Kerk in de wereld Ė Karl May leeft nog voort in Duitse boeken

door Aldert Schipper 1


„Indianen hebben een roodachtig bruine, niet al te donkere huid en lang blauw-zwart haar. Zij dragen een veren hoofdtooi, moccasins en kleren waarin rafels zijn geknipt Ze zijn gewapend met (scalpeer)messen, tomahawks, pijl en boog, speren en geweren, rijden op een mustang en lelden een zwervend bestaan in wigwams. Soms schilderen zij zichzelf.”

„Indianen zijn onbeschaafde wilden. In vredestijd of tegenover een bevriende blanke zijn zij edel, zeer moedig, eerlijk, trouw en zwijgzaam. Als ze worden uitgedaagd neemt hun wilde bloed echter de boventoon en geven zij blijk van moordlust, bloeddorst, fantastische gemeenheid en een wraakzucht, die zo sterk Is dat deze kan leiden tot zelfvernietiging. Indiaanse mannen zijn vrij lui; zij doen alleen aan jagen en vechten. De vrouwen zijn hun onderdanig en moeten hard werken.”

„Voordat de blanken kwamen, vochten de talrijke Indianenstammen met elkaar. De leiders van de stammen waren de hoofden, de moedigste en wijste krijgslieden. Medicijnmannen waren dom en wreed en zij riepen geesten op. Indianen scalpeerden hun gedode vijanden en martelden hun gevangenen dood. Zij leefden van de jacht en volgden de buffalo’s door de prairies. Hun ras en hun levenswijze waren gedoemd uit te sterven, want die stonden de blanke onrechtvaardig tegenover de indianen. Heden ten dage wonen nog maar weinig Indianen in de reservaten, terwijl de meesten hardwerkende en beschaafde burgers van de VS zijn geworden.”

Dit beeld van de Indianen leeft volgens enkele Duitse onderzoekers nog steeds in de geest van de Duitse jeugd. De Frankfurter Dieter Kirsch ging eens na wat voor beschrijving 15-jarige Duitsers over indianen voorgezet krijgen in de meest gekochte jeugdliteratuur. De meeste informatie over Indianen krijgen de Duitsers direct of indirect nog steeds uit de boeken van Karl May, de schrijver van talrijke werken over vreemde volken, waaronder een stapeltje veelgelezen avonturenromans over Indianen. Karl May is in 1912 overleden, maar blijkbaar wordt de door hem samengestelde sentimentele en romantische vertekening door de meeste schrijvers na hem bevestigd, want een andere onderzoeker, Wolfgang Breu, onderzocht in 1978 zestig jeugdboeken. Hoewel hij zorgvuldig de boeken van Karl May vermeed, kwam hij toch tot de slotsom dat slechts 24 van de zestig titels konden bijdragen aan het overwinnen van de vertekeningen die Karl May heeft verbreid. Als men dan bedenkt dat die juistere boeken toevallig tevens de minst verspreide zijn, dan kan men met anders dan bezorgd zijn over de juistheid van wat Duitsers over indianen denken. De Duitsers zijn echt niet de monopolisten op het gebied van onjuiste beelden van buitenlanders. Wij Nederlanders kunnen er ook wat van.

Racismeprogram

Zolang hij bestaat heeft de wereldraad van kerken gewaarschuwd tegen racisme en in 1971 riep de raad zijn leden op het wegnemen van racisme en discriminatie te maken tot een eerste taak van het kerkelijk vormingswerk. In 1973 sloeg de wereldraad zelf de hand aan de ploeg door het programma tot bestrijding van het racisme (PCR) op te zetten. Vooral in landen waar racisme is verbreid ontstond in de loop der jaren weerstand tegen het PCR, waarop de wereldraad besloot het programma aan een nader onderzoek te onderwerpen. Dat is intussen aan de gang. Het moet uitlopen op een grote conferentie, die deze zomer in Noordwijkerhout plaats heeft. Het is te verwachten dat hier zal worden uitgesproken dat de strijd tegen racisme zich moet verdiepen. We zullen meer moeten kijken naar de oorzaken van het racisme. Wil men als kerk immers iets tegen de zonde doen dan zal men zoeken waar de wortels liggen. Dat is een oude kerkelijke wijsheid.

Ook de wereldraad is daarmee bezig. Zo organiseerde het PCR in 1977, ter gelegenheid van het Internationaal Jaar van het Kind en tegelijk met de boekenbeurs in Frankfurt in de nabijgelegen Evangelische Akademie in Arnoldshain een kleine conferentie, waar werd gepraat over kinder- en schoolboeken als bron voor raciaal vooroordeel bij kinderen en dus later bij volwassenen De boeken die jongeren onder ogen krijgen zijn erg belangrijk voor hun latere houding. Het zal ieder duidelijk zijn dat een jong aangeleerde bevooroordeelde houding tegenover mensen van andere cultuur of huidskleur het later voor iemand erg lastig zal maken om een natuurlijke en evenwichtige kijk te krijgen.

Anti-racisme

Tijdens de gesprekken in Arnoldshain onderscheidde iemand drie soorten boeken in verband met racisme. Je hebt, zei hij, racistische, niet-racistische en anti-racistische boeken. Er bestaan nog steeds echt racistische boeken voor de jeugd. Er werden daarvan verschillende voorbeelden gegeven. Maar de onderwijsdeskundigen hebben niet stilgezeten en zij hebben hun best gedaan om racistische elementen uit de boeken te verwijderen. Dat heeft geleid tot het ontstaan van niet-racistische boeken.

