Karl May nog springlevend

door Wim Hoffman 1


Bonn – Engeland is trots op z’n Sherlock Holmes museum en de Sherlock Holmes-kenners die in moeizaam speurwerk gissen welke pijptabak de grote detective rookte en waar hij zijn slobkousen kocht. Welnu: Duitsland hoeft voor de Britten geen duimbreed opzij te gaan: Duitsland heeft zijn Karl May. Ouderwets? Verre van dat: Karl May is nog steeds modern en springlevend.
In de Beierse stad Bamberg staat het pelgrimsoord voor alle vereerders van de Meester: het Karl May Museum. Daar kan men de authentieke werkkamer en bibliotheek van de Indianen-auteur bekijken. Met zijn romantische, echt-negentiende eeuwse vertrekken met wanden vol boeken en veel exotische zaken zoals krissen, assagaaien en Oosters koperwerk.
De geweren aan de muur lijken zojuist te zijn opgehangen door Old Shatterhand en de waterpijp smeult nog van Kara Ben Nemsi.
Eigenlijk heeft Bamberg niets met Karl May te maken. De schepper van Winnetou schreef zijn ontzagwekkende oeuvre in het tegenwoordige Oostduitse plaatsje Radebeul bij Dresden. Daar was oorspronkelijk een bloeiend Karl May Museum gevestigd. De communistische ideologen echter beschouwen Old Shatterhand als een knecht van het vroeger kapitalisme. De weduwe van Mays uitgever is er toen in geslaagd om de hele collectie in veiligheid te brengen naar West-Duitsland.
Het stille heiligdom in Bamberg is niet het enige bedevaartsoord voor Karl May vereerders. Zeker even beroemd is Bad Segeberg, een kuurplaatsje in Sleeswijk-Holstein, niet ver van Lübeck.

Rotspartij

Bad Segeberg heeft zo mogelijk nog minder met Karl May te maken dan Bamberg, maar het bezit een imposante rotspartij, die zo uit de Karl Mayboeken lijkt weggelopen. Wie kijkt naar deze grillige rotswand vol kruip- en sluipgaten, meent onwillekeurig hoofdtooien zien bewegen of burnoezen van Bedouïnen en stiekum om een hoekje schuivende geweerlopen.
Voor dit grandioze decor zijn bijna vanzelf de Karl May Spelen ontstaan die elke zomer in Bad Segeberg worden gehouden.
Dan herleven de kleurige romans met gestamp van paardehoeven, met kruitdamp, heldemoed en een wirwar van bont uitgedoste figuren. De Spelen, als amateurtoneel begonnen, zijn zo meeslepend, dat beroepsacteurs van naam hun vakantie eraan geven om belangeloos mee te doen.

Indiaan

Een centrale figuur in de Karl May-cultus is een echte indiaan, een Cherokee. Hij heet Buffelzoon Lange Lans. Ingewijden mogen hem Nicky noemen. Nicky (nu 46) is geboren in een eenvoudige wigwam in Denver (Colorado)
Twintig jaar lang heeft hij als sergeant gediend in het Amerikaanse leger. Daarna keerde hij de armee der bleekgezichten met vervroegd pensioen de rug toe. Sindsdien wijdt hij zich geheel aan het indiaan-zijn.
In Bamberg is hij de gids en schatbewaarder van het Karl May Museum. Als Nicky, met zijn koper-rode huid en adelaarsneus, Winnetous Zilverbuks eerbiedig van de wand neemt, vervalt ook de luidruchtigste bezoeker in een bedremmeld zwijgen.
Soms reist Nicky in opdracht van het museum naar Amerika. Daar koopt hij dan in bevriende wigwams verse strijdbijlen, vredespijpen en berentanden voor de collectie.
Onnodig te zeggen dat de oersterke, twee meter lange Nicky ook steevast heldenrollen vervult bij de Spelen in Bad Segeberg. De reis van Beieren naar Sleeswijk - Holstein maakt de Buffelzoon in zijn grote Mercedes, die hij toepasselijk met bisonvellen heeft bekleed.

Triomfen

Kortom: Karl May is actueler dan ooit. Duizenden lezen, herlezen en bestuderen zijn werken. Eén van hen, de Münchense ambtenaar Gerd Frank (25), vierde onlangs triomfen in de televisiequiz „Alles of niets”. Frank heeft elk van de 73 Karl Mayboeken minstens twaalf maal gelezen en hij kan elk avontuur vrijwel dromen. (Zijn vrouw droomt er ook van.)
In Bad Segeberg is, in het kielzog van de Spelen, een complete huisindustrie verrezen. In nijvere thuisarbeid vervaardigen de Segebergers Indiaanse souvenirs, zoals moccasins, tomahawks en geborduurde hoofdbandjes voor squaws.

Club

Weer andere inwoners zijn zo gegrepen door de Spelen, dat zij van geen ophouden weten en een „Club van Zondagindianen” hebben opgericht.
Deze vereniging komt elk weekeinde bijeen in een eigen tentenkampje om zich daar te bekwamen in lassowerpen en het geven van rooksignalen. Dan snorren de gevederde pijlen, roffelen de paardehoeven en het hout dat de splinters je om de oren spatten.
Waar blijft, vergeleken bij dit alles, Engeland, met zijn bleke Sherlock Holmes? Precies: nergens. Ugh!


[1]In: Algemeen Dagblad, 7 februari 1970.



Terug naar de Nederlandstalige bibliografie.

Terug naar de Karl May-startpagina.

Terug naar de Apriana-startpagina.