Buffalo Child en de charme van de powwow

door John le Noble 1


„HET is erg maar in Europa zijn de mensen meer geïnteresseerd in het lot van de Indianen dan in mijn eigen land.”
Silkirtis Nichols (62) is een Indiaan van het zuiverste water, een Cherokee uit Colorado. In het Duitse gehucht Elspe is hij een van de meest bewonderde attracties die de bezoekers in de juiste stemming moeten brengen voor de opvoering van het openluchtspel Winnetou II.
VANDAAG op pagina 2: Een rode broeder in het Sauerland.


ELSPE – De medewerkers aan de Karl May Festspiele in Elspe noemen hem amicaal Nicky, afgeleid van de achternaam waaronder hij wettelijk staat geregistreerd.
Silkirtis betekent kind van de buffel en bij gelegenheden heet hij Buffalo Child Long Lance. Wanneer hij in functie is hangt hij vol zilveren sieraden, vreemde amuletten en andere curieuze snuisterijen. Menigeen zou er onder bezwijken. Veel opschik is vervaardigd uit zeldzame diersoorten. Bij de aanmaak is op materiaal niet gekeken. Voor de ketting om zijn hals hebben heel wat grizzly’s het loodje gelegd. Een van zijn ringen heeft het formaat van een reiswekker. Een imposante verschijning, dat moet gezegd.

Grootmoeder

Zijn squaw lijkt met die mooie zwarte haren ook wel een klein beetje op een Indiaanse, maar zij heet Liselotte en is geboren in Duitsland. Ze praat voor twee, terwijl ik het idee had dat de vrouw er bij dit fiere natuurvolk goed aan deed zich overal buiten te houden. Silkirtis verzekert dat ze op de achtergrond altijd al de dienst heeft uitgemaakt. „Bij mij thuis was grootmoeder de baas,” zegt hij.
Hij is bijna twee meter lang en op het eerste gezicht maakt hij een nogal stuurse indruk. Jeugdige bezoekertjes vinden hem soms zo angstaanjagend dat ze zich met opengesperde schrikoogjes aan moeders goeie goed vastklampen. „Ze hebben over Indianen niets dan slechte dingen gehoord,” verklaart Silkirtis die terughoudendheid. „In al die Hollywoodfilms worden we afgeschilderd als gemene wilden die iedereen willen scalperen en die zo stom zijn dat ze alleen maar howgh kunnen roepen. Hier kunnen die kinderen zien dat Indianen heel gewone mensen zijn, net als ieder ander. Tegen de tijd dat het is afgelopen moet ik oppassen dat ze niet op mijn hoofd gaan zitten.”
Tijdens de introductie van haar echtgenoot ontzenuwt Liselotte eerst het gerucht dat alle roodhuiden zo ontzettend tuk op vuurwater zijn. Het beste bewijs is wel dat Silkirtis rookt noch drinkt, hij is een echt natuurmens. Niet voor niets ziet hij er op zijn leeftijd zo puik uit. Eens waren alle Indianen zo, maar de komst van de blanke man, met al zijn onhebbelijke gewoonten, zijn inhaligheid en niet te vergeten zijn besmettelijke ziektes, heeft het moreel en de gezondheid van dit hoogstaande volk ondermijnd.
In de houten container waarin Silkirtis zijn werkzaamheden verricht hangt een bordje met een wijze spreuk:

„Pas wanneer de laatste boom is gerooid, de laatste rivier is vergiftigd en de laatste vis is gevangen, zal de mens er achter komen dat je geld niet kunt eten.”

Die oude opperhoofden konden het raak zeggen. Geld is volgens Liselotte de enige oorzaak van de teloorgang van het rode ras. „De blanken hebben hen nooit gehaat omdat ze er anders uitzagen maar omdat ze dat rijke land niet met hen wilden delen,” meent ze. „Het is nu nog zo. Wat de Indianen ook beginnen, ze moeten er altijd voor vechten, want de blanken in hun omgeving dulden geen concurrentie. Dat is geen rassenkwestie, dat is business.”
De bleekgezichten staan er niet zo goed bij haar op. Maar ze voelt toch weinig voor de militante groeperingen die zich in Amerika voor de anderhalf miljoen rode broeders inzetten. „Ik kan me voorstellen dat het eens in de zoveel tijd tot een uitbarsting komt,” zegt ze. „want de Indianen hebben al zo lang geduld moeten oefenen. Maar geweld werkt alleen maar averechts, dat is slecht voor hun image. Langs legale weg bereik je veel meer. Al heel wat stammen hebben met procederen op grond van oude rechten land teruggekregen.”
Silkirtis woont sinds 1963 in Duitsland. Hij kwam er voor het eerst in 1946, als soldaat in het Amerikaanse leger. Na twintig jaar militaire dienst besloot hij zich er voorgoed te vestigen. Elke winter bezoekt hij in Amerika zijn grote familie, een reis die hij uit zakelijke overwegingen combineert met het aankopen van Indiase kunst. Als het even kan steunt hij de strijd van zijn volk, zowel moreel als financieel. In Duitsland heeft hij contact met de daar gelegerde Amerikaanse militairen van Indiaanse komaf. Zo af en toe is er een bijeenkomst waarop samen wordt gezongen en gedanst.
Een powwow heet zo’n reünie, een feest met veel ceremonieel, waarbij pret maken voorop staat. „Dan kun je zien dat hun cultuur nog springlevend is,” zegt Liselotte. „Op het eerste gezicht lijkt het folklore maar voor de Indianen betekent het veel meer. Ze leggen heel hun hart erin, ze kunnen er dagen en nachten mee doorgaan.” De dansjes die Silkirtis in Elspe demonstreert zijn alle ontleend aan de powwow. Het tonen van rituelen met een religieus karakter zou verkeerd vallen, want ook in zijn kring zijn de fundamentalisten snel aangebrand. „Het is tegen onze wetten,” zegt hij. „Bij een powwow gaat het alleen maar om de gezelligheid. Je kan dit ook eigenlijk geen demonstratie noemen, want het is de bedoeling dat iedereen meedoet. Het is een sociaal gebeuren.”

