Indiaan is geen Kluk-Kluk
DE KIVA, EEN VRIENDENKRING VAN INDIANEN

anoniem 1


Wij willen de Indianen uit de kinderkamer halen. Als Nederlanders aan Indianen denken, hebben ze het altijd meteen over Kluk-Kluk en over kromme praat. Maar zo is de echte Indiaan niet. Hij heeft een prachtige cultuur, hij behoort tot een interessant volk, taai, onverzettelijk, waardig vooral. Merkwaardig genoeg is er in Nederland geen enkel goed boek over de Indiaanse cultuur. Misschien komt daar onder invloed van het verzet van de Indianen nu verandering in. Als wij daaraan kunnen meewerken, graag. We spelen beslist geen Indiaantje”.

Boekhandelaar Johannes Heyink (66) uit Bennebroek is het opperhoofd van de Kiva-club, een vriendenkring van Indianen en Karl May. Een kleine driehonderd mensen („Van schooljongens tot artsen, advocaten en hoogleraren”) zijn er bij aangesloten. Zij roken tijdens hun halfjaarlijkse bijeenkomsten (pow how) geen vredespijpen, zij spelen geen krijgertje, zij tooien zich niet in soepjurken met een veer in het haar, maar zij verdiepen zich in de Indiaanse cultuur. Die kennis willen ze graag verspreiden.

Pow how

Morgen is er weer zo’n pow how in Laren. Die bijeenkomst staat natuurlijk in het brandpunt van de actualiteit: de Indiaanse bezetting in Wounded Knee. Zonder twijfel worden alle ogen gericht op een 59-jarige Rotterdamse huisvrouw met nog vijf van de zeven kinderen thuis, Maria van Kints-Kooke. Zij is ’n hartstochtelijke vriendin van de Kiva en zij is al drie keer naar de Verenigde Staten gegaan, enkel en alleen om de Indianen in hun reservaten op te zoeken. Russel Means, die de bezetting in Wounded Knee leidt, kent ze persoonlijk.
Hoe komt een „gewone huisvrouw” er toe in ’66, ’68 en ’72 haar man en al haar kinderen achter te laten en maandenlang in de Verenigde Staten rond te zwerven?
We treffen de voortvarende Rotterdamse in haar met talloze Indiaanse herinneringen aangeklede huiskamer. ’t Is net een museumpje of liever een winkeltje, een eetbar die als toonbank dienst doet, versterkt die indruk nog. Natuurlijk pronkt er een Indianenhoofdtooi, maar die is van kalkoenenveren gemaakt, opperhoofd Heyink heeft een echte, van arendsveren.

Imago

Waar ligt bij haar de bron van haar belangstelling? Ze doet daar terughoudend over, ze is bang voor het imago van het „indiaantje spelen”. Maar zo was het vroeger toch wel. „Ik was vroeger net een jongetje”, zegt ze, „ik klom graag in bomen en zo. Als meisje ging ik de boeken van Karl May lezen. Die boeiden me. Later kreeg ik een volkenkundige belangstelling. Toen ik in Amerika was, zeiden de indianen tegen me dat ik in een vroeger leven zelf een Indiaan moet zijn geweest”. Dat laatste komt er een beetje koket uit, maar ze gelooft er zelf niet in.
Wat trekt haar aan?
Maria van Kints: „De strijd van de Indianen tegen de indringers, hun wil om te leven die zo sterk is. Vierhonderd jaar zijn ze getrapt, vermoord, bestolen en belogen door blanken met superieuriteitswaanzin. We kunnen veel van ze leren. Wat? Het taaie volhouden, de verbondenheid met de natuur. Voor de Indiaan is de natuur echt „moeder aarde”. Dat kunnen wij van ze leren”.
„De eerste keer dat ik naar de Verenigde Staten ging, was een sprong in het duister. Ik was in m’n eentje, de andere keren heb ik een zoon meegenomen. Je moet niet in groepjes gaan, want dan zien de Indianen je als een toerist en aan toeristen krijgen ze een steeds grotere hekel. Ik zei ook altijd dat ik geen toerist was. Amerikanen zeiden wel tegen me: wat, u gaat naar de reservaten? Een blanke die zichzelf respecteert, gaat daar niet heen.” „Als ik in een reservaat kwam, zei ik altijd: ik ben een doodgewone huisvrouw, ik hou van jullie, ’t Is moeilijk tot ze door te dringen, maar het is me altijd gelukt. Je brengt geschenkjes mee, je laat blijken dat je echt geïnteresseerd bent. Wat voor geschenkjes? Nou, als je weet dat ze het krap hebben, neem je zakken vol met etenswaren uit de supermarkt mee. En een Sioux-familie die ik al van een vorig bezoek kende, heb ik een deken gegeven. Je zorgt ook altijd dat je ansichtkaarten met molens en bollenvelden bij je hebt, je vertelt over Holland.” „Het zijn prettige, vrolijke en gastvrije mensen. Het leven in de reservaten is vreselijk armoedig. Wat voor toekomst hebben ze nou. Ze leren wel wat op school, maar wat kunnen ze daarmee doen? Sommige Amerikanen zeggen wel: laat ze toch naar de steden gaan, maar daar worden ze met de nek aangekeken. Sommige Amerikanen willen niet eens door een Indiaans winkelmeisje worden geholpen. En dokters beschouwen Indianen als proefkonijn. .’
Wat deed ze nou allemaal in de reservaten? „Je kijkt, je praat. Bij de Navoja-Indianen heb ik eens een peyote-dienst meegemaakt, een vermenging van christelijke en indiaanse religie. Tijdens die dienst drinken ze een aftreksel van de peyotecactus die Amerikanen voorlopig nog als een drug beschouwen. De Indianen zeggen dat ze door het gebruik ervan visioenen krijgen. Ik ben in de kring opgenomen, ik moest helemaal meedoen, maar zelf heb ik er niets van gemerkt”.
„By de Muckleshoet-Indianen in het uiterste westen mochten we zelfs in het stamhuis slapen. Misschien kwam dat doordat het stamhoofd een vrouw is. Toen hadden we dus een prachtig contact met ze. Je maakt een klein stukje van hun leven mee en zo kun je ze goed bestuderen.”


