Keulse tentoonstelling rekent af met Karl May en Hollywood

door G. K. 1



In de ban van Karl May op de tentoonstelling in Keulen.

‘De Zwarte Panter heeft het gezegd en hij breekt zijn woord nooit. De blanke vijanden zullen de slagen krijgen. Maar de rode man strijdt slechts met het wapen: hij slaat geen vijand met een stok. Howgh!”

Naar aanleiding van de tentoonstelling ‘De Indianen van Noord-Amerika’ in de Kölner Kunsthalle te Keulen – misschien bent u er tijdens de vakantie in de buurt – heb ik nog weer eens even in enkele van mijn oude, vroeger zeer favoriete ‘Karl Mays’ gebladerd. In één van die boeken trof ik bovenstaande woorden aan: ‘Hij slaat geen vijand met een stok...’
Tussen de meer dan 1300 voorwerpen – afkomstig uit de verzameling van het beroemde ‘Museum of the American Indian’ te New York, voor het eerst in Europa – die in Keulen getoond worden, zal men ook de z.g. ‘Coup stok’ aantreffen. Deze stok droeg de Indiaan, naast zijn wapens met zich mee, als hij ten strijde trok. De oorlogen, die hij voerde waren hoofdzakelijk een prestige-aangelegenheid: het draaide dikwijls meer om de betoonde dapperheid en moed, dan om het doden van de tegenstanders. Als men nu kans zag de vijand te naderen – dat gebeurde dan uiteraard in een regen van pijlen of kogels – en kans zag hem een tik met die stok te geven, dan pas was de strijder gerechtigd tot het dragen van de befaamde adelaarsveren. En zo zijn er veel meer voorbeelden, die aantonen, hoeveel onzinnigheden en halve waarheden er in omloop gebracht zijn door schrijvers en filmmakers, die ontdekten, dat er zelfs toen de Indianen in reservaten verkommerden, nog veel geld aan ze te verdienen viel.

Deze expositie trekt dat recht en geeft een duidelijk beeld van de levenswijze en culturen van de Indiaanse volkeren, niet alleen die van vroeger, maar in enkele gevallen ook die van nu.

Want er is ook enige aandacht besteed aan de samenleving in de huidige reservaten, die nog maar heel weinig met heldhaftige romantiek te maken heeft, hoewel de ‘eerste Amerikanen’ dóór alle apathie heen, toch nog een harde strijd voeren om het eigen volkskarakter niet te verliezen. De nu in verschillende gebieden van de V.S. en Canada levende Indianen – zo’n 600.000 – spreken nog steeds meer dan 200 talen en de culturen van de vele groepen of stammen zijn uitermate gevarieerd.

Vanzelfsprekend zijn er op deze expositie ook de ons bekende stukken te zien, zoals de befaamde ‘pijl-en-boog’, strijdbijlen, rijke vedertooien en vredespijpen. Die pijpen, waarvan prachtig bewerkte exemplaren bijeengebracht zijn, werden overigens niet alleen gebruikt bij het sluiten van vrede, maar bij alle belangrijke gebeurtenissen, die een rookoffer aan de goden vereisten.

‘GESPLETEN TONG’

De blanken brachten in de woelige jaren van het nog wilde westen ook eens een vredespijp in de handel. Een uitzonderlijk geval: vredespijp annex strijdbijl. Voor de Indianen moet dat wel een overtuigend bewijs zijn geweest van de ‘gespleten tong’ van de Bleekgezichten, die in hun ogen immers altijd totaal anders spraken dan zij handelden.

De Europeaan is spoedig geneigd, alles wat enigszins buiten zijn eigen levenssfeer valt, als primitief te betitelen. De cultuurvoortbrengselen van de Noordamerikaanse Indianenstammen geven daartoe eigenlijk maar weinig aanleiding. De wijzen, waarop men b.v. de kleding versierde (eerst met gekleurde en platgebeten pennen van stekelvarkens, later met kralen) getuigt van een groot gevoel voor kleur en vorm, en eveneens van een aanpassingsvermogen, dat toch het behoud van een eigen stijl niet in de weg bleek te staan.

Hoewel er – zij het zeldzaam – uit de gelederen der Indianen politici – eenmaal zelfs een vice-president 2 – hoge officieren en welvarende veeboeren naar voren traden, is er ook nu nog veel discriminatie. De tijdens de goldrush in de Black Hills ontstane zegswijze: ‘The only good red Indian is a dead Indian’ is nog niet vergeten. Daarom is er van de zijde van de Indianen weinig behoefte aan assimilatie en ontstonden er allerlei reformatieve bewegingen – zelfs een nieuwe godsdienst, de ‘Native American Church’, waarin oude inheemse, heidense, en christelijke elementen zijn verweven – die vooral op de bres staan voor het behoud van het eigen karakter van de volksaard.

De tentoonstelling, die tot 1 oktober te bezichtigen is, omvat een tijdsbestek, dat loopt van de elfde eeuw tot nu. Dagelijks van 10 tot 20 uur geopend.


[1]In: Trouw, 5 augustus 1969.
[2]Bedoeld wordt Charles Curtis (* 25 januari 1860 , † 8 februari 1936), die onder Herbert Hoover van 1929 tot 1933 Republikeins vice-president van de Verenigde Staten was. Hij stamde af van een Kaw-indiaan en had voor drie achtste indiaans bloed. Uitgerekend deze man diende het wetsontwerp, dat bekend staat als de Curtis Act, in, waarmee hij de verkoop van grond in de indianenreservaten aan de meestbiedende bevorderde. Bovendien steunde hij het gedwongen plaatsen van indianenkinderen op boarding schools.
In 2021 werd Deb Haaland (* 2 december 1960), half-Laguna Pueblo-indiaanse, half Noorse, in het kabinet van Joe Biden als eerste indiaanse Amerikaans Minister van Binnenlandse Zaken, maar dat was in 1969 nog toekomstmuziek.



Terug naar de Nederlandstalige bibliografie.

Terug naar de Karl May-startpagina.

Terug naar de Apriana-startpagina.