Hans-Jürgen Syberberg.
Alweer een genie uit Duitsland, maar je moet er tegen kunnen


door Pieter van Lierop 1


Het kan raar lopen in de filmwereld. De soms 6 tot 7 uur durende monsterfilms uit de Graal-cyclus van de Duitser Hans-Jürgen Syberberg lopen sinds 1 november in Nederland als een trein, terwijl bij een populair geprogrammeerde Filmweek Amsterdam het publiek wegbleef. Het Filmmuseum in het hoofstedelijke Vondelpark bijvoorbeeld, zat volgepakt bij de vertoningen van Syberbergs „Hitler”, „Parsifal”, „Karl May”, „Ludwig II” en noem maar op. Toch allemaal films die hoge eisen stellen aan het publiek. Het Filmmuseum moest bij sommige voorstellingen de kaartverkoop staken, terwijl er nog hele rijen voor de kassa stonden te dringen.
Drie films uit dat „Syberberg-festival” worden in het Groninger Filmhuis van Liga 68 vertoond. De eerste, „Bekentenissen van Winnnifred Wagner”, draait daar vannacht om kwart over twaalf. Morgen, zaterdagavond om 7 uur, wordt er de 420 minuten (!) durende film „Hitler – ein Film aus Deutschland” vertoond. En in december (8 t.e.m. 14) krijgen we de slotfilm van de Graal-cyclus: „Parsifal” uit 1982 te zien.



Hans-Jürgen Syberberg is Duitslands meest controversiële filmer. Controversieel is eigenlijk een nog te gunstig woord, want je kunt vrijwel stellen dat Syberberg in eigen land niet eens meer onderwerp vormt van controverse, men vindt hem bijna unaniem een onbelangrijk en dweperig warhoofd en zijn films worden gemeenlijk genegeerd. Syberberg weet zich geboycot en heeft voor zijn monstrueuze produkties nimmer één mark subsidie losgekregen. Hij moet werken met geld van de Bayerische Rundfunk en vooral van buitenlandse financiers zoals het Franse Gaumont. In de rest van de wereld wordt Syberberg namelijk gezien als juist een van de grootste cineasten van het naoorlogse Duitsland. Niet de grootheid van Syberbergs talent, hooguit de genietbaarheid van zijn films, vormt daar stof voor eventuele controverse.

Wat ze in Duitsland niet zo leuk vinden en in het buitenland juist wel aan films als Ludwig, Karl May, Hitler, Parsifal (bijeengehouden onder de noemer De Graal-cyclus) is dat ze allemaal gaan over het Duitse verleden en of nu de krankzinnige koning van Beieren de hoofdfiguur is, of de geestelijke vader van Old Shatterhand en Winnetou, altijd komt ook Hitler om de hoek kijken, al moet hij er aan zijn vette haarlokje worden bijgesleept.


• Helmut Käutner in de titelrol van Syberbrgs film „Karl May – auf der Suche nach dem verlorenen Paradies” (1974).



Pijnlijke waarheid

In de gedachtenwereld van de 48 jaar geleden in Pommeren geboren Syberberg kun je namelijk niet terugbladeren in de Duitse geschiedenis zonder Hitler tegen te komen. Hitler staat dan niet zo zeer voor de persoon van die horribele kunstschilder, maar voor het Duitse volk zelf, dat door Syberberg op talloze plaatsen omschreven wordt als „de erfgenamen van Hitler”: het is niet Hitler geweest die de Duitsers gek gemaakt heeft indertijd, nee het waren de Duitsers die een gek als Hitler hadden gemaakt. De meeste Duitsers van tegenwoordig zien dat liever anders en daarom zijn ze niet zo op Syberberg gesteld. Syberberg meent voorts dat ieder mens een Hitler in zich heeft en dat het belangrijk is om die eronder te houden. Consequent als Syberberg altoos is, heeft de cineast zelfs na voorstellingen van zijn Hitler-film in Israël geprobeerd uit te leggen dat ook de joden de erfgenamen zijn van Hitler (hij dacht b.v. aan de manier waarop Israël met de Palestijnen omsprong) maar deze beeldspraak vond men minder geslaagd. De Duitser kreeg het er zwaar te verduren.

