Dolen door Duitslands dromen

door Hans Kroon en Frans van Oers 1


Deze week gaat Parsifal (1982) in Nederland in première, Hans-Jürgen Syberbergs vier uur durende verfilming van de opera van Richard Wagner. Deze opera-verfilming vormt het sluitstuk van de in totaal zes films (in lengte variërend van 80 minuten tot 420 minuten) omvattende graalcyclus, waarmee Syberberg Wagners Ring der Nibelungen lijkt te willen evenaren.
Tegelijk met deze première zijn vanaf volgende week in het filmmuseum en een aantal filmhuizen de overige films uit deze cyclus te zien. Daar de aan Parsifal voorafgaande films slechts tijdelijk in Nederland te zien zullen zijn, moet u eerst deze maar gaan zien en met Parsifal nog even wachten.



SYBERBERGS GRAAL-CYCLUS


De kunstzinnige, eigenzinnige en qua culturele bagage en uithoudingsvermogen hoge eisen aan het publiek stellende films van de Graal-cyclus hebben waarschijnlijk alleen kunnen ontstaan doordat de Nieuwe Duitse Film (o.a. Fassbinder, Herzog, Wenders, Syberberg) een zwaar gesubsidieerde cinema was, die zich niet zoveel hoefde aan te trekken van commerciële wetten. Een situatie, overigens, die met de komst van de CDU-FDP-coalitie voorbij lijkt te zijn. Bonn eist voor haar subsidiegelden nu volksfilms.
De Graal-cyclus van Syberberg vertoont enige overeenkomst met het oeuvre van Fassbinder. De laatste typeerde in heden en verleden de Duitse burgerij en burgerlijke moraal en probeerde steeds de fascistische kiemen daarin bloot te leggen. In Syberbergs Graal-cyclus treffen we ook deze fascinatie voor het Duitse verleden en het fascisme aan. Bij hem echter ligt het zwaartepunt op een dialoog met de geschiedenis van de ideeën, de intellectuele en culturele traditie en vooral op de mythen, de sprookjes, de archetypen, het „collectieve onderbewuste”, dat deze ideologische uitingen voedt.

Dromen

Hitler, Ein Film Aus Deutschland (1977) wordt terecht beschouwd als de belangrijkste film uit de Graal-cyclus. In deze 420 minuten durende film, waar Syberberg jarenlang aan werkte komen alle thema’s uit zijn vorige films samen en worden ze duidelijker en veelzijdiger verbeeld. Wij zullen daarom eerst kort de aan Hitler voorafgaande films beschrijven.
Ludwig, Requiem für einen Jungfraulichen König (1972, 134 minuten). Koning Ludwig II van Beieren (1845--1886), de „gekke” koning, raakte volkomen verstrikt in de spanning tussen droom en werkelijkheid. De praktische politiek interesseerde hem niet. Hij droomde over (en bouwde) prachtige paleizen, gaf handen vol geld uit aan kunst (aan Wagner bijvoorbeeld) en had voor een koning hoogst onpraktische pacifistische ideeën etc. Deze dromer, kunstminnaar, voor wie het onwerkelijke reëler was als het werkelijke, werd gek verklaard en gedwongen troonsafstand te doen. Beieren viel daarmee in handen van Bismarck. Ludwig markeert hierdoor het einde van het monarchale, feodale Duitsland, en het begin van het moderne burgerlijke Duitsland.
Theodor Hierneis Oder: Wie man ehemaliger Hofkoch wird (1972, 80 minuten). Tijdens het onderzoek voor zijn film over Ludwig las Syberberg de in 1953 verschenen memoires van de toen 84-jarige ex-kok van Ludwig. Op basis daarvan maakte hij een monoloog, die uitgesproken wordt door een acteur die ons voert door de paleizen en tuinen van Ludwig. We zien Ludwig nu zoals hij ervaren werd door één van zijn dienaren. Ludwig is voor zijn kok een idool, dat blindelings gehoorzaamd en gevolgd wordt. Geen moment heeft de kok gedacht dat Ludwig weleens gek kon zijn, hoewel hij toch heel vreemde dingen deed. De blindelings gehoorzamende kok bezit echter ook gevoel van eigenwaarde en de nodige vaktrots. Mede daardoor kon hij later in de burgermaatschappij een alom gerespecteerde kleine zelfstandige worden. Hij werd eigenaar van vier delicatessenzaken.
In Theodor Hierneis toont Syberberg ons hoe blinde gehoorzaamheid en onderdanigheid in het moderne Duitsland terecht konden komen. Hij laat dat niet alleen in de kok zien, maar evenzeer in de groepen toeristen, die nu naar Ludwigs kastelen komen om zich aan zijn „waanzin” te vergapen. Zonder mythe, sprookjesfiguren, idolen, schijnt ook de moderne mens niet te kunnen leven.


