Alle kunst provoceert, ook de Nachtwacht!
De Duitse geschiedenis van de laatste honderd jaar in een negentieneneenhalf uur
durende filmcyclus van Ludwig via Karl May en Wagner tot Hitler


door Erica Bilder 1


De Graal-cyclus van Hans-Jürgen Syberberg, bestaande uit zes films van in totaal negentien uur en vierendertig minuten, is de komende tijd in z’n geheel te zien in Amsterdam (Nederlands Filmmuseum, vanaf dinsdag 1 november), Den Haag (Haags Filmhuis, vanaf 10 november), Rotterdam (Lantaren/Venster, vanaf 17 november) en Utrecht (’t Hoogt, vanaf 24 november). Elke achtereenvolgende avond een deel van de reeks, in de juiste volgorde: Ludwig, Theodor Hierneis, Karl May, Winnifred Wagner, Hitler en Parsifal. De laatste film draait in Amsterdam in The Movies en in Utrecht in Vredenburg, dus niet in Filmmuseum en ’t Hoogt.
Groningen en Den Bosch doen gedeeltelijk mee aan het Syberbergprogramma. In het Groningse Filmhuis draait op 26 november Hitler en de eerste week van december Parsifal. In Den Bosch worden tussen 9 en 12 december in Filmhuis Jeroen en Casino Ludwig, Parsifal, Hitler en Karl May vertoond. Ter plekke even nagaan wat de juiste aanvangstijden zijn.





Ludwig (Harry Baer), de gekke koning van Beieren.

Theodor Hierneis (Walter Sedlmayer), de kok van Ludwig II.

Hitler: „Rust in vrede”.

„Nee, Hitler dat hóeft voor mij niet meer in deze tijd, daar heb ik wel genoeg van gehad in het verleden ...”
„Die man was gewoon een psychopaat ...”
Reacties bij een vertoning van Hitler, ein Film aus Deutschland
Wat bezielt een man om in deze tijd nog aan te komen met een produkt over een periode die de meeste mensen in Nederland het liefst uit hun geheugen zouden wissen? De man is Hans Jürgen Syberberg, het produkt een zeven uur durende film die met collage-technieken in beeld en geluid de argeloze kijker tracht mee te voeren naar het Duitsland van 1933 tot 1945.
Hitler roept bij elke vertoning heftige reacties op. Het is niet zomaar een wijdlopige visie op het kwaad uit die jaren. Velen vinden dat Syberberg zich op glad ijs heeft begeven door ons voor te houden dat wij allemaal iets van een Hitler in ons hebben. Hij doet dat in een zeer intense reeks beelden. Een gevaarlijke film?

Vernietigd

Geboren in 1935, groeide Hans Jürgen Syberberg op met Hitler. Zijn vader was grootgrondbezitter in Pommeren, Oost-Duitsland en aan materiële dingen ontbrak het de jonge Hans Jürgen niet. Wèl aan speelkameraadjes, hij had weinig contact met de dorpsjongens van zijn leeftijd. Dat veranderde toen hij negen jaar was. De oorlog was voorbij en de Russen hadden bezit genomen van het huis, na alles te hebben vernield wat heilig was in de ogen van hem en zijn ouders. De vernietiging van zijn huis en daarmee van zijn jeugd viel samen met de tweedeling van Duitsland. Zijn familie bleef nog enige tijd in het dorp. Zijn vader was door de Russen aangesteld op een bureau voor de vrede.
Op school was een nieuwe onderwijzeres gekomen. Zingen, tekenen en het lezen van Goethes Faust behoorden tot de nieuwe ervaringen. Op de dorpsschool zaten ook vluchtelingen uit de grote stad, die een heel andere sfeer meebrachten.

