Indianenverhaal van Strete bevat ware superioriteit


door Herman Tromp 1


Wat weten wij eigenlijk van Indianen? In films zorgen zij voor kleurrijke veldslagen en spectaculaire vallen; in boeken spelen zij steevast de rol van domoren die zich tegen de „beschaving” verzetten. Meestal curiositeiten, zelden mensen. Dat is maar goed ook. Een film wordt minder leuk als je je moet bedenken dat het een mens is dat daar zo mooi van een galopperend paard dondert. Het zwijmelen met de held verdwijnt goeddeels als je medelijden met de pechvogel moet hebben.
De ondergang van de Indianen werd vooral verheerlijkt in de boeken van Karl May. Over wat hij schreef had hij nauwelijks nagedacht en wat hij beschreef had hij nooit gezien. Dat hoeft op zich niet erg te zijn; het illustreert wel zijn bedoeling. Hij wilde avonturen beschrijven. Het goede laten zegevieren en het kwade straffen. Zijn verhalen had hij tegen elke willekeurige achtergrond kunnen laten spelen, hij koos voor de prairie en gaf daarmee zijn lezers romantisch de ruimte.
Karl Mays boeken zijn volstrekt tijdloos. Winnetou wordt nog steeds gelezen en opnieuw uitgegeven. Voor dit jaar kondigt de uitgeverij Becht met trots de verschijning aan van de laatste drie delen uit een totaal van dertien van de serie Karl Mays Reisavonturen. Ter ondersteuning van de verkoop wordt tot en met juni een etalagewedstrijd gehouden. De winnaar krijgt een reis naar de stad waar Karl May heeft gewoond, het gerestaureerde Bamberg. Daar kan hij dan het Karl May Museum gaan bezoeken. Betere illustratie is nauwelijks denkbaar: een droomreis naar een nepstad als vage verbinding met nepboeken.
De voortdurende strijd tegen de zogenaamde vooruitgang kan ook uit een ander perspectief bekeken worden. Een organisatie als Greenpeace doet dat. Als de zeeën vervuild zullen zijn, de herten allemaal gedood en de lucht te smerig zal zijn om in te ademen, dan zullen volgens Indiaanse legenden de regenboogkrijgers verschijnen om te vechten voor wat nog gered kan worden. Het is niet voor niets dat het actieschip van de organisatie de naam Rainbow Warrior kreeg.
Pas nu beginnen we een beetje te begrijpen dat die Indianen zo dom niet waren. De vooruitgang heeft ons bepaald niet gelukkiger gemaakt en belooft ons louter ellende. Voor het nog erger wordt is het wenselijk te kijken en te luisteren naar hen die al te lang ervaring hebben met de aantasting van hun leven.
De Haarlemse uitgeverij In de Knipscheer wekt dat idee uit met haar Indiaanse Bibliotheek. Eén van haar auteurs is de Cherokee Craig Strete, schrijver van boeken voor volwassenen en van jeugdboeken. Zijn nieuwste in de laatste categorie heet Met de pijn die het liefheeft en haat. Curieus is, dat het eerste in Nederlandse vertaling verscheen, nog voor een Engelse editie. Hoewel, zo vreemd is het ook weer niet. In Europa is de belangstelling van Indianenverhalen altijd groter geweest dan in Amerika.
Met de pijn is een prachtig boek waarin niets wordt uitgelegd, maar waarin wel van alles duidelijk wordt over het bestaan van de Indianen. Over hun leven, zo dicht bij en met de natuur. Het verhaal gaat over het meisje Natina, dertien zomers oud. „Haar vader was getroffen door een ziekte van blanke mensen. Hij was er kreupel door geworden, een halve man, zoals hij het zelf zei; en daarom was de winter nog extra zwaar geweest. De ziekte had zijn ogen aangetast. Ze leken steeds slechter te worden. Elke volgende dag kon hij minder zien van de wereld om hem heen.”
Die opkomende blindheid verhindert hem steeds meer voor zijn gezin te jagen. Natina lijdt daarom honger en de vooruitzichten zijn niet gunstig, want haar broertje is nog maar zes sneeuwen oud. Op de dag dat Wapiti-Danser, zoals haar vader heet, bemerkt dat hij helemaal niets meer kan zien, gebeurt er iets wat wij nauwelijks begrijpen kunnen, maar wat logisch is. Hij gaat op jacht. Struikelend over elke oneffenheid gaat hij op weg. Een zekere dood tegemoet. Niemand houdt hem tegen, niemand kan hem tegen houden, want „een man moet beslissen hoe zijn leven verliep en hoe het zou eindigen”.
Op de grens van droom en werkelijkheid schetst Strete het verhaal van Natina. Hoe zij in haar droom wordt overmeesterd door een soort tovenaar van een andere stam en wordt ontzet door een geheimzinnige oude man en haar witkophavik. Het gevecht tussen die twee mannen is werkelijk prachtig beschreven, een echte nachtmerrie. De één vermomt zich bij voorbeeld in de gedaante van een bizon die op de ander afstormt. Die tovert snel een dikke boom, zodat de bizon zich in de stam vastloopt. Met die boom groeit die snel de lucht in. Zo volgen de meest vreemde beelden elkaar op, tot de oude man, het goede symboliserend, het kwade overmeestert.
Wanneer Wapiti-Danser is weggegaan, hoort Natina een stem die haar uit haar droom bekend voorkomt. Die fluistert haar in naar de zon te staren. Dat doet ze zó intens dat ook zij blind wordt. „Maar de havik zat op haar schouders en zijn ogen flitsen en zagen de wereld zoals de havik die ziet, met grote helderheid, met de kracht om tot ver voorbij de bergen te zien.” Hoewel ze blind is, kan ze toch beter zien omdat ze de wereld ziet met de ogen van de havik. Honderd keer beter zelfs dan ze ooit gezien had.
Haar nieuwe ogen geeft ze vervolgens aan haar vader met de woorden: „De zon is niet gestorven in de lucht. Hij is hier binnen in ons.” Zo werd haar vader weer ziende en werd hij een groot en succesvol jager. Wat natuurlijk weer afgunst opwekte. Een jongen doodt de havik en daarmee de ogen van Wapiti-Danser. Die goede oude man neemt hem dan mee naar een dal van demonen waar hij zal moeten blijven tot zijn haat verdwenen zal zijn. Verheerlijk die demon, zegt hij hem, geef hem de pijn die het liefheeft en haat. Die oude man weet waarover hij het heeft, want hij had vroeger ook veel haat in zich, omdat hij niet kon liefhebben.
Het is geen gemakkelijk boek, wel mooi op het niveau van het verhaal en indrukwekkend op dat van de gedachte. Een boek om minstens vijf keer te lezen. Pas dan realiseer je je wat de ware superioriteit is.

„Met de pijn die het liefheeft en haat”, door Craig Strete.
Vertaling: Jos Knipscheer. Uitg.: In de Knipscheer.



[1]In: De Volkskrant, 9 mei 1984.



Terug naar de Nederlandstalige bibliografie.

Terug naar de Karl May-startpagina.

Terug naar de Apriana-startpagina.