Romantiek

Een ander typisch Duits aspect aan de films van Syberberg is de ruime illustratie van de 19e-eeuwse, maar nog onverminderd van toepassing zijnde neiging tot romantiek, speciaal het verlangen naar een andere, betere wereld. Het najagen van de geluksdroom, het terugwensen van een paradijs. Enerzijds hebben de Duitsers ooit gemeend dat Hitler die droom kon waarmaken, anderzijds toont Syberberg de nazistiche periode als juist de vreselijke barrière die het onbekommerde wegdromen verhindert. Dat zoeken naar het verloren paradijs is vergelijkbaar met de ‘queestes’ uit de Arthur-legendes. De Graal was de zoekgeraakte beker van het Laatste Avondmaal, die alleen kon worden teruggevonden door de nobelste, maagdelijkste Tafelronde-ridder. Dat bleek dus Parsifal te zijn, die heel wat beproevingen te doorstaan had, vooraleer hij De Graal onder ogen kreeg. Dat zoeken en gelouterd worden, is wat al de films uit De Graal-cyclus gemeen hebben.
Koning Ludwig II van Beieren probeerde het teloor gegane paradijs opnieuw te scheppen via de schoonheid. Hij liet de meest feeërieke kastelen bouwen en stelde Wagner in staat tot het vervaardigen van opera’s zo groots als nooit eerder vertoond. Ludwig was de onschuld zelve en zag zichzelf dan ook als reïncarnatie van Lohengrin, de Zwaan-ridder. Hij heeft het volgens Syberberg allemaal verknoeid door Duitsland uit te leveren aan Bismarck. Terugkijkend naar de Biedermeier-tijd en Ludwigs glorieperiode, zou daarin voor Syberberg het paradijselijke Duitsland te herkennen zijn geweest, als hij niet gefrustreerd werd door de wetenschap dat de Nazi’s zich uitgebreid door eveneens Wagner lieten inspireren. “De Nazi's hebben Duitsland verkitscht met vereenvoudigde Wagner-opvattingen,” zo heet het in de Hitler-film.


• “Hitler, ein Film aus Deutschland” (1977) van Hans-Jürgen Syberberg.
(Filmhuis Groningen, 19.00 uur).

Schoondochter

Die verkitsching vormt ook een van de thema’s van de film over Winnifred Wagner, Richards schoondochter die van 1930 tot en met 1945 de Bayreuther Festspiele presideerde. Tijdens een vijf uur durend interview wist de filmer de oude vrouw o.m. de uitspraak te ontlokken dat ze nog steeds een bewonderaar was van Adolf Hitler. Winnifreds zonen (Wolfgang en Wieland, die de leiding over de Festspiele hadden overgenomen) waren zo verbolgen over Syberbergse onthullende film dat alleen die reden al voldoende was, om te bewerkstelligen dat zes jaar later Syberberg geen theater in Bayreuth beschikbaar kreeg om zijn Parsifal-film te vertonen.
Als toelichtende documentaire hoort daarom ook Winnifred Wagner und die Geschichte des Hauses Wahnfried von 1914-1975 thuis in de Graal-cyclus. Evenals de semi-documentaire die hij in 1972 had gemaakt over de kok van Ludwig II onder de titel Theodor Hierneis oder wie man ehemaliger Hofkoch wird. In deze film wandelt de acteur Walter Sedlmayr rond alsof hij de gepensioneerde kok zelf is en hij vertelt over de wonderlijke protocols aan het hof en fungeert als gids in Ludwigs kastelen. Het is de lichtst verteerbare Syberberg-film en met een lengte van 90 minuten tevens de kortste.

Karl May

In 1974 vervaardigde Syberberg Karl May – Auf der Such nach dem verlorenen Paradies. De schrijver Karl May werd op latere leeftijd heftig aangevallen door naijverige confraters en uitgevers die eerder hadden geprobeerd hem te chanteren, vanwege de onthulling dat May gedaan had alsof hij zelf Old Shatterhand was geweest, terwijl hij nooit een voet op Amerikaanse bodem had gezet. Wat voor Syberberg telde was dat May in staat was geweest een fantasiewereld te creëren waarin hij zelf was gaan geloven. En de manier waarop de massa (er waren nog veel meer beschuldigingen van kleinzielig soort) over de eenling heen walste bracht de associatie met het facsisme. Vandaar dat we aan het eind van deze film Hitler, te voorschijn zien springen en ook elders Karl May profetische uitspraken doet over de rampen die Duitsland te wachten staan. Karl May is Syberbergs meest toegankelijke en meest conventionele film.
Syberberg leest graag zijn landgenoten de les, maar daarbij weet hij zichzelf een Duitser in hart en nieren. En daar maakt hij ook de films naar. Nogal humorloos en intellectualistisch op de wijdlopige Duitse manier, hevig verklonken met de Germaanse cultuur en de historie celebrerend op bijna rituele, religieuze wijze. Je moet er tegen kunnen. Al zijn films zijn buitensporig in talrijke opzichten. Ludwig duurt 134 minuten, Karl May 187 minuten, Winnifred Wagner 350 minuten, Hitler 440 minuten (!) en Parsifal 260 minuten.