Twee jaar leefde Hans Jürgen in deze nieuwe situatie, zijn eigen lot sterk vereenzelvigend met dat van Duitsland: vernietigd, in tweeën gedeeld. Toen vertrok hij met z’n familie naar Rostock aan de Baltische Zee, waar hij kennis maakte met theater en film. Hij zag uitvoeringen van de Urfaust in regie van Benno Besson, assistent van Bertolt Brecht. Brecht nodigde de zeventienjarige Syberberg uit naar Berlijn te komen. Een aantal keren ging hij voorstellingen en repetities van het Berliner Ensemble zien. Deze filmde hij met een kleine 8 mm camera en in 1953 stond zijn besluit vast: hij wilde de stap naar het vrije westen wagen.
Aanvankelijk zou hij met twee vrienden oversteken, maar één haakte voortijdig af. Met de ander maakte hij een ongelooflijke tijd door. De twee werden van het ene vluchtelingenkamp naar het andere verwezen. Het was niet eenvoudig om van Oost naar West te gaan. Syberbergs hoop om film te studeren in West-Berlijn werd niet verwezenlijkt. Na talloze kampen kwam hij terecht op een middelbare school in „het Siberië van Duitsland” zoals hij het zelf noemt Ergens afgelegen in Duitsland, waar een kleine zakradio zijn enige verbinding met de wereld buiten was.
Hoewel hij vastbesloten was films te maken, kreeg hij ook na zijn middelbare schooltijd weinig kans. Hij studeerde literatuur en kunstgeschiedenis in München en promoveerde op het Absurdisme in het theater van Dürrenmatt en tijdgenoten. Na tien jaar vond hij uiteindelijk werk bij de Bayerische Rundfunk in München. Voor deze omroep maakte Syberberg tal van korte en langere filmpjes, documentaires over Beieren, het landschap, de feestdagen en de gebruiken in deze streek. Het meest opmerkelijke was een documentaire over Frits Kortner die List en Liefde van Schiller regisseerde. Een bijna twee uur durende film, waarin alleen het werken aan de zevende scène van het vijfde bedrijf (de beroemde sterfscène) wordt behandeld.
Hierna begon Syberberg voor zichzelf met „Syberberg Filmproduktion”. Hij maakte nog een film over Fritz Kortner, deze maal terwijl hij voor een plaatopname monologen uit Richard III, De Koopman van Venetië (Shylock) en Faust spreekt Er volgden nog enige documentaires en daarna kwamen de grotere films waaronder Scarabea, naar het gelijknamige verhaal van Tolstoi, dat bij verplaatste naar Sardinië. Deze eerste commercieel gemaakte film werd geen succes.

Het waren de jaren van de nasleep van het eerste Festival in Oberhausen (1962), de opkomst van de „jonge Duitse filmers”. Op grond van de ervaringen met Scarabea, pakte Syberberg zijn volgende produktie goedkoper aan. San Domingo maakte hij in München. In het alternatieve circuit liep deze film niet slecht maar zo iets zet financieel weinig zoden aan de dijk. In het buitenland werd zijn werk wel opgemerkt. Vooral in Frankrijk groeide de aanhang van de eigenzinnige Duitser. In dezelfde tijd als San Domingo vond Syberberg het verloren gewaande materiaal uit 1953 terug: de

Collage

8
mm film-opnamen van Brechts Berliner Ensemble. Hij zette ze over op 35 mm, voorzag ze van commentaar en tussentitels en bracht ze wederom in eigen beheer uit.
Twee jaar na deze film, Nach meinem letzten Umzug, verraste hij de wereld met een merkwaardig produkt over de sprookjeskoning van Beieren, koning Lodewijk II, Ludwig. Deze film kreeg heel wat belangstelling, vooral ook omdat hij toevallig in hetzelfde jaar uitkwam als Visconti’s Ludwig (1972), waardoor de twee nogal eens werden vergeleken en gezamenlijk besproken op festivals.
Ludwig is collage-achtig opgebouwd, met scènes waarbij projecties van dia’s en andere films diepte geven en inhoudelijk een extra dimensie bieden. Syberbergs beproefde projectiemethode is ook een simpele oplossing voor het dure produktie-proces van draaien op locatie. Fantastische werelden worden opgeroepen met simpele middelen. Deze „achtergrondprojectie” is in werkelijkheid een projectie van een dia- of filmapparaat van voren, een front-projectie dus, mogelijk gemaakt door het monteren van het projectieapparaat in overeenstemming met de filmcamera, waarbij de projectie tot stand komt via een half-doorlaatbare spiegel, waardoorheen de camera opneemt Het beeld dat op de personen en objecten vóór de projectie valt kan worden weggewerkt met voldoende belichting. De enige beperking van deze techniek met ongekende mogelijkheden is, dat de camera nagenoeg onbeweeglijk moet zijn en dat de spelers weinig kunnen bewegen, omdat ze gebonden zijn aan de noodzakelijke belichting die het beeld van hun gezicht en dergelijke moet „wegwassen”.
Door deze projectietechniek krijgen sommige scènes een fantastische onwezenlijkheid, die aan een sprookjeswereld doet denken. Bij Ludwig werd gebruik gemaakt van operadecors van Wagner via projectie.
In tegenstelling tot de vele lagen in Ludwig werd Theodor Hierneis, oder wie man ehemaliger Hofkoch wird opgenomen in de realistische omgeving van de kastelen Neuschwanstein en Linderhof, beide door Ludwig gebouwd. Theodor Hierneis was de kok in Ludwig. Deze gemoedelijke, praatgrage man, gespeeld door Hans Sedlmayer, overdenkt zijn eigen leven en daarmee dat van zijn werkgever.
Weer bleef het twee jaar stil rond Syberberg. Zijn volgende film was een verrassende realiteit. Karl May, auf der Suche nach dem verlorenen Paradies werd geheel op locatie in Wenen opgenomen. De film geeft de laatste twaalf jaar weer uit het leven van Karl May, de beroemde Duitse schrijver. Het zijn de jaren van zijn strijd om erkenning, van intriges en rechtszaken die uiteindelijk resulteren in het vinden van het paradijs.
Het geheel is in de vorm van een echt huiskamerdrama gegoten. Het feit, dat Syberberg oude UFA-sterren als acteurs en actrices koos geeft deze film een extra dimensie. De gezichten van Lil Dagover, Kristine Söderbaum en Helmut Käutner voeren je naar een tijd die geweest is, een definitief verleden.


