Karl May zèlf – niet zijn helden

door Guus Luijters 1


In de plaatselijke maar daarom niet minder voortreffelijke boekhandel (als ik weer met een lichte aarzeling in mijn stem informeer of een bepaald werkje wel leverbaar is, zegt de eigenaar altijd: „Zoals een goede boekhandel betaamt, hebben wij ieder goed boek in huis”) werd ik overvallen door een paar kinderen met een vragenlijst in hun hand.
Of ik wel eens een boek las, wilden ze weten, en wat mijn favoriete kinderboek was en welk kinderboek ik het mooiste vond, toen ik zelf nog kind was. En terwijl ik braaf antwoordde (jazeker las ik weleens boeken en het mooiste vond ik vroeger „Het slot op den Hoef”, terwijl ik nu de voorkeur geef aan „Winnie de Poeh” en „Alice in Wonderland”) drong het tot me door dat het dus weer kinderboekenweek was.
Kinderboeken, of een kinderboekenschrijver, had ik daar nog niet iets mee te verhapstukken, bedacht ik, toen ik eenmaal weer thuis was. Na een half uurtje nadenken wist ik het weer. Afgelopen zomer schreef ik een stukje over de schrijver van „Schateiland” en „Dr. Jekyll en Mr. Hyde”. Robert Louis Stevenson, waarin ik het onder meer over het feit had, dat deze auteur nog al eens geplaagd werd door „schrijfkramp”.
Naar aanleiding van dit stukje kreeg ik een brief van iemand, die me meldde dat Stevenson niet de enige was die met deze kwaal te kampen had, en hij citeerde: „Dafür aber Schmerzen, unaufhörliche, fürchterliche Nervenschmerzen, die des Nachts mich emporsessen 2 und am Tage mir die Feder hundertmal aus der Hand reissen!” De briefschrijver had het over Karl May en hij vertelde dat hij (in samenwerking met zekere dr C. J. Schuurman) een boekje over May had geschreven, en wel onder pseudoniem, omdat hij zoals hij schreef behoort tot de personen, „die van de gewone in de looppas overgaan als er een wolk voor de zon schuift of omgekeerd”, een citaat dat me nog steeds veel plezier bezorgt, maar dat ik niet heb kunnen thuisbrengen, helaas.

Het boekje zou me worden toegestuurd, en de dag nadat het me te binnen was geschoten, was het er ook. De titel luidt: „Dr Karl May, en het is geschreven door E. van Linden en dr C. J. Schuurman, die volgens een bijgevoegde bibliografie boeken heeft geschreven als „Perspectief der ziel”, „Stem uit de diepte”, „De ziel als brandpunt van het scheppingsproces” en „Op zoek naar de mens”, allemaal titels bij het horen waarvan de schepper van die school in Loenen met metafysische boven- en alcoholische onderbouw het water in de mond zou lopen.
Karl May, dat is de schrijver van „Winnetou” en „De zwarte Mustang”, boeken waarbij ik vroeger, als ik het me goed herinner, zachtjes heb zitten huilen en dus was er geen enkele reden het boek van Van Linden en Schuurman niet ogenblikkelijk ter hand te nemen. Een amusant boek, waar ik, omdat ik van May absoluut niets weet, nauwelijks een aanmerking op durf te maken. Zijn levensverhaal staat er uitgebreid in en met het illustratiemateriaal is niet karig omgesprongen, al zijn de bijschriften helaas niet altijd even duidelijk. Verder zijn er talloze May-citaten en tientallen verzen van zijn hand opgenomen, en het geheel wordt afgesloten met een bibliografie, waaruit blijkt dat May zijn hand er niet voor omdraaide om zoals in 1893 bijvoorbeeld maar liefst veertien boeken te publiceren, waaronder dan de eerste drie delen van „Winnetou” en „Das Testament des Apachen.” 3 En dat vind ik gelijk het enige jammere van dit boekje, namelijk dat er nauwelijks met een woord over Winnetou, Old Shatterhand, Firehand, Surehand en hoe al die jeugdhelden ook heten mogen, wordt gerept. Is May niet door deze helden onsterfelijk gebleken? Wat dat versje van Hans Dorrestijn en die brief van C. J. Aarts in dit boek moeten, is me trouwens ook niet helemaal duidelijk, maar dit terzijde.

Dr. Karl May kost ƒ 7,50. Nadere inlichtingen: E. van Linden, Vrijheidslaan 58-3 hoog, Amsterdam.


[1]In: Het Parool, 23 oktober 1976.
[2]Correct is emporzerren. De rest van het citaat is wel goed gespeld en komt uit „Mein Leben und Streben”, pp. 299-300.
[3]„Das Testament des Apachen” is geen boek, maar het laatste hoofdstuk uit het boek „Winnetou, der rote Gentleman, 3. Band”, dat inderdaad in 1893 werd uitgegeven. Weliswaar was Karl May van plan om na „Winnetou IV” (verschenen 1910) nog een boek genaamd „Winnetous Testament” te schrijven, maar door de processen en zijn plotselinge dood is daar niets van terecht gekomen. Pas tussen 1999 en 2006 schreven Jutta Laroche en Reinhard Marheinecke hun versie van „Winnetous Testament” in acht delen, maar dat was allemaal ruim na 1893.



Terug naar de Nederlandstalige bibliografie.

Terug naar de Karl May-startpagina.

Terug naar de Apriana-startpagina.