Karl May. De idealist uit het Avondland

door Koos van Weringh 1


Old Shatterhand, Winnetou, Kara Ben Nemsi. Wie heeft niet als kind (of volwassene) in de huid van deze helden willen kruipen? Op 30 maart 1912 stierf hun schepper: Karl May. Zijn vijfenzeventigste sterfdag is in de beide Duitslanden herdacht. In de DDR werd een officieel gedenkteken opgericht in zijn sterfhuis in Radebeul. In de Bondsrepubliek eerde de posterijen de geestelijke vader van Winnetou met een postzegel. Het is duidelijk: Kar May is niet dood Hij leeft!


Karl May verkleed als Old Shatterhand

De trein van Neurenberg naar Bamberg remt ergens in de buurt van Vach plotseling af en komt vervolgens tot stilstand. ‘Dit is een overval’, denk ik. Tot diep in de voorbije nacht heb ik gelezen in ‘De schat in het Zilvermeer’ van Karl May, het boek waarin een bende tramps een trein wil overvallen, maar daarin niet slaagt omdat Old Firehand, Old Shatterhand en Winnetou er lucht van hebben gekregen en hun geniale tegenmaatregelen hebben kunnen nemen.

Ik had het boek jaren niet gelezen, maar moet bekennen dat het mij toch weer enigszins ‘meenam’. Ook andere boeken van May die ik de laatste weken las deden dat: ‘Old Shatterhand’, ‘De oase in de Llano Estacado’, ‘De oliekoning’ en ‘Kara Ben Nemsi, de held van de woestijn. Begin jaren zestig, toen Het Spectrum de ‘Karl May Pockets voor zoon en vader’ uitbracht heb ik ze gekocht en gelezen. En voor de eerste keer vlak na de oorlog. Het herlezen van die boeken is een merkwaardige ervaring. Het meeste weet ik mij nog te herinneren, niet uit het hoofd, maar bij het lezen weet ik weer hoe het verder gaat, hoe die sluippartij afloopt, Wat er gebeurt als Old Shatterhand op het eerste terras van een pueblo klimt en wie zich aan boord van een stoomboot op de Arkansas begeven. Het vantevoren weten en toch doorlezen: dat heeft iets met het geheim van de schrijver te maken.
Ik ben op weg naar Bamberg waar zich het Karl May Museum bevindt. Het was 30 maart 75 jaar geleden dat hij stierf, welke datum door de posterijen in de Bondsrepubliek is aangegrepen een postzegel uit te geven, waarop Winnetou met zijn zilverbuks te bewonderen valt. De vraag naar de zegel is groot, zo is mij bij navraag gebleken. Postzegel en eerstedagsenvelop werden in het museum aan de minister van posterijen aangeboden. Karl May leeft nog!

Villa Shatterhand

Dat het museum zich in Bamberg bevindt heeft alles te maken met de Duits-Duitse geschiedenis van na de tweede wereldoorlog. May werd in 1842 geboren in een dorp in de buurt van Chemnitz, een stad die nu Karl Marxstadt heet. Dat is dus in de DDR. De schrijver overleed in Radebeul in de buurt van Dresden, waar hij zijn ‘Villa Shatterhand’ had laten bouwen. En ook dat is in de DDR.

Kort na de dood van May werd in Radebeul de Karl-May-Verlag opgericht door een vriend van de schrijver, Euchar Albrecht Schmid, een buitengewoon succesvolle uitgeverij die zich met gemak staande kon houden met het werk van n auteur. In 1938 werd met grote luister het 25-jarig bestaan van de uitgeverij gevierd. Hitler was toen al een paar jaar aan de macht. In het Derde Rijk werd aan het werk van de populaire volksschrijver weinig in de weg gelegd, op enkele coupures na. Hitler was een bewonderaar van May. Als jongen zal hij zeker de avonturen van Old Shatterhand gelezen hebben, de grote blanke held die alles en iedereen overwon. Dat May met sympathie over alle rassen schreef stond hem later niet aan en die gedeelten verdwenen dan ook uit de boeken.

