| Old Shatterhand knikte bevestigend. Gesteld dat aan de overkant een vijandelijke spion loert, Mr. Frank, zei hij, wiens ogen ik tussen de bladeren zie schitteren. Ik moet hem doden, anders breng ik mijn eigen leven in gevaar. Als ik mijn geweer aanleg, trekt hij zich onmiddellijk terug. Daarom moet ik het knieschot toepassen. Je pakt je geweer, tilt het langzaam op en doet of je het wilt nazien. Je houdt je doel scherp in de gaten, zoals Winnetou en ik nu doen...! |
| Het schot flitste en tegelijkertijd knalde de zilverbuks van de Apache. De Shoshones wierpen bijgelovige blikken op de beide beroemde mannen. Ondanks het moeilijke knieschot waren beide vijandelijke spionnen in het voorhoofd getroffen. (Uit Het geheim van den witten Bison ofte wel De zoon van de Berejager van Karl May). |
| Ik sprong hem op de rug, zodat hij languit tegen de grond smakte. Een vuistslag tegen de slaap en hij verroerde zich niet meer. Old Shatterhand had zijn naam eindelijk weer eens eer aangedaan! (Uit: Old Shatterhand als detective, Karl May) |
| En waar er ooit rond de kampvuren tussen Mississippi en Rotsgebergte over de daden van Winnetou en Old Shatterhand werd gesproken, werden naast de zilverbuks van Winnetou ook de beredoder en het Henry-geweer van zijn blanke broeder genoemd! (Uit: Winnetou, het opperhoofd der Apachen, Karl May) |
| De namaakkogels troffen natuurlijk geen doel. Ik was ongedeerd gebleven en had de kogels met mijn hand opgevangen. Sjeitan sahibi, de duivel is met hem werd er gezegd. Hoe kan de duivel hem bijstaan, terwijl hij de koran eet? Nee, Allah is groot! De list was gelukt. Kara Ben Nemsi was kogelvrij! (Uit: Door het land der Skipetaren, Karl May) |
| [1] | In: Accent, 15 januari 1977 |