Hans Jürgen Syberberg: „Er zijn geen helden, behalve wij, en er is geen plot, behalve ons eigen verhaal.”
Foto Bert Verhoef

Nederlaag

Op dit punt was het Syberberg duidelijk geworden dat zijn volgende film de afsluiting moest worden van een trilogie, begonnen met Ludwig. Honderd jaar Duitse geschiedenis in drie delen. Ludwig en Theodor Hierneis vertegenwoordigden het oude Duitse rijk, Karl May het Duitsland aan het begin van de twintigste eeuw. De bange voorgevoelens van koning Ludwig lijken bewaarheid te worden: industrialisatie en de opkomst van het proletariaat. Een periode die afgesloten wordt met de nederlaag van de vrede van Versailles, een afgekalfd en kleiner Duitsland. Wat anders kon er volgen dan Hitler, ein Film aus Deutschland.
Bij wijze van voorstudie filmde Syberberg een paar dagen bij Winnifred Wagner, de schoondochter van Richard. Het was aanvankelijk de bedoeling dit materiaal in de film te gebruiken, maar er was zóveel dat Syberberg besloot tot het uitbrengen van een zelfstandige film van vijf uur: Winnifred Wagner und die Geschichte des Hauses Wahnfried 1914-1975. Gesprekken met een oude krasse dame, wie schoonvader veel van zijn roem dankte aan de steun van Ludwig. Richard Wagner en Ludwig kenden beiden het werk van Karl May. Hitler was geregeld te gast bij de Wagners, dweepte met Wagners muziek en had grote verering voor het werk van Karl May.

Hitler dus. Een logisch gevolg van alles wat voorafgegaan was. De produktie heeft vier delen. De lengte, zeven uur, staat doorgronden na één keer zien in de weg. Je moet Hitler een paar keer bekijken om oog te krijgen voor de rijkdom aan details, visuele, maar vooral verbale. De eerste delen zitten hecht in elkaar en zijn zeer spannend. De enorme rijkdom aan woorden en beelden vermoeit niet, maar doet juist de tijd vergeten.
Er wordt heel wat gezegd. In het begin wordt de kijker gedwongen bij zichzelf te rade te gaan. Niet Hitler maar onze Hitler is het thema. Iedereen heeft iets van een Hitler in zich en daarom ging het zoals het ging, nam de geschiedenis zijn overbiddelijke loop, stelt Syberberg. Geen goedpraterij, maar de uitnodiging tot deelname aan een spel met als regels: er zijn geen helden, behalve wij, en er is geen plot behalve ons eigen verhaal.
Het is geen catastrofe-film, maar de film als catastrofe. De onherhaalbare realiteit wordt niet getoond. Het is een zeven uur durende reis die begint op een kermis en eindigt met een traan in de ruimte. Daartussen scènes waarin Hitlers persoonlijke kamerbediende, de film-operateur, de masseur van Himmler, de astroloog en anderen aan het woord komen.
De projectie-methode staat weer garant voor het oproepen van bizarre werelden in de leegte van een grote filmstudio. Het motto van de film – „en had ik al het geloof zodat ik bergen verzette, maar had de liefde niet, ik ware niets” – verschijnt aan het eind, nadat wij meerdere malen de opname van Goebbels’ stem hebben gehoord: „Geloof verzet bergen; dit bergen-verzettend geloof moet ons allen vervullen” (1943).
Een benadering van de man, zoals nog niet vertoond is. Zijn kamerbediende gaat nauwgezet in op het vraagstuk van de pakken, petten, schoenen, sokken en stropdassen van zijn Führer. De filmoperateur weet te vertellen, dat Gejaagd door de Wind en vooral Broadway Melody zeer geliefd waren in de tijd dat er nog films gedraaid werden in plaats van de obsessie voor nieuwsfilms later. Naast deze spelers van personages treden twee figuren op als commentator. Ze zijn zichzelf en leggen ons uit over Hitler, de laatste geschiedenismaker in Europa. Alsof het onderwerp nu voorgoed begraven mag worden, is de laatste tekst voor de aftiteling aan het eind: „Rust in vrede”.
Vier jaar had Syberberg nodig om aan geld te komen voor een nieuwe film. Ook het onderwerp was niet meteen beslist. De trilogie was af en de Duitse geschiedenis van de laatste honderd jaar behandeld. Maar er leek iets aan te ontbreken. Er was nog geen totale bevrijding. Het element van de „graal” kwam reeds in Hitler voor. De begin- en eindtitels verwijzen ernaar. Maar het blijft binnen Hitler onduidelijk, wat die graal nu is. Een zeer logisch eindpunt, waarmee alles gezegd kon zijn, zou daarom Parsifal zijn.
Even in Nederland deze week, met Edith Clever die in de film Kundry speelt, beantwoordde Syberberg enige vragen.

