Kara Ben Nemsi is terug

Herman Kakebeeke 1


n.a.v. Kara Ben Nemsi, de held uit de woestijn. Door Karl May, negende druk 1982, bewerkt op basis van de vertaling van L. Montagne-Andres.

Rinus Ferdinandusse, Han G. Hoekstra, J.C. van Schagen, Adriaan van der Veen, Theun de Vries en Leo Vroman; minstens drie dingen hebben ze gemeen: het zijn allemaal mannen, het zijn allemaal schrijvers en... voor allen was Karl May een van de lievelingsauteurs uit hun jonge jaren.
Karl May, Karl Mee zeiden we, want op het ‘bewerkt’ of ‘vertaald uit het Duitsch’ letten we niet. Het lag toch voor de hand dat de schrijver van zoveel boeken die in Noord-Amerika speelden op z’n minst een Engels klinkende naam had. Karl May, het is een eeuw geleden dat hij zijn boeken schreef en vanaf dat moment zijn ze nooit meer uit de belangstelling verdwenen. Talloze jongens - maar ik ken ook meisjes die hebben zitten snotteren bij de dood van Winnetou - hebben de avonturen van Old Shatterhand en Kara Ben Nemsi gekoesterd. Er zijn ups en downs in de waardering en belangstelling voor het werk van Karl May geweest; een geweldige opbloei was er in de zestiger jaren toen bij uitgeverij Het Spectrum in vijftig pocket-deeltjes het belangrijkste uit zijn werk verscheen. De kloeke uitgaven van Becht zijn nog steeds verkrijgbaar en onlangs bracht Het Spectrum ‘nieuwe moderne uitgaven van Karl May boeken’ op de markt. De eerste zes zijn al verschenen, er volgen er nog meer.



Twee aanleidingen waren er om aan een van die ‘nieuwe moderne uitgaven’ aandacht te besteden. Ten eerste een persoonlijke leeservaring. Min of meer toevallig kreeg ik Kara Ben Nemsi te lezen. Nu hadden de boeken van Karl May me vroeger nooit vermogen te boeien. In onze dorpsbibliotheek stonden ze allemaal maar wat mij betreft bleven ze ongelezen. Liever Jules Verne. Zelfs toen ik alle voor mijn leeftijd geschikt geachte boeken gelezen had, bekende ik me niet tot Karl May; dan maar de boeken uit de meisjeskast. Groot was dus mijn verbazing toen ik bij het lezen van Kara Ben Nemsi, de held uit de woestijn zo door het verhaal werd meegesleept dat het me moeite kostte het boek neer te leggen. Die ervaring bracht me automatisch bij de tweede aanleiding, nl. de vraag hoe het komt dat boeken van ruim honderd jaar geleden voor een uitgever interessant genoeg zijn om opnieuw uit te geven of anders gezegd, hoe komt het dat die boeken nog steeds gelezen worden?
Karl May werd geboren in Ernstthal in 1842 en overleed te Radebeul , thans in de D.D.R. Een paar jaar voor zijn dood schreef May in zijn autobiografie Mein Leben und Streben (later Ich genoemd) dat hij het plan tot schrijven opvatte toen hij wegens bedrog en oplichting in de gevangenis verbleef. Maar hij wilde meer dan alleen maar spannende verhalen schrijven, ‘Ich wollte Menschheitsfragen beantworten und Menschheitsrätsel lösen’. Wat daarvan ook terecht mag zijn gekomen, een feit is dat May in de ruim vijfentwintig jaren van zijn schrijversloopbaan vele tientallen boeken en verhalen geschreven heeft. Bij het doorlezen van May’s bibliografie valt het op dat veel boeken de toevoeging ‘reisverhaa’ dragen. Ook Kara Ben Nemsi. In de tachtiger jaren van de vorige eeuw begon May aan een cyclus die zes delen zou gaan omvatten die zich alle in het Midden-Oosten afspelen. Het eerste deel Durch die Wüste kennen wij onder de titel Kara Ben Nemsi en werd gevolgd door Durchs wilde Kurdistan (Door het woeste Koerdistan), Von Bagdad nach Stambul (Van Bagdad naar Istanboel), In den Schluchten des Balkan (In de rotskloven van de Balkan), Durch das Land der Skipetaren (Door het land der Skipetaren) en Der Schut (De bandiet der Albaanse bergen). Allemaal reisverhalen maar het valt sterk te betwijfelen of Karl May in die gebieden gereisd had voor hij de boeken schreef. Hij is er wel geweest, maar dat was pas vele jaren later, in 1899, toen zijn roem al gevestigd was. Hetzelfde geldt voor de Winnetou-verhalen, May bezocht Noord-Amerika in 1908 toen de boeken al geschreven waren. Het valt dan ook niet te verwonderen dat sommige critici een verband legden tussen May’s oplichterspraktijken in vroeger jaren en het tot stand komen van zijn boeken. Het merkwaardige is dat er inderdaad een verband bestaat, ook al is dat dan van een iets andere orde. Karl May gebruikte namelijk zijn strafblad om zich te verdiepen in reisverhalen, volkenkunde, vreemde talen en culturen en beschikte toen hij begon te schrijven over een behoorlijke theoretische kennis van de in zijn boeken voorkomende landstreken en gewoonten. Om een voorbeeld te geven: in Kara Ben Nemsi laat May diens moslimbediende Halef in bepaalde omstandigheden een sura uit de Koran zeggen. Het zijn dan inderdaad Sura’s die bij de situatie passen. De Islam zal voortdurend - hoe kan het ook anders bij een serie die zich in Noord-Afrika en het Midden-Oosten afspeelt - in de gebeurtenissen voorkomen. Het is al meteen raak bij de inzet van Kara Ben Nemsi.