Het nieuw regime dat zich na de instorting van het Duitse rijk in het oosten vestigde, onder leiding van de Sovjetunie, wilde echter met May niets te maken hebben. Een schrijver die de christelijke naastenliefde predikt, met veel begrip over de Indianen in Amerika schrijft en pleit voor vrede tussen alle volken is een bedreiging voor een systeem dat uitgaat van de gedachte van de klassenstrijd en de permanente revolutie. De verdere produktie van May-boeken in Radebeul werd in 1948 dan ook verboden. In 1952 begonnen de drie zonen van Schmid, die een jaar daarvoor was gestorven, met een uitgeverij in Bamberg. Er volgde een jarenlange strijd om rechten en licenties, die ten slotte in het voordeel van de Bambergse firma werd beslecht. Het bedrijf heet: Karl-May-Verlag, Joachim Schmid & Co. Het is, zoals vanzelf spreekt, gevestigd in de Karl- May-Strasse en geeft bijna uitsluitend boeken van en over May uit. Het aantal exemplaren van de boeken van May, geautoriseerd in het Duits en in andere talen, loopt tegen de zeventig miljoen.

In 1960 nam de uitgeverij het initiatief tot de oprichting van het museum in Bamberg. De DDR-autoriteiten toonden zich zeer toegevend. Veel materiaal dat zich in Radebeul bevond mocht naar Bamberg. De bibliotheek van May, met de vele boeken waaruit hij zijn kennis putte over de verre landen die hij beschreef, is daar nu te zien. De bezoeker mag de boeken weliswaar niet aanraken, maar ze staan er, keurig op rij. Ook de werkkamer van de schrijver is er opnieuw ingericht, met geweren aan de muur en dierevellen op de grond. En verder zijn er vele voorwerpen die herinneren aan datgene wat hij beschreef. Scalpen, speren, revolvers, pijlen, messen, maskers, sieraden.
Van Maximiliaan de Oostenrijker, die een tijdje keizer van Mexico was en Benito Juarez, president van dat land, beiden spelen in verschillende boeken over de Indianen een rol van betekenis, hangen portretten aan de muur. En verder reeksen van tekeningen waarop opperhoofden staan afgebeeld, velen met die onbeschrijflijk weemoedige blik op het gelaat, waaruit de ondergang van hun rode ras reeds valt af te lezen.

Het museum trekt jaarlijks ongeveer duizend bezoekers. Als ik er ben is er verder niemand, zodat ik mij ongestoord kan verdiepen in leven en werk van de populaire volksschrijver. Deze typering, dat besef ik, houdt al een waardering in. Vroeger, toen ik May voor het eerst las, was hij gewoon de schrijver van spannende boeken, die met vriendjes na te spelen waren, voorzover dat ging. Later nam ik kennis van het boek van drs. F. C. de Rooy, ‘Old Shatterhand (Kara Ben Nemsi), ook voor U!’, een boek uit 1955, waarin de boodschap van Karl May, de idealist uit het Avondland besproken wordt. Uit dat boek, dat ik nu opnieuw gelezen heb, wordt duidelijk hoe omstreden Karl May tijdens zijn leven was en na zijn dood gebleven is.

Dat laatste bleek al uit de verschillende visies die de beide Duitslanden op hem hebben. Het curieuze is daarbij dat sinds enige jaren zijn boeken in kleine oplagen in de DDR verschijnen en snel uitverkocht zijn. Misschien komt het nog eens zover dat hij moet worden gezien als de grote vertolker van de internationale solidariteit van de arbeidersklasse.

Karl May was het vijfde kind in een rij van veertien. Zijn vader was wever en daarmee werkzaam in een branche die het slecht ging. In die tijd vallen de beruchte weversopstanden, waarbij arbeiders de hen bedreigende machines kort en klein sloegen. Aan die opstanden zijn naderhand toneelstukken, cycli van tekeningen en films gewijd. Ik noem hier slechts de namen van Gerhart Hauptmann en Kthe Kollwitz.
Hoewel het gezin May in armoedige omstandigheden verkeerde kon de jonge Karl toch een opleiding volgen: tot onderwijzer. Die studie werd enige keren onderbroken omdat hij van school werd gestuurd wegens diefstal. Omdat het niet bij een keer bleef belandde hij in tuchthuizen en naderhand zelfs in de gevangenis. Behalve aan diefstal maakte hij zich ook schuldig aan bedrog, niet financieel, maar op het gebied van zich belangrijker voordoen dan de werkelijkheid toelaat. Zo bezat hij een visitekaartje waarop stond dat hij Dr. was (een soortgelijk voorbeeld kennen wij uit de recente Nederlandse geschiedenis met het geval-Schwietert).