Hierin ontbreken niet alleen openlijk racisme, maar ook verborgen vooroordeel en stereotiepering. Zulke school- en leesboeken zouden ideaal zijn, als onze wereld al niet sterk zou zijn aangetast door racisme en vooroordeel. Als je in de kinderboeken daaraan voorbij gaat, krijgen de kinderen een onvolledig beeld via de televisie in aanraking komen met racistische uitingen en daar door hun lesmateriaal niet op zouden zijn voorbereid, kan er nog van alles mis gaan. Daarom wordt er de laatste tijd gepleit voor anti-racistische kinderboeken en onderwijsmateriaal.

Is iemand, die zelf niet tot een gediscrimineerde groep hoort wel in staat anti-racistische boeken te schrijven? Een gevoelige vraag.

Toch zei men in Arnoldshain dat ook „bekeerde” blanken maar eens moeten proberen anti-racistische kinderen schoolboeken te schrijven. Er werd een lijstje van eisen gemaakt, waar anti- en niet-racistische boeken aan voldoen. Mensen uit de Derde Wereld worden er in voorgesteld als volledig in staat tot het nemen van besluiten over hun eigen leven. Hun gewoontes, hun levenswijze en traditie wordt er zo in gepresenteerd dat de waarde er van tot uitdrukking komt. De helden van de Derde Wereld behoren ook hier als zodanig beschreven te worden. Pogingen om zich te bevrijden moeten als juist en niet als onwettige activiteiten worden behandeld. Voorkomen moet worden dat een Europees kind zich meerderwaardig voelt omdat het andere uiterlijke kenmerken bezit. De afbeeldingen tonen mensen uit het Derde Wereld ook in en dominerende rol.

Tien geboden

Ten slotte kwam men in Arnoldshain met een soort „Tien Geboden” voor degene die een boek voor kinderen koopt.

1. Ken de schrijver. Hoort hij tot de beschreven groep en zo niet, heeft hij sympathie voor de groep en heeft hij voldoende kennis van zaken?

2. Kijk naar de afbeeldingen. Zie ik half-naakte wilden? De autochtone bediende en de dominerende Europeaan? De passieve, luie inboorling en de actieve Europeaan?

3. Wat is de boodschap van het verhaal? Wordt de Europese cultuur als superieur voorgesteld. Wordt de persoon uit de Derde Wereld voorgesteld als onderdanig en als iemand die elk onrecht vergeeft of moet hij een super-mens zijn om door de Europeaan te worden aanvaard.

4. Hoe wordt de manier van leven afgebeeld? Wordt de indruk gewekt dat deze op een of andere manier minder is dan de Europese? Worden belangrijke gebruiken als platvloers of uitzonderlijk voorgesteld. Wordt er een poging gedaan om de waarde van tradities aan te geven?

5. Hoe worden de verhoudingen tussen de mensen weergegeven? Zijn de mensen uit de Derde Wereld aldoor onderdanig? Worden vrouwen als gelijkwaardige partners bij belangrijke beslissingen beschreven?

6. Wie zijn de helden in het verhaal? Zijn het diegenen die een rol gespeeld hebben die gunstig is voor de Europeanen?

7. Overweeg welk resultaat het boek zal hebben ten aanzien van het beeld dat je kind heeft van de Derde Wereld. Wordt zijn meerderwaardigheidsgevoel tegenover mensen uit de Derde Wereld versterkt?

8. Hoe wordt de taal van de groep uit de Derde Wereld weergegeven. Wordt de schoonheid er van, het rythme en de beeldenrijkdom geŽerbiedigd?

9. Komen er christelijke noties in voor, die racisme kunnen bevestigen. Wordt het lijden van de mensen voorgesteld als iets dat God wil en waar je dus blijkbaar voor moet zijn? Wordt het bestaan van arme en rijke mensen als van God gewild voorgesteld? Worden er gezangen gebruikt, die blank met goed en zwart met kwaad gelijkstellen? Wordt het christendom zo voorgesteld dat mensen met een andere godsdienst er door beledigd worden?

10. Wie heeft het boek uitgegeven? Heeft de uitgever een naam op het gebied van niet-racistische of anti-racistische boeken?

Vooral op dat laatste punt is het belangrijk om voorzichtig te zijn. Tijdens de bijeenkomst in Arnoldshain maakte bij voorbeeld een van de Westduitse deelnemers bekend, dat de grote en weinig scrupuleuze uitgever Axel Springer de redacteuren van zijn kranten opdracht heeft gegeven over IsraŽl en joden alleen positief te schrijven. Wie dus iets aardigs over IsraŽl leest moet met automatisch menen dat hij te maken heeft met een publikatie die van racistische smetten vrij is.

Over de conferentie in Arnoldshain is bij de Wereldraad van Kerken een boek verschenen. Het heet The Slant of the Pen en is verzorgd door Prof. Roy Preiswerk. De prijs is Zwitserse francs 12,90. De citaten aan ’t begin van dit artikel en de illustratie 2 komen uit dit boek 3.


[1]In: Trouw, 11 april 1980.
[2]Er staat helemaal geen illustratie in of bij dit artikel!
[3]Nu mag Karl May inderdaad bestaande stereotypen over indianen in zijn boeken hebben verwerkt, maar niemand kan en mag beweren dat hij racistisch was! Wat we wťl kunnen en mogen beweren is dat dankzij de hierboven beschreven bemoeizucht van volwassenen veertig jaar later bijna geen kind meer leest!



Terug naar de Nederlandstalige bibliografie.

Terug naar de Karl May-startpagina.

Terug naar de Apriana-startpagina.