‘Is het werkelijk waar, Sidi, dat u een ongelovige wilt blijven?’
‘Ja.’
‘Sidi, ik haat alle ongelovigen en ik ben blij dat ze na hun dood in de dsjehenna terechtkomen waar de duivel woont. Maar u zou ik willen redden van het lot dat u wacht als u zich niet tot het heilige geloof bekeert. U bent zo heel anders dan de andere heren die ik heb gediend, en daarom zal ik u bekeren, of u wilt of niet.’

Aldus Halef, de bediende, tegen zijn meester Kara Ben Nemsi die hem ‘meer als een vriend dan als een bediende behandelde’.
De lezer is al diep in het boek doorgedrongen als hij er achter komt waarom deze Kara Ben Nemsi, Karel de Duitser, zo bedrijvig van woestijn tot woestijn trekt. Daar, op bladzijde 170, als Kara Ben Nemsi een bezoek brengt aan Sjekib Halil Pasja, wordt ook duidelijk dat hij het alter ego van Karl May is.

Nadat hij me een tijdlang van boven tot onder had bekeken vroeg hij: ‘Hoe heet u?’
‘Ik heb verschillende namen, excellentie.’
‘Verschillende? Ik dacht dat een mens maar een naam had!’
‘Meestal wel. Bij mij ligt het anders, omdat men mij in elk land en bij elk volk dat ik bezocht, een andere naam gaf.’
‘U heeft dus veel landen en volkeren gezien?’
‘Ja.’
‘Hoe oud was u toen u wegging uit Almanja?’
‘Ik telde achttien jaren toen ik overzee naar de Nieuwe Wereld ging.’
‘En wat doet u.
‘Ik schrijf artikelen en boeken over wat ik in die landen meemaak en over de mensen die ik er ontmoet.’

Bij de begroeting die aan dit fragment voorafgaat geeft Nemsi/May er blijk van respect te hebben voor de geloofsovertuiging van anderen. Dat mag op z’n minst opmerkelijk heten als we bedenken dat de tijd waarin het boek geschreven werd eerder gekenmerkt werd door ongebreidelde bekeringsijver dan door tolerantie. Kara Ben Nemsi’s houding, en dat geldt ook voor de helden uit andere boeken van Karl May, wordt getypeerd door een praktisch en ondogmatisch christendom. Groot is zijn edelmoedigheid, nooit is hij uit op wraak, steeds wint zijn nobele houding het van het geweld en de duistere machinaties van zijn vijanden. Het zijn bijna bovenmenselijke eigenschappen die Kara Ben Nemsi aan de dag legt en de verhevenheid ervan wordt nog eens benadrukt door de bediende Halef die meer dan eens zijn verwondering en onbegrip over de handelwijze van zijn meester laat blijken. Niettegenstaande alle respect en tolerantie die Kara Ben Nemsi opbrengt, is deze zich er toch steeds van bewust dat zijn Westeuropese, christelijke levensbeschouwing superieur is aan wat hij op zijn reizen tegenkomt. Ook in fysiek opzicht is Kara Ben Nemsi een figuur die ver uitsteekt boven alle anderen die het boek bevolken. Geen avontuur zo bar of hij komt er als overwinnaar uit tevoorschijn, of het nu een tocht over een verraderlijk zoutmeer is of een ontmoeting met piraten. Tegenover zo’n moreel en fysiek onaantastbaar persoon moet wel een figuur met menselijker maat staan. Halef vervult deze functie. Enerzijds is hij er om de eigenschappen van zijn meester te accentueren, anderzijds geeft hij de lezer de kans om op een wat alledaagser niveau met de gebeurtenissen mee te leven. Bovendien zorgt hij naast de toch wat humorloze Kara Ben Nemsi voor de vrolijke en relativerende noot, zoals Sancho Paoza dat doet naast Don Quichotte of Dr. Watson naast Sherlock Holmes.

