Kara Ben Nemsi

door William Dyland 1


ALS MEN BEDENKT dat wij in de eeuw van de ruimtevaart leven, moet men zich wel erover verbazen dat er „romantische” films gemaakt worden waarin het enige voermiddel de wagen en de enige krachtbron het paard is. Er schijnt dus toch nog een hang naar de romantiek te zijn bij het grote filmpubliek, getuige de reeks van Karl May-verfilmingen die niet aflaat. Een Duitse maatschappij heeft nu weer naar een van de bekende werken van hun landgenoot May gegrepen en er een scenario uit gedestilleerd waarvan het succes bij voorbaat gegarandeerd leek.
Onder de titel „Kara Ben Nemsi, de held van de woeste Balkan” 2 kan men het resultaat zien, zoals dat verwezenlijkt werd door niemand minder dan Robert Siodmak 3 die in 1929 debuteerde met de inmiddels tot het beste van de filmgeschiedenis behorende werk „Mensen op Zondag” en die later, o.a. met „De Wenteltrap” (1946) zijn meesterschap bevestigde. Inmiddels is Siodmak enkele jaren geleden, na zijn vrijwillige ballingschap in de V.S. tijdens het Hitler-bewind, naar zijn Heimat teruggekeerd en staat thans het produkt door welks regie hij verantwoordelijk is ter beoordeling. Hoewel z’n naam als regisseur en de namen van Lex Barker 4 (waarschijnlijk om de niet-Duits sprekende landen te paaien), Dieter Borsche 5, Ralf Wolter 6 en Chris Howland 7 als acteurs ermee verbonden zijn, moet „Kara Ben Nemsi” gerekend worden tot de meest onnozele vorm van vermaak die denkbaar is. Het scenario is van sluimerverwekkende simpelheid en de montage van een logica die niets aan de creativiteit van de toeschouwers overlaat doordat elke scène op onvoorwaardelijk voorspelbare wijze aan de voorafgaande gebreid wordt, hetgeen hoegenaamd niets met filmische logica te maken heeft. De humor die men een Engels tintje heeft trachten te geven, valt herhaaldelijk „flat on its face” zoals dat heet. De wijze waarop de grapjes gebracht worden (en nog wel uitsluitend verbaal), is om te huilen. De figuren blijven zonder uitzondering marionetten zonder vlees op hun botten. Zelfs tot het niveau van het type geraken zij niet. Datgene wat door producenten en regisseur als een bandjir van avonturen bedoeld moet zijn, laat dan ook als indruk achter aan ’n zacht voortkabbelend beekje waaraan zelfs enige stroomversnelling ontbreekt. Vanzelfsprekend zijn de natuuropnamen prachtig en indrukwekkend maar dat is enkel te danken aan het landschap waarin de film opgenomen werd. Tot een werkelijk integrerend bestanddeel zijn zij niet geworden. De film als geheel is dan ook de naam van Robert Siodmak beslist onwaardig. Voor wie hem toch wil gaan zien, zij niet te veel verklapt omtrent het verhaal dat Karl Ben Nemsi laat zien als hij, bijgestaan door een soort Watson-figuur, in het land der Skipetaren een wrede en meedogenloze bandiet, bijgenaamd „de gele” (in het Duits „der Schut”) 8, onschadelijk maakt. Hij bedient zich daarbij van stereotype en o zo vaak vertoonde technieken als scherpschieten, van rotsen afgooien en te paard achtervolgen Al met al een steriel gedoe dat, zoals gezegd, steeds voorspelbaar blijkt en nergens een element van verrassing in zich bergt. De verrassing bestaat uitsluitend uit het feit dat Siodmak een slechte film kon maken. (Royal Maastricht 9, alle leeftijden)


