover Reiner Kunze. Zijn naam wordt in Oost zowel als West met ambivalente gevoelens uitgesproken.
Maar het zou spijtig zijn, wanneer uitgerekend Kants beste boek – Die Aula – uit 1965 het slachtoffer zou worden van gerechtvaardigde kritiek op de politieke houding van zijn auteur in de tijd daarna. ‘Die Aula’ is het meest kritische en eerlijke boek, dat Kant tot op heden heeft geschreven. Er zijn heel wat het politieke hangijzers, die hij in deze roman durft aan te vatten. Dat dit boek uiteindelijk toch niet bevredigt, heeft met de schijnverzoening aan het slot te maken. Het aan de kaak gestelde misbruik van macht – twee studenten worden door de partij tot een huwelijk geprest – blijkt een uiterst gelukkige, echtelijke situatie te hebben opgeleverd.
Met betrekking tot Karl May en diens beeld in de DDR is ‘Die Aula’ echter wel een bijzonder interessante en respectabele roman. De hoofdfiguur van de roman, Robert Iswall, is onderweg naar Leipzig om zijn vroegere kameraad Gerd Trullesand om vergiffenis te vragen voor hem aangedane onrecht van het gedwongen huwelijk met Rose. Voordat Iswall in Leipzig een onverhoopt gelukkig paar aantreft, stopt hij onderweg bij een tankstation. Daar ziet hij door de achterruit van een dienstauto ‘Der Schatz im Silbersee’ van Karl May liggen. Wanneer hij een lovende opmerking over deze roman aan het adres van de functionaris in de dienstauto maakt, antwoordt deze: ‘Dat boek is van de chauffeur’. In het kantoortje vertelt de chauffeur hem daarentegen: ‘... ik lees die rommel niet, maar mijn chef is er gek op.’
Aan deze ontmaskerende dialoog was een loflied op de ‘geniale fantast’, de ‘Saksische leugenbast’ Karl May voorafgegaan. Wat er in de DDR ook over May wordt beweerd, Iswall bedankt hem zonder voorbehoud voor diens duizend-en-één-nacht vol kruitdamp en hoefgetrappel. In die context moet het citaat uit het Karl-May-Museum in Radebeul worden teruggeplaatst om als een moedig pleidooi voor de rehabilitatie van Karl May in het socialistisch vaderland te worden gewaardeerd.


[1]In: Trouw, 25 juni 1987.



Terug naar de Nederlandstalige bibliografie.

Terug naar de Karl May-startpagina.

Terug naar de Apriana-startpagina.