Tijdens zijn gevangenschap begon hij te schrijven. Zijn ouders bezorgden zijn manuscripten bij een uitgever die er wel wat in zag. In 1875 werd May redacteur bij uitgever Mnschmeyer in Dresden, een samenwerking die enige jaren aanhield. Hij gaf er toen de voorkeur aan zelfstandig schrijver te worden. De produktie die hij tot stand bracht was enorm. Het meeste verscheen in de vorm van colportageromans. Ook in tijdschriften als ‘Deutsche Hausschatz’ en ‘Der gute Kamerad’ verschenen zijn verhalen. In het begin van de jaren negentig wisselde hij van uitgever. Friedrich Fehsenfeld uit Freiburg im Breisgau had hem aangeraden zijn verhalen uit te werken tot boeken. En deze werden een succes dat voor die jaren ongekend was. Van het binnenkomende geld liet hij de Villa Shatterhand bouwen.

Bedreiging

De jaren negentig waren voor de schrijver die van de glorie. In 1899 ging hij voor het eerst een lange reis maken: naar de Orint. In het halve jaar dat hij wegbleef begon het onheil zich echter over hem te voltrekken. Zonder zijn toestemming werden reeds verschenen boeken van hem op de markt gebracht, bij een andere uitgever dan Fehsenfeld. Er volgden processen, waarbij het buitengewoon onverkwikkelijk toeging. De pers begon bekend te maken dat hij vroeger een gevangenisstraf had uitgezeten en eigenlijk een misdadiger was. En dat werd in verband gebracht met zijn werk: ook dat deugde niet, want hij was nooit in die landen geweest waar hij zoveel en zo spannend over schreef. Hem werd verweten dat de figuren Old Shatterhand en Kara Ben Nemsi eigenlijk May zelf waren, waarmee hij nog dezelfde bedrieger was als diegene die voorheen veroordeeld was.

Bovendien begon er kritiek te komen uit pedagogische kringen. Zijn boeken zouden een bedreiging voor de jeugd zijn, met hun gewelddadige beschrijvingen van oorlogszuchtige omstandigheden. Een criticus, de dichter Georg Ruseler, schreef: „Karl May is een gevaar voor onze jeugd. Ik wens geen mens iets kwaads toe, maar ik gun hem niet nog tien jaren van zijn werkzame leven, want ik vrees dat hij dan nog 25 tot 30 romans zal schrijven.” De journalist Paul Schmann liet weten dat hij zich genadeloos zou blijven verzetten tegen de wijze waarop Karl May bezig was de hersens van het Duitse volk te verweken.

Verenigde Staten

Veel van die kritiek moet worden gezien, lijkt mij, als een vorm van naijver. Het succes werd hem misgund. Dat een man zonder veel opleiding het tot dergelijke hoogten bracht en bij de jeugd en daar niet alleen dermate populair was kon door velen niet worden verwerkt. Zij grepen alles aan om de schrijver in diskrediet te brengen. En zij waren niet geheel zonder gevolg. Het huwelijk van May, dat al niet al te gelukkig was, werd ontbonden; hij hertrouwde met de weduwe van een vriend, met wie hij al geruime tijd omging. Zijn produktiviteit nam af, gedwongen als hij was alle mogelijke verweerschriften te schrijven. Wel maakte hij nog een reis naar de Verenigde Staten: voor de eerste keer zag hij iets van het land waarover hij boeken geschreven had die zo werkelijkheidsgetrouw ‘overkomen’, dat de meeste lezers dachten dat hij er woonde.
De processen hielden niet op. Daarbij stond een journalist in het middelpunt: Rudolf Lebius, een type zoals Gnter Wallraff dat beschreven heeft in zijn boek over het boulevardblad Bild. Een man zonder scrupules, die eerst eerbiedig een interview van de gevierde schrijver wilde en naderhand, toen May daar niet op inging, zijn campagne begon. Hij schreef een briefkaart aan de schrijver, zo bleek tijdens een van de processen, waarop hij meedeelt in een caf gehoord te hebben dat een zekere Lebius, redacteur van de ‘Sachsenstimme’, een artikel tegen hem aan het schrijven is. Het lezen van zulke documenten bewijst dat de genadeloze, alles aan geld en sensatie opofferende pers niet van de laatste tijd is.
In totaal duurden de processen een jaar of acht en zij sloopten Mays gezondheid, lichamelijk en geestelijk. Toen hij eind maart 1912 in Radebeul terugkeerde uit Wenen, waar hij voor een publiek van tweeduizend geestdriftige toehoorders een rede hield over de wereldvrede, een hooggestemde toespraak over de verzoening tussen de volken, stierf hij plotseling.

