KARL MAY
een romantische rebel


M. Wijma 1



Eigenlijk was de echte Karl May een veel interessanter figuur, dan de geïdealiseerde Karl May, alias Old Shatterhand. De echte Karl May leefde voortdurend op voet van oorlog met zijn omgeving. En dat niet alleen. Ook met zichzelf lag hij voortdurend overhoop.
Hij had als het ware verschillende stemmen in zijn hoofd: de ene stem zette hem aan tot slechte dingen, zoals diefstal; en de andere stem was lief en zacht en die wilde dat hij de hele wereld zou hervormen, de stem van de romantische rebel.
Nu is het natuurlijk zo, dat in ieder mens - ook in jou en mij - om zo te zeggen goede en kwade stemmetjes spreken. Die beïnvloeden je gedrag. Maar je hebt daar min of meer wel controle over. Je weet wat je doet en je kunt zeggen waarom. Bij Karl May echter waken die stemmen zo sterk, dat hij door de ene of de andere stem totaal werd meegesleurd. Hij was daaraan overgeleverd. Hij was dan ook geestesziek. Schizofreen is een moeilijk woord, waarmee men een dergelijke innerlijke gespletenheid aanduidt. Voor een deel kun je die schizofrenie van Karl May verklaren door de omstandigheden in zijn jeugd:
Karl May werd in 1842 geboren in Saksen in Duitsland in zeer armoedige omstandigheden. Zijn vader kon als wever ternauwernood de kost verdienen voor de twee grootmoeders, de moeder, Karl en zijn vier zusjes. Bovendien was Karl tot op zijn vijfde jaar blind. In die tijd heeft één van zijn grootmoeders hem eindeloos sprookjes verteld. Dit heeft zijn fantasie en voorstellingsvermogen erg ontwikkeld.
Maar toen hij eenmaal kleuter af was en ondertussen weer kon zien, was het uit met dat stukje warme genegenheid. Hij moest naar school, want zijn vader wilde dat hij later iets kon ‘presteren voor het algemeen welzijn der mensen.’
Daarnaast moest hij geld verdienen. Hij werd kegeljongen in een dorpskroeg. Daar bevond zich ook een uitleenbibliotheek. Als het maar even kon, zat hij te lezen in sensatieboekjes over edele rovers en een ontaarde maatschappij. Hij ging er zozeer in op, dat hij werkelijkheid en fantasie door elkaar haalde. Op een keer liep hij van huis weg om bij een van zijn boekenhelden Rinaldo Rinaldini om geld te vragen!
De jonge dromer moest nog een harde strijd voeren met zichzelf en met de wereld om hem heen. Aan het einde van zijn opleiding als onderwijzer wordt hij vals beschuldigd van diefstal, zodat hij enige maanden in de gevangenis moest doorbrengen.
In het 50ste deel van de Karl May Pockets (dat deel gaat over de schrijver zelf), schrijft hij dat deze gevangenisperiode op hem de uitwerking had van een klap, een slag op het hoofd waaronder men innerlijk in elkaar zakt. ‘En dat deed ik ook! Ik stond weliswaar weer op, doch slechts uiterlijk: innerlijk bleef ik als verdoofd liggen; wekenlang, ja maandenlang. Er sprak voortdurend een gestalte in mij die walgelijk, afschuwelijk, honend, afstotend, steeds duister en dreigend was. Hij sprak hele dagen en nachten voortdurend tegen mij. En hij wilde nooit het goede, maar altijd slechts dat wat boos en onwettig was.’
Op een gegeven moment stal hij kostbaar bont. Daarvoor kreeg hij vier jaar gevangenis. In de gevangenis streed hij met de in hem schreeuwde stemmen en het lukte hem hen tot zwijgen te brengen. Hij verdrong ze, omdat hij een geweldig ideaal ging koesteren: sprookjesverteller worden, net als zijn grootmoeder. Want slechts daarin lag diepverborgen de waarheid, die men op andere wijze nog niet kon zien. ‘Ik wilde zelf een sprookje worden, ikzelf, mijn eigen ik, ik wilde ervaringen uit mijn eigen leven en omgeving halen en kon daarom steeds naar waarheid beweren, dat alles wat ik vertelde zelf beleefd en meebeleefd was. Maar ik moest deze sprookjesverhalen ook verleggen naar verre landen en naar verre volken om ze die werking te geven die ze in de kledij van het eigen land niet zou bezitten.’
Zo heeft Karl May zichzelf een rol toebedacht als romantische rebel, als vechter voor een nieuwe wereld en hij zou zelf het voorbeeld zijn.
May’s reizen door Noord-Amerika en Noord-Afrika zijn zwerftochten, al dan niet met het karakter van een vlucht. En in zijn verhalen over Winnetou en Old Shatterhand vind je zijn idealen terug: sterk geïdealiseerde helden die leven in een wereld waarin recht en orde, deugd en goedheid steeds beloond worden.