Waarom Parsifal en waarom van de trilogie een cyclus gemaakt?
„Als je naar mijn films kijkt en je beziet het werk in chronologische lijn, dan kan er maar één eindpunt zijn, en dat is Parsifal. Al mijn films in volgorde bekeken leiden naar dat ene eindpunt, waarin alles logisch wordt opgelost.”
Op de vraag, waarom Parsifal zo gemaakt is, en waarom eigenlijk een jongen en een meisje Parsifal vertolken, antwoordt hij: „De zoektocht naar de eigenlijke Parsifal is de oplossing van de film. Je kunt natuurlijk een jonge jongen nemen, en die kan er dan ook nog als een sater uitzien, maar dat is te simpel. Alleen een meisje voor de rol nemen, betekent dat je niet de geest hebt. Parisfal is een groots bevrijdingsdrama. De verzoening... de twee helften samen is het hele drama...”

Anti-klimaat

Naar aanleiding van het boekje dat geschreven is ter gelegenheid van De Graal-Cyclus, wordt gevraagd: Denkt u echt dat er een anti-Syberberg klimaat heerst in Duitsland?
Ontspannen antwoordt Syberberg: „Het heeft niet zozeer met mijn persoon te maken, er is meer aan de hand. Natuurlijk, ik raak aan Hitler en zijn tijdperk, juist nu er zo’n drang bestaat om alles wat met hem te maken had weg te doen Ik haal alles weer naar boven. Maar de geschiedenis van de laatste oorlog is een bijzonder geval. De nieuwe situatie met de nieuwe regering is niet specifiek anti-Syberberg, sterker nog: het groteske is, dat de nieuwe regering eigenlijk tegen mijn vijanden is en toch ook tegen mij.”
Ik merk wel, dat Syberberg milder in zijn standpunten is geworden, of is het slechts de prachtige herfstdag en zijn ontmoeting met de actrice Edith Clever, die de volgende dag reeds weer door moet naar Berlijn?
Zij vertelt over de spanning om als actrice te moeten balanceren binnen de grenzen van bewegingsvrijheid die er zijn als je niet zelf zingend in een opera meedoet, die op zijn beurt weer gefilmd wordt. Het is heel moeilijk om de balans te vinden, vertelt ze, maar als je hem vindt, gebeurt er een wonder.
Een laatste vraag Syberberg: „Vindt u dat uw kunst provocerend is?”
„Nee, niet zozeer een provocatie. Alle kunst is provocerend, ook de Nachtwacht! In die tijd hield plotseling iemand zich bezig met iets wezenlijks. Alle franje was weggehaald en het innerlijk van de mensen kwam naar boven, dat was ook provocerend.”


[1]In: De Volkskrant, 28 oktober 1983.



Terug naar de Nederlandstalige bibliografie.

Terug naar de Karl May-startpagina.

Terug naar de Apriana-startpagina.