* Maria van Kints-Kooke, een Rotterdamse huisvrouw die al drie keer de Indiaanse reservaten in de Verenigde Staten afreisde.

Beschaafd

„Ze hebben een grote beschaving, de Indianen. Russel Means, de leider in Wounded Knee, heeft een grote indruk op me gemaakt. Hij is een heel beschaafde man, intelligent. Hij heeft zijn opleiding bij de blanken gehad, maar hij is teruggegaan naar het reservaat. Hij heeft gezien wat het blanke ras de natuur aandoet”.
„De Indianen, zegt Means, zijn verwant aan alles wat groeit en bloeit, aan alles wat kruipt en rent en vliegt, aan de vierbenige en aan de tweebenige wezens. Maar de tweebenige wezens, zegt Russel, hebben geen richting in dit leven. Toen de Indianen dit vroeger ontdekten, gingen ze leren van de bomen en de planten, van de adelaar en de havik, van de beer en de das, van de zalm en de forel, van de spin en de slang en zo bouwden ze hun beschaving op. Zo kwamen ze te weten hoe met moeder aarde te leven en zo ontdekten ze zichzelf als mensen met macht en verstand.”
„Russel Means wil dat de godsdienstige ceremonieën niet langer shows voor de blanken zijn. Hij wijst op het volk van de Hopies die de blanken niet meer tot hun gewijde dansen toelaten. Wat gebeurde er? Ineens regende het drie dagen achter elkaar bij de Hopies en dat is heel opmerkelijk want ze wonen in de woestijn. Het mais groeide als nooit tevoren, de meloenen werden enorm groot. Dat is de les die wij van de Hopies kunnen leren, zei Russel Means.”

Kennis

„Nu komen de jongeren in opstand. Ik zie ze als vrijheidsstrijders. Ze willen niet langer in de reservaten door de Amerikanen worden uitgebuit. Ze willen weer souverein zijn. Als de Amerikanen het verzet in Wounded Knee neerslaan, zullen de Indianen nooit opgeven, overal zal het verzet weer opduiken. Nu is Dick Wilson, het gekozen hoofd van de stamraad naar Wounded Knee opgetrokken. Hij is een papzak, hij danst naar de pijpen van de blanke Amerikanen. Ik zie de Amerikanen ervoor aan dat ze zich nu gaan terugtrekken. Zo is hun politiek altijd geweest: stoken tussen Indianen. Als dat werkelijk gebeurt, voorzie ik een bloedbad tussen de volgelingen van Russel Means en Dick Wilson”.

Hoe kan de Kivaclub de Indianen helpen?
Johannes Heyink: „Wij willen onze kennis uitdragen. Veel kunnen we natuurlijk niet doen, maar het is al belangrijk dat de Indianen weten dat er hier mensen zijn die hun een warm hart toedragen en dat de Amerikanen weten hoe wij over hun beleid denken. We corresponderen met Indianen die om politieke redenen in de gevangenis zitten. Dat gaat natuurlijk niet zo vlot, want velen zijn maar eenvoudige mensen. Als u met een Achterhoekse boer wilt corresponderen, wordt het waarschijnlijk ook niets.”
„We hebben veertien dagen geleden ook een telegram gestuurd naar McGovern, hij is tenslotte senator van Zuid-Dakota waarin Wounded Knee ligt. Dat help misschien niet direct, maar de Amerikanen merken zo wel dat er ook in Europa op ze wordt gelet en daar zijn ze gevoelig voor”.
„De laatste tijd heb ik gemerkt dat er in Nederland erg veel sympathie voor de Indianen bestaat. Tot voor kort had ik dat nooit in de gaten gehad. Het komt door de boeken van Karl May. ’t Is goed dat de bewustwording nu los komt. ’t Is onze taak voor de rechten van de Indianen te ijveren en in brede kring nog meer begrip voor de geweldige problemen van de Indianen te kweken”.
Maria van Kints: „Ik wil zondag desnoods een rel gaan schoppen. We protesteren hier in Nederland tegen de oorlog in Vietnam, nu protesteren we weer tegen sinaasappels uit Zuid-Afrika, maar zijn er protesten tegen de Amerikanen die nu al eeuwenlang de Indianen vertrappen? Dat is er niet bij en dat vind ik verschrikkelijk”.
Heyink: „Wij zijn niet politiek gericht. Wij hebben een volkenkundige belangstelling. Of het Amerikaanse beleid nu door Nixon of een ander wordt bepaald, interesseert ons niet. Als het maar een goed beleid is, menselijk, sociaal”.


De scalpen van Wounded Knee




[1]In: Amigo di Curaçao, 13 april 1973.



Terug naar de Nederlandstalige bibliografie.

Terug naar de Karl May-startpagina.

Terug naar de Apriana-startpagina.