De wakkere Halef Aga stak zijn handen naar de Egyptenaar uit of hij hem een grote gunst verleende, en liet de gift ongezien in zijn zak glijden. ‘Abrahim Mamoer, uw hand is open en de mijne ook. Ik sluit hem niet voor u, omdat de profeet heeft gezegd dat een open hand de eerste schrede is naar het rijk der gelukzaligen. Moge Allah met u en met mij zijn!’
Door de Egyptenaar begeleid gingen we naar de tuin terug waar een dienaar de poort in de muur opende. Toen we alleen waren, stak Halef zijn hand in zijn zak om te kijken wat hij had gekregen.
‘Drie gouden zecchinen, Sidi! Moge Allah Abrahim Mamoer zegenen en zijn vrouw zo lang mogelijk ziek laten blijven!’
‘Halef!’ riep ik afkeurend.
‘Sidi, gunt u mij dan niet een paar zecchinen?’
‘Zeker, maar het is beter een zieke gezondheid te gunnen.’
‘Hoe vaak moet u er nog heen voor de vrouw beter is?’
‘Misschien nog vijf keer.’
‘Vijf maal drie is vijftien zecchinen. Als ze beter wordt, misschien nog eens vijftien, dat is samen dertig zecchinen of vijfentachtig gulden. Ik zal eens op zoek gaan of er nog meer zieke vrouwen aan de Nijl te vinden zijn.’


Door de vorm van het reisverhaal te kiezen heeft Karl May het zich in zoverre gemakkelijk gemaakt dat hij een aantal gebeurtenissen die weinig met elkaar te maken hebben in één boek kon onderbrengen, de rode draad is de reis die Kara Ben Nemsi en Halef ondernemen. En Karl May zet de lezer meteen midden in de gebeurtenissen. Geen rustig aanloopje, geen kalme kennismaking met de hoofdpersonen, je valt meteen midden in een gesprek en nog geen twee bladzijden verder daagt het avontuur al. Niet in geringe mate dragen de dialogen er toe bij dat je bij het verhaal betrokken blijft. De overvloed aan namen van stammen, stamhoofden, rebellen, bandieten neem je dan maar op de koop toe. En hoewel je na een tijdje wel doorhebt hoe een bepaalde gebeurtenis zal aflopen - immers Kara Ben Nemsi wint altijd - blijf je geboeid lezen omdat je tenslotte graag wilt weten hóe de held zich uit de perikelen weet te redden.


Is Kara Ben Nemsi nu een klassiek kinderboek (of jeugdboek)? Netty Heimeriks definieert klassieke kinderboeken als ‘boeken die in de diverse perioden van de cultuurhistorie gesproken hebben tot een grote verscheidenheid van volwassenen zowel als van kinderen en die zich door taaie traditie en langdurige waardering, om welke motieven dan ook, hebben weten te handhaven’.
Een definitie waar de Kara Ben Nemsi- en de Winnetouboeken voortreffelijk inpassen.
Moet Karl May nu in de klas?
Och, dat was eigenlijk niet de bedoeling van dit artikeltje. Tenslotte hoeft niet elk boek in de klas een uitvoerige behandeling te ondergaan. Veel belangrijker is het dat kinderen en boeken elkaar vinden en dan zou het wel eens zo kunnen zijn dat oudere leerlingen ook weer gefascineerd raken door een schrijver die al meer dan een eeuw zijn lezers geboeid weet te houden. Peil eens in uw klas of Karl May nog gelezen wordt; zoniet, dan is het wellicht de moeite waard aandacht aan zijn boeken te schenken.

Literatuur:
Otto Forst-Battaglia, Karl May, ein Leben, ein Traum Amalthea Verlag 1931
Dr. F.C. de Rooy, Karl May en zijn wereld Het Spectrum 1967
E. van der Linden, Dr. Karl May The trading post 1976

- ... wat mij het sterkst aan zijn literatuur bond, was de dappere bekenning tot vredelievendheid en wederzijds begrip.

Albert Schweitzer


- Ik las natuurlijk alle Karl May’s. Dat wil zeggen de Winnetou-reeks, niet de Kara Ben Nemsi’s; daar had ik geen gevoel voor.

Rinus Ferdinandusse


- Hij vertegenwoordigt een type poëzie dat onontbeerlijk en eeuwig is.

Hermann Hesse


- May, van wie ik alles las en herlas: zowel de avonturen van Old Shatterhand als van Kara Ben Nemsi.

Adriaan van der Veen


- Omdat ik altijd gevonden heb dat er in Karl May’s werken nog steeds de oerbron welt van onze jongensachtig gebleven, maar volkomen gezonde drang naar de romantische verten.

Albert Einstein


- In de sfeer van deze boeken met een mengeling van avontuur, misdaad, krachtpatserij, haat, sluwheid, rechtvaardigheid, moed, intelligentie en humor voelde ik me volkomen gelukkig.

Geert van Beek




[1]In: Leestekens, 3e jaargang (1983), nr. 5



Terug naar de Nederlandstalige bibliografie.

Terug naar de startpagina.