Open doek – ‘Top-stars’

door Leo Riede 1


DE HAUSSE in (Duitse) Karl May-westerns is over het IJzeren Gordijn heengeslagen. Lange rijen formeren zich voor de kassa’s van twee Praagse bioscopen, die Old Shatterhand en Winnetou te kijk zetten.
Ze trekken bezoek tot uit Dresden en Karl-Marx-Stadt 2 in de DDR, waar dit soort ‘kapitalistische producties” nog geen genade vindt.
Nota bene. In de Bondsrepubliek zelf zouden ze geen kans van verwezenlijking maken als niet kon worden gerekend op de medewerking van een vast team van buitenlandse acteurs.
Heel kenmerkend is deze annonce in een Keuls dagblad: ‘De drie top-stars van de Duitse film: Stewart Granger 3, Lex Barker 4 en Pierre Brice 5 in Heisse Nächte in Rio 6.’
Granger is Brit, Barker is Amerikaan, Brice is Fransman.


[1]In: Het Vrije Volk : democratisch-socialistisch dagblad, 3 oktober 1966.
[2]De stad Chemnitz moest van 10 mei 1953 tot 1 juni 1990 de naam Karl-Marx-Stadt dragen. Grappig is dat E. van der Linden het in zijn „Enige essentiële elementen in leven en werk van Karl May” (1979) consequent heeft over Karl-May-Stadt in plaats van Karl-Marx-Stadt.
[3]Stewart Granger (* 6 mei 1913 , † 16 augustus 1993) speelde in een drietal Karl May-verfilmingen („Unter Geiern” (1964), „Der Ölprinz” (1965) en „Old Surehand, 1. Teil” (1965)) de rol van Old Surehand.
[4]Lex Barker (voluit: Alexander Chrichlow Barker Jr., * 8 mei 1919 , † 11 mei 1973) was een Amerikaans acteur, die in vijf films furore maakte als Tarzan; in Europa was zijn eerste grote rol die van Robert – de verloofde van de vrouwelijke hoofdrolspeelster Sylvia (Anita Ekberg) – in de klassieker „La dolce vita” van Federico Fellini, alvorens hij optrad in maar liefst twaalf van de zeventien grote Karl-May-verfilmingen in de jaren ’60: als Old Shatterhand in „Der Schatz im Silbersee” (1962), „Winnetou, 1. Teil” (1963), „Old Shatterhand” (1964), „Winnetou, 2. Teil” (1964), „Winnetou, 3. Teil” (1965), „Winnetou und das Halbblut Apanatschi” (1966) en „Winnetou und Shatterhand im Tal der Toten” (1968); als Kara Ben Nemsi in „Der Schut” (1964), „Durchs wilde Kurdistan” (1965) en „Im Reiche des silbernen Löwen” (1965); als Dr. Sternau in „Der Schatz der Azteken” (1965) en „Die Pyramide des Sonnengottes” (1965).
[5]Pierre Brice (artiestennaam van Pierre Louis Baron le Bris, * 6 februari 1929 , † 6 juni 2015) was een Frans acteur, die in maar liefst elf van de zeventien grote Karl-May-verfilmingen in de jaren ’60 de rol van Winnetou speelde: „Der Schatz im Silbersee” (1962), „Winnetou, 1. Teil” (1963), „Old Shatterhand” (1964), „Winnetou, 2. Teil” (1964), „Unter Geiern” (1964), „Der Ölprinz” (1965), „Winnetou, 3. Teil” (1965), „Old Surehand, 1. Teil” (1965), „Winnetou und das Halbblut Apanatschi” (1966), „Winnetou und sein Freund Old Firehand” (1966) en „Winnetou und Shatterhand im Tal der Toten” (1968). Voorts speelde hij nogmaals de rol van Winnetou in de tv-series „Mein Freund Winnetou” (1980) en „Winnetous Rückkehr (1998) en trad hij een aantal malen op als gastacteur (uiteraard eveneens in de rol van Winnetou) bij de Karl-May-Spiele van Elspe en Bad Segeberg.
[6]Om een of andere reden is de Duitse titel van deze Oostenrijks-Italiaans-Franse coproductie uit 1966 veranderd in „Gern hab’ ich die Frauen gekillt” (naar het lied „Gern hab’ ich die Frau’n geküsst” uit de operette „Paganini” van Frans Lehár), terwijl de Italianen spraken van „Spie contro il mondo” en de Fransen van „Le Carnaval des barbouzes”.



Terug naar de Nederlandstalige bibliografie.

Terug naar de Karl May-startpagina.

Terug naar de Apriana-startpagina.