[1]In: Limburgs Dagblad, 29 oktober 1965.
[2]Originele Duitse titel: „Der Schut”.
[3]Robert Siodmak (* 8 augustus 1900 , † 10 maart 1973) was een Duits, later Amerikaans regisseur, die tekende voor drie van de zeventien grote Karl May-verfilmingen uit de jaren  , t.w. „Der Schut” (1964), „Der Schatz der Azteken” (1965) en „Die Pyramide des Sonnengottes”.
[4]Lex Barker (voluit: Alexander Chrichlow Barker Jr., * 8 mei 1919 , † 11 mei 1973) was een Amerikaans acteur, die in vijf films furore maakte als Tarzan; in Europa was zijn eerste grote rol die van Robert – de verloofde van de vrouwelijke hoofdrolspeelster Sylvia (Anita Ekberg) – in de klassieker „La dolce vita” van Federico Fellini, alvorens hij optrad in maar liefst twaalf van de zeventien grote Karl-May-verfilmingen in de jaren ’60: als Old Shatterhand in „Der Schatz im Silbersee” (1962), „Winnetou, 1. Teil” (1963), „Old Shatterhand” (1964), „Winnetou, 2. Teil” (1964), „Winnetou, 3. Teil” (1965), „Winnetou und das Halbblut Apanatschi” (1966) en „Winnetou und Shatterhand im Tal der Toten” (1968); als Kara Ben Nemsi in „Der Schut” (1964), „Durchs wilde Kurdistan” (1965) en „Im Reiche des silbernen Löwen” (1965); als Dr. Sternau in „Der Schatz der Azteken” (1965) en „Die Pyramide des Sonnengottes” (1965).
[5]Dieter Borsche (* 25 oktober 1909 , † 5 augustus 1982), was een Duits acteur, die de rol van Sir David Lindsay in „Der Schut”, (1964), „Durchs wilde Kurdistan” (1965) en „Im Reiche des silbernen Löwen” (1965) speelde.
[6]Ralf Wolter (* 26 november 1926) is een Duits acteur, die in meer dan 230 films speelde; zijn bekendste rollen zijn die van Sam Hawkens in „Der Schatz im Silbersee” (1962), „Winnetou, 1. Teil” (1963), „Old Shatterhand” (1964), „Winnetou, 3. Teil” (1965), „Winnetou und das Halbblut Apanatschi” (1966) en „Winnetou und Shatterhand im Tal der Toten” (1968); Hadschi Halef Omar in „Der Schut” (1964), „Durchs wilde Kurdistan” (1965) en „Im Reiche des silbernen Löwen” (1965); Andreas Hasenpfeffer in „Der Schatz der Azteken” (1965) en „Die Pyramide des Sonnengottes” (1965).
[7]Chris Howland (eigenlijk John Christopher Howland, * 30 juli 1928 , † 30 november 2013) was een Engelse zanger en acteur), die in vijf van de zeventien grote Karl May-verfilmingen uit de jaren ’60 speelde: „Winnetou 1. Teil” (Jefferson Tuff-Tuff, 1963), „Der Schut” (Sir David Lindsays butler Archie, 1964), „Durchs wilde Kurdistan” (Sir David Lindsays butler Archibald, 1965), „Im Reiche des silbernen Löwen” (Sir David Lindsays butler Archibald, 1965) en „Das Vermächtnis des Inka” (Don Parmesan, 1965).
[8]Een rol van Rik Battaglia (artiestennaam van Caterino Bertaglia, * 18 februari 1927 , † 27 maart 2015), een Italiaanse acteur, die in acht van de zeventien grote Karl May-verfilmingen uit de jaren ’60 zou optreden, meestal als schurk (o.a. als moordenaar van Winnetou in „Winnetou, 3. Teil”): „Old Shatterhand” (1964), „Der Schut” (1964), „Der Schatz der Azteken” (1965), „Die Pyramide des Sonnengottes” (1965), „Winnetou 3. Teil” (1965), „Das Vermächtnis des Inka” (1965), „Winnetou und sein Freund Old Firehand” (1966) en „Winnetou und Shatterhand im Tal der Toten” (1968).
[9]Royal, aanvankelijk aangeduid als de „Witte Bioscoop”, was van 1913 tot 1985 een bioscoop aan de Grote Staat 55 in Maastricht.



Terug naar de Nederlandstalige bibliografie.

Terug naar de Karl May-startpagina.

Terug naar de Apriana-startpagina.