Scène uit Karl May

Paradijs

Karl May Auf Der Suche Nach Dem Verlorenen Paradies (1974, 180 minuten). Karl May, de schepper van Winnetou en Old Shatterhand is Duitslands eerste bestseller-auteur, een bedenker van mythen en dromen die in gigantische oplagen hun weg naar het Duitse volk vonden. De verhalen over de strijd tussen goed en kwaad, door Karl May gelocaliseerd in verre exotische, paradijselijke oorden (het is alsof we James Bond beschrijven) gingen er bij het Duitse volk in als koek. En ook bij May zelf. May, die Duitsland nooit verliet, was er rotsvast van overtuigd dat hij al die oorden zelf bezocht had, dat er in zijn boeken niets stond, wat niet waar was, wat verzonnen was. Net als Ludwig verdwaalde ook May tussen droom en werkelijkheid. In de film schetst Syberberg een heroïsch beeld van de strijd die de fantast May op het eind van zijn leven moest voeren met de sombere Duitse werkelijkheid. Hij raakt verstrikt in processen, hij zou obscene werken geschreven hebben, hij zou zich met homoseksuelen ingelaten hebben, etcetera, etcetera.
Winnefred Wagner Und Die Geschichte Des Hauses WahnFried Von 1914-1975 (1975, vijf uur, hier nu vertoond in een versie van 105 minuten). Deze film van Syberberg werd zeer kritisch ontvangen. Het is ook meer dan afschuwelijk om vijf uur lang tegen het hoofd aan te moeten kijken van een arrogante oude dame, die allerlei fascistische ideeën en een blinde verering voor oom Wolf (d.w.z. Hitler, een huisvriend van de Wagners) uitkraamt.
Toch moet men proberen deze film te bezien vanuit de totale op de Hitlerfilm uitlopende Graal-cyclus. In deze film past Syberberg hetzelfde procédé toe als in Theodor Hierneis. Vanuit een Untertan belicht hij twee scheppers van de Duitse mythen, twee Duitse idolen, Hitler en Wagner (die laatste komt in alle films van Syberberg voor, hetzij met zijn muziek, of bijvoorbeeld als beschermeling van Ludwig en als object van bewondering van Hitler). Die onderdaan is in dit geval Winnefred Wagner, die met een zoon van Richard Wagner getrouwd was en na de dood van haar man in 1930 tot 1944 de Bayreuther Festspiele leidde.
In deze film gaat Syberberg daarnaast in op de hoogst dubieuze verbindingen die Wagners Ring der Nibelungen in het nazi-tijdperk en daarna met de politiek aanging. De uitlatingen van Winnifred Wagner zijn haast niet los te zien van de volgende opmerkingen van de cultuurfilosoof Adorno: „Het antisemitisme van Wagner borg alle elementen in zich van het latere antisemitisme”. Ook komt Hitler in deze film (in de Hitler-film komt dat terug) naar voren als een gemankeerde kunstenaar, een thema dat ook al in de figuur van Ludwig aan de orde kwam.


Scène uit Ludwig

Projectie

Hitler, Ein Film Aus Deutschland (1976, 420 minuten, Engels ondertiteld, de overige films zijn in het Duits) neemt alle voorgaande films in zich op en overtreft ze. Hitler wordt opgevoerd als het idool der idolen, de Duitse mythe in zijn sterkste vorm, een „mens” die net zoals Ludwig, Karl May en Wagner (die in deze film allemaal verbindingen met Hitler aangaan) verdwaalde tussen werkelijkheid en droom en in zijn „gekte” miljoenen Theodor Hierneissen en Winnefred Wagners meesleepte en in zijn overschrijdingen van het normale, het werkelijke, miljoenen vernietigde.
Meer nog dan op Hitler ligt het accent in deze film op de onderdanen. Voortdurend geeft Syberberg aan dat het verschijnsel Hitler niet alleen op een „gek” mannetje dat miljoenen weet mee te slepen, terug te voeren is, maar dat Hitler evenzeer bij de gratie van die miljoenen bestaat. Idolen, mythes worden gemaakt, zij bestaan en kunnen leven doordat men, de mensen, het volk, ze voeden met hun angsten, verlangens, hoop en vrees. De voor deze film ook wel gehanteerde titel Hitler In Uns – Wir In Hitler, duidt op deze twee kanten van de Hitler-medaille. Dat uns en wir maakt deze film over Hitler vaak tot een heel pijnlijke en moeilijke ervaring. Het is immers veel makkelijker om te zeggen: „Hitler heeft het gedaan” , dan: „Wij hebben het gedaan”.
De Hitler-film van Syberberg roert nog veel meer aan. Teveel om hier allemaal op te noemen. Heel boeiend is bijvoorbeeld de relatie die Syberberg suggereert tussen het fenomeen Hitler en het medium film. Zoals de persoon Hitler in onze eeuw de idoolwerking het duidelijkst naar voren bracht, zo gebeurt dat ook door het medium film. Het witte doek is net als Hitler een projectiescherm voor onze dromen, angsten etc. Het is dan ook niet toevallig dat Hitler (men denke aan de overname van de Duitse filmindustrie door de fascisten en aan Triumph Des Willens) grote interesse voor film en vooral voor de totale beheersing van dat medium had, zo suggereert Syberberg.