WINNETOU IS GROOT, MAAR
OLD SHATTERHAND IS GROTER

In het eerste deel van de Karl May Pockets Winnetou, het grote opperhoofd maken we voor het eerst kennis met de hoofdpersoon, de ‘ik’ van het verhaal: Old Shatterhand. Hij is dan nog maar net gearriveerd in het Wilde Westen en hij is dus vreselijk onervaren.
Maar dat neemt niet weg dat hij van meet af aan onbetwist de blanke held is in alle opzichten. ‘Die kerel, heeft de kracht van een buffel, spieren als een mustang, pezen als een hert, ogen als een valk, oren als een muis en zo’n vijf tot zes pond hersens in zijn hoofd, naar zijn voorhoofd te oordelen. Hij schiet als een ervaren jager, rijdt als een prariegeest en gaat, ofschoon hij er nog nooit één heeft gezien, buffel en grizzly te lijf alsof het guinese biggetjes waren.’
En al deze geweldige eigenschappen stellen hem in staat met alle slechte elementen die op zijn pad komen, af te rekenen.


In het kort komt de inhoud van het eerste deel hierop neer:
Old Shatterhand verricht in blank gezelschap landmetingen voor een aan te leggen spoorlijn. Hij ontmoet zodoende het groot opperhoofd der Apachen en zijn veelbelovende zoon Winnetou. Winnetou is een prima indiaan en bovendien weet hij al aardig wat af van de blanke beschaving, omdat hij een blanke leermeester heeft. De indianen zijn tegen de spoorlijn en verklaren de blanken de oorlog. Bij deze strijd wordt op laffe wijze de leermeester van Winnetou gedood. Old Shatterhand voegt zich bij de indianen en belooft de opvoeding van Winnetou voort te zetten. Deze eeuwige broederschap wordt volgens indiaans gebruik bezegeld met het drinken van elkaars bloed. Maar voor het zover is, moet er nog veel gevochten worden. Vele heldendaden worden verricht en steeds overwint eerlijkheid en deugd. Old Shatterhand verblijft nog enige tijd bij de indianenstam, maar dan wil hij weer verder trekken. De zuster van Winnetou is verliefd op Old Shatterhand. Zij wil zijn vrouw worden. Daarom verloochent ze haar eigen indiaanse afkomst en reist, vergezeld door haar vader, naar de grote Amerikaanse steden ‘met het doel de hooggeprezen zegeningen van de blanke beschaving te leren kennen!’ Pas dan zou ze Old Shatterhand gelijkwaardig zijn. Onderweg sterft ze. (Ze mòest wel sterven. Immers Old Shatterhand kon moeilijk met een vrouw aan zijn zijde nog veel heldendaden verrichten en het zou een al te grote onbeschaamdheid zijn, haar verlangen te negeren!) Niet alleen zij, maar ook haar vader wordt op lafhartige manier doodgeschoten. Nu is Winnetou het grote opperhoofd. De laffe moordenaar ontsnapt echter net op het einde. In een van de volgende delen zal de schurk zijn einde vinden.


[1]In: Tikker, 2e jaargang (1979), nr. 2



Terug naar de Nederlandstalige bibliografie.

Terug naar de startpagina.