Boekmakers – Portretten van uitgevers

Het begin van het fijne lezen

door R. Boltendal 1


[…]

p. 58 :

De mannen van nu zouden eigenlijk allen de naam Becht moeten kennen. Want Becht is vele tientallen jaren achtereen de exclusieve uitgever geweest van de boeken van Karl May (twintig titels met Winnetou, het opperhoofd der Apachen als bekendste). Bovendien verschenen bij Becht ook de heerlijke jongensboeken van J. B. Schuil (zes titels, waaronder De Katjangs, De Artapappa’s en De A.F.C.-ers).

[…]

pp. 68/69 :

Eerst van de heer Becht: ‘Een boek van waarde brengen dat een langere levensduur heeft dan het doorsneeboek en dat een gevoel van bevrediging geeft aan de koper ervan zowel als aan de verkoper. Ik ben een zeer, zeer commercieel man, dat weet ik, maar toch, elke keer als er een nieuw boek van de binder komt is er een gevoel van plezierige voldoening’.
Het tweede antwoord, dat van de heer Domhoff: ‘In het algemeen moeten het boeken zijn die een wijdere verspreiding kunnen krijgen. Niet uit commerciële overwegingen alleen, maar ook om velen iets goeds te bieden’.
En beide uitgevers: ‘Het moet goed zijn van kwaliteit. Als wij daarvan overtuigd zijn, als wij volstrekt in een boek geloven, nemen wij risico‘s. Want onze lijn willen wij vasthouden’.
Niet altijd blijkt dat mogelijk. Anderen kunnen de lijn doorbreken; zelfs een zo vol traditie zijnde lijn als te bespeuren valt in de editie van Karl May. Zeventig jaar lang bezat uitgeverij Becht de rechten van vrijwel al diens boeken. Maar nauwelijks is de schrijver vijftig jaar dood of er blijkt met zijn werk van alles mogelijk. Uitgeverij Het Spectrum is overgegaan tot de publicatie van de ‘integrale’ Karl Mays in vijfentwintig pocketboeken. Daarmee handelende op dezelfde wijze als een paar jaar geleden met de tientallen jaren tot het fonds van De Erven Bohn behorende Camera obscura waarvan op zeker tijdstip ook de auteursrechten waren komen te vervallen. De heer Becht zei er desgevraagd dit van:
‘Wij wisten het. Er is maar één collega die het op deze manier zou doen. Het Spectrum zelf heeft er ons geen woord over gezegd. Van bevriende zijde hebben wij moeten horen dat men in Utrecht met de May-pockets bezig was. Of wij boos zijn? Dat is een groot woord. Maar wij zijn wel ontdaan over de oncollegialiteit. De vraag is overigens nog of het voor ons een grote strop zal blijken. Het Spectrum brengt, zeggen ze, de boeken integraal. Maar dat deed mijn vader ook al. En na de oorlog gingen die volledige verhalen zo slecht dat ik bij onderwijzers, jeugdleiders en dergelijke naar de reden ben gaan vragen. En wat bleek? De jongens lustten het langdradige, Duits-eigenwijze van May en diens ellenlange natuurbeschrijvingen niet meer. Die dingen zijn er toen uitgehaald met behoud van de kern van de verhalen. En vrijwel meteen begonnen vooral de Indianenboeken weer heel goed te lopen’.
Een antwoord waarin ik een wijs en ook sympathiek man meen te herkennen.


[1]R. Boltendal, „Boekmakers – Portretten van uitgevers”, Amsterdam: Moussault’s Uitgeverij N.V. , 1965. Op pp. 57-69 het artikel Het begin van het fijne lezen, een interview met de heren A. Becht en L. Th. Domhoff, die in 1965 directeuren van Uitgeverij H. J. W. Becht waren.



Terug naar de Nederlandstalige bibliografie.

Terug naar de Karl May-startpagina.

Terug naar de Apriana-startpagina.