Sprookjesverteller

Deze man, die een leven vol tegenstrijdigheden leidde, boeit nu al generaties lang miljoenen lezers. Over het waarom daarvan is veel geschreven. De Rooy, in zijn al genoemde boek, meent dat Karl May ‘een geboren sprookjesverteller (is) die zich zijn gehele leven als een kind kon wegdromen uit de gebondenheid in tijd en ruimte’. In de sprookjes die hij vertelde komen figuren voor met wie veel mensen zich kunnen vereenzelvigen. Wie zou niet graag Old Shatterhand of Kara Ben Nemsi willen zijn? Ik wel. Mays boeken zijn opgebouwd volgens een simpel schema van goed en kwaad, wie het eerste doet wordt beloond, de ander bestraft. Misschien behoort de wereld zo in elkaar te zitten. Maar omdat dat niet zo is en de meeste mensen velerlei moeilijkheden het hoofd hebben te bieden lezen zij graag die boeken.
Wat mij in May vooral zo aantrekt is wat ik maar even omschrijf als het criminologische. Zijn leven laat zien dat een en dezelfde karaktertrek zowel in criminele als in niet-criminele richting kan gaan. Als hij niet had kunnen schrijven was hij in het bedriegen waarschijnlijk van kwaad tot erger vervallen. Maar zijn zucht zich belangrijker te willen voordoen en meer te willen lijken dan hij is heeft hij kunnen omzetten in het optrekken van luchtkastelen waarin miljoenen mensen graag vertoeven. Ook dat zal door sommigen voor bedrog worden aangezien, maar is het hebben van fantasie strafbaar?

Morgenland

In het boek ‘Het kruis van Jussuf Ali’ 2 gaat het om meer dan een luchtkasteel. Daarin wordt het ontwaken van Japan gesignaleerd, waarna een passage volgt over de Orint, die eveneens op het punt staat te ontwaken. „De Islamitische reus is niet bevreesd voor de schijnbare macht van het Avondland. Geeft het Morgenland goede leiders en het zal overwinnen. En overwint het niet dan zal zijn ondergang tevens de Uwe zijn. Het gele ras zal dan met het neo-Amerikaanse de wereldheerschappij verdelen. En waarom? Omdat het Avondland niet voldoende zielegrootheid, rechtvaardigheid en adel bezat om zijn zogenaamde ‘interessensferen’ nog eens in humane geest onder de loupe te nemen en zich met het Morgenland te verzoenen.” 3
Als ik het Karl May Museum verlaat regent het. Op weg naar het station denk ik aan Rudi Carrell en Khomeini en wat ons nog allemaal boven het hoofd hangt. Ik wil zo vlug mogelijk naar huis om met een boek van Karl May weer bij te komen.


[1]In: Trouw, 2 april 1987.
[2]„Het kruis van Jussuf Ali” is geen boek, maar een vertelling, oorspronkelijk verschenen in de „Regensburger Marien-Kalender fr das Jahr des Heiles 1892” onder de titel „Mater dolorosa” en in 1893 opgenomen in „Orangen und Datteln” (Karl May’s Gesammelte Reiseromane, Band 10). Na 1945 is het verhaal in een aangepaste versie onder de titel „Das Kurdenkreuz”) verhuisd naar „Das Zauberwasser” (Karl May’s Gesammelte Werke, Band 48).
[3]Het citaat is niet afkomstig uit „Mater dolorosa”/„Das Kurdenkreuz”/„Het kruis van Jussuf Ali”, maar uit „Ardistan und Dschinnistan”, Band 1 (Historisch-kritische Ausgabe: p. 23; Fehsenfeld-Ausgabe (Reprint 1984): p. 19; Gesammelte Werke (230e duizendtal, 1967): pp. 23/24).



Terug naar de Nederlandstalige bibliografie.

Terug naar de Karl May-startpagina.

Terug naar de Apriana-startpagina.