• Regisseur Syberberg in gesprek met Edith Clever, die in de film “Parsifal” (1982) de rol speelt van Kundry. Rechts Michael Kutter, één van de twee Parsifal-figuren in de film. (Filmhuis, 8 t/m 14 december).

Steekje los

Er moet een steek los zitten aan Syberberg, maar dat kon je ook beweren van Goya, Van Gogh, Kafka of Fassbinder. Ook aan Syberberg zitten zeer geniale kanten. Hij is een magistraal vormgever die woekert met symbolieken. Hij legt verbanden die nauwelijks zijn bij te benen en zoekt invalshoeken van verbazingwekkende originaliteit. Je kunt een pagina volschrijven over alleen al Hitler ein film aus Deutschland. Het is Syberbergs meest fenomenale film waarin alle eerder genoemde thema’s en motieven samenkomen. Hitler wordt nauwelijks als persoon bekeken, maar als de vlees geworden nachtmerrie van het Duitse volk op zijn ergst. De film is één grote loutering via confrontaties met al die donkere kanten van de Duitse volksziel.
Hitler als film is een documentaire, maar een bijna psycho-analytisch doorploegen (‘Trauerarbeit’ noemt de filmer het zelf) van het schuldcomplex; het trauma, dat levend wordt gemaakt in een schouwtoneel met ook poppenspel, documentaire fragmenten en achtergrondprojecties. Belangrijk is voorts de link die wordt gelegd met het medium film zelf. He spektakel begint met een opperstalmeester die zegt dat we kennis zullen maken met de man wiens fout het allemaal is geweest; de Duitse Napoleon van de twintigste eeuw. Deze ‘greatest show on earth’, gesitueerd in ‘The Black Maria’ (de naam van Edisons eerste filmstudio), heeft evenwel als centrale, steeds terugkerende vraag: “Waar zou Hitler zijn zonder Ons?”
Ook Parsifal loopt over van de symbolen en hij is aan de ene kant misschien wel Syberbergs mooiste, maar tegelijkertijd zijn meest hermetische film. Dat komt onder meer doordat het om een opera gaat. Weliswaar werd slechts een klein deel van de cast bezet met echt zingende operasterren, de beroepsacteurs en -actrices (b.v. de heel mooie Edith Clever als Kundry) zie je wel, maar je hoort ze niet. Ze moesten wél hun partijen van buiten leren om overtuigend te kunnen spelen dat ze zingen.
Echte Wagner-fans krijgen het moeilijk met de eigenaardigheden van Syberberg, die bijvoorbeeld de titelrol heeft opgesplitst in een jongen en een meisje. Er wordt met Swastika’s gewapperd. De locatie is een gigantische uitvergroting van Wagners dodenmasker, begroeid als rotsformatie. Een geestelijk landschap, met Wagners brein als labyrint waarin het hele Germaanse cultuurbezit ligt opgeslagen. Er vinden optochten plaats waar ontelbare cultuurrelikwieën worden voortgedragen: de Graal-kelk uit de eerste Parsifalopvoering van 1882, Ludwigs zwaansymbool, de Duitse keizerskroon, tegels uit Wahnfried (de Wagner-villa). Er wordt gerefereerd aan gravures van Dürer, schilderijen van Caspar David Friedrich. We zien ergens afgehakte koppen van Nietzsche, Wagner alweer, Marx, slordig aangerold tegen de testikels van een afgehouwen penis. Wie hier alle stukjes gepast kan krijgen in de totale betekenispuzzel waarmee Syberberg zijn Richard Wagner wil ontdoen van alle door de Nazi’s opgeplakte kitsch en herstellen wil in de oude luister en ongebreidelde ideeënrijkdom, wie dat allemaal volgen kan, moet ongeveer net zo geniaal zijn als Syberberg zelf. Het thema van Parsifal gaat weer over zoeken, loutering en de uiteindelijke bevrijding. Pas na zijn Hitler-film kon Syberberg deze opera gestalte geven. De afrekening met de Duitse schuld is nu voltooid. Hoe moet deze cineast nu verder?


[1]In: Nieuwsblad van het Noorden, 25 november 1983.



Terug naar de Nederlandstalige bibliografie.

Terug naar de Karl May-startpagina.

Terug naar de Apriana-startpagina.