Ritme

Daarom probeert hij alle aanwezigen tot de vriendschapsdans te bewegen, op het obsederende ritme van de trom. Erg lastig zijn de passen niet, want er zit weinig variatie in, maar veel volwassenen zijn er rond het lunchuur niet voor te porren op modderig terrein in een kring te gaan staan en dan nog op de maat te bewegen ook. Toch weten maar weinigen eraan te ontkomen. Een Indiaan mag van nature nog zo gereserveerd zijn, op dit punt toont Buffalo Child toch de hardnekkigheid van een revuester in het Casino de Paris. Wanneer hij later handtekeningen plaatst op goed gelukte opnames van zichzelf, drie viltstiften binnen handbereik, doet hij eerder denken aan een gevierde popster dan aan een zwijgzame Indiaan die over een pakkende spreuk zit te verzinnen. De snaakse opmerkingen tegen kirrende jongedames die een foto van hem willen maken zijn niet van de lucht.
De vraag rijst waarom de enige echte Indiaan op het complex eigenlijk niet in de voorstelling zit. Zijn markante voorkomen zou de authenticiteit van het gebodene alleen maar ten goede komen, zou ik zeggen. Silkirtis glimlacht neutraal. Ach,” zegt hij, ik ben 62 en dan word je voor dat soort dingen toch een beetje te oud. Nu heb ik alle vrijheid om te zeggen wat ik wil, terwijl je in een stuk alleen maar de tekst van een ander moet voordragen. Je hebt ook geen contact met de mensen. Ik heb een keer aan een film meegedaan, een film van niks die nu nog op de plank ligt. In die tijd had ik geen andere keus. Ik vond dat zo’n koude bedoening. Het geeft me een leeg gevoel wanneer ik niet met de mensen zelf kan praten. Op die manier kan ik tenminste een paar vooroordelen over mijn volk wegnemen, dat maakt me gelukkig.”
Volgens Liselotte bestaan er omtrent haar rode broeders legio onuitroeibare misverstanden. Daarom kun je realistische voorlichting haars inziens maar beter gescheiden houden van spel. Dat zou alleen maar nog meer verwarring scheppen. Karl May is een legende,” zegt ze, maar het is nooit zijn bedoeling geweest een historisch verantwoord inzicht te geven in het leven van de Indianen. Het ging bij hem in de eerste plaats om het verhaal, bij ons kunnen de mensen iets te weten komen over hun echte cultuur.”
Hoe nu? Ze wou toch zeker niet beweren dat de schepper van Winnetou alles maar zo’n beetje uit zijn duim heeft gezogen? Over de doden niets dan goeds natuurlijk, maar je hoort weleens vreemde dingen over deze in 1912 verscheiden auteur. Er zijn zelfs critici die beweren dat hij de meeste streken die hij zo beeldend beschrijft niet eens heeft bezocht. Niet dat het veel uitmaakt voor de genieters van zijn spannende avonturen, want de geografische details kloppen precies en ook anderszins heeft men de schrijver nooit op storende foutjes kunnen betrappen.
Liselotte en Silkirtis haasten zich te verzekeren dat je van hen nooit een kwaad woord zult horen over Karl May. Silkirtis is jarenlang werkzaam geweest in het museum dat aan de even geloofde als verguisde publicist is gewijd, in Bamberg. Dat zegt genoeg. Buffalo Child heeft zijn boeken eerlijk gezegd nooit zelf gelezen maar naar wat hij ervan heeft gehoord mogen de Indianen over Karl May beslist niet mopperen. Ze komen er bij hem in elk geval heel wat beter af dan in die stuitende Hollywoodprodukties. Hij geeft natuurlijk ook we een beetje stereotiep beeld,” zegt hij, maar hij is nooit negatief.”
En dan mag je er wat hem betreft best wat bij verzinnen, anders krijg je geen spannend boek. Hij begint ook heus niet te proesten wanneer hij zijn bleekrode broeders in Elspe aan het werk ziet. Ben je gek. Het gaat toch niet om een authentieke geschiedenis,” zegt Buffalo Child Long Lance. Karl May heeft zijn fantasie de vrije loop gelaten en dat geldt ook voor de mensen hier. Dat is de opzet ook. Het is een prachtig gezicht met al die speciale effecten maar het blijft natuurlijk theater.”

• Morgen: Winnetou II, over helden en schoften.


Buffalo Child Long Lance (rechts) en Meinolf Pape, die in het
openluchtspel Winnetou II de zware maar ondankbare rol van
hoofdploert vertolkt: „Ik ben 62 en dan word je voor dat soort
dingen toch een beetje te oud.”




[1]In: Algemeen Dagblad, 7 augustus 1985.



Terug naar de Nederlandstalige bibliografie.

Terug naar de Karl May-startpagina.

Terug naar de Apriana-startpagina.