Rouwproces

De Graalcyclus van Syberberg is een met veel verve ondernomen poging om de Duitse culturele traditie opnieuw te beschouwen.
Voor Syberberg betekent dit een soort rouwproces, dat noodzakelijk doorleefd moet worden, omdat deze traditie het mede mogelijk maakte dat het nationaal-socialisme de kop opstak. Het gaat erom te proberen te achterhalen wat goed en wat fout was, wat noodzakelijkerwijs (Wagner!), en wat door politiek misbruik (Wagner!) tot de apocalyps voerde. Het is een uiterst moeizaam en pijnlijk proces om een door en door besmette cultuur, en Duitsland heeft een hoogstaande culturele traditie die veel goeds in zich bergt, tot op het bot uit te benen. Syberberg heeft dit aangedurfd en verdient hiervoor alle lof. Hij geeft hiermee te kennen in te zien dat slecht begraven doden altijd weer komen spoken.
Of hij echter ook slaagt in zijn „Trauerarbeit” is de vraag. Hij lijkt te verdwalen in zijn fascinatie, in zijn bewondering en afkeer, en niet (nog niet) toe te komen aan verwerking. Het romantische gevoel, de tegenstelling tussen droom en werkelijkheid, de Götterdammerung, de ondergang van het avondland, het zondaarsgevoel, het Mea Culpa wordt net ietsje teveel verheerlijkt, geheroïseerd. Op alle beschuldigingen, die hij tenslotte in Hitler naar diens hoofd slingert (je hebt onze hele cultuur besmet, sinds jou is niets meer onverdacht) lijkt Syberberg slecht als antwoord een versterking, een overtreffende trap van deze besmette cultuur te geven. Parsifal is hiervan een bewijs en daardoor eigenlijk een buitengewoon ongelukkige afsluiting van de cyclus. Het zou beter geweest zijn als hij de sprong had gemaakt naar de tijd en bijvoorbeeld de nieuwe koning van Beieren, Franz-Jozef Strauss tot onderwerp gekozen had.
Dit, overigens niet alleen in bewondering, terugvallen op Wagner en het verlossingsverhaal van Parsifal, tekent ook Syberbergs beperkte visie op de Duitse culturele traditie. Vooral het ontbreken van enige marxistisch-socialische traditie valt op.
Bij Syberberg heeft Duitsland één cultuur, alle Duitsers zijn onderworpen aan hetzelfde „onderbewuste", alles en iedereen wordt gelijkgeschakeld. In Hitler blijkt dit gelijkschakelen ook uit de wilde associatieketen die wordt gevormd. Fascisme wordt met film verbonden, film met Hollywood, Hollywood met Amerika, Amerika met pornografie. De Hitler-film bereikt helaas zes jaar te laat het Nederlandse publiek. In die tijd speelde in de fascisme-discussie belangrijke cultuur-psychologische thema’s een rol (vrouwen en fascisme; mannen en fascisme). Nu is de discussie door het opkomend racisme en de opkomst van de Centrumpartij in een veel politieker vaarwater gekomen. Een discussie waar deze films nu niet altijd even makkelijk in te plaatsen zijn.

Parsifal: The Movies, Amsterdam
Graal cyclus: Amsterdam; Den Haag, Rotterdam; Utrecht; Groningen; Den Bosch.


[1]In: De Waarheid, 29 oktober 1983.



Terug naar de Nederlandstalige bibliografie.

Terug naar de Karl May-startpagina.

Terug naar de Apriana-startpagina.