Legendarische helden van Karl May storten zich op Nederlandse jeugd
ZONEN WORDEN VIA HEIMWEE VAN VADER MURW GEBEUKT

(anoniem) 1
(Noten van Roger Schenk)


Dit is het uur der helden van weleer, een generale wapenschouw voor de onsterfelijke creaties van Karl May, die triomfantelijk uit het duister der vergetelheid naar voren treden. Daar staan ze: Old Shatterhand, kaarsrecht op zijn wild snuivende mustang, de oude, gebogen Winnetou, opperhoofd der Apachen, het Oosters fenomeen Kara Ben Nemsi. Meer dan zeventig jaar draven ze reeds door de herinnering van honderdduizenden Nederlanders, prairies bedwingend, het stof der steppen tartend. Hun wil was wet voor vele generaties, hun drieste avonturen waren bijbelse zekerheden voor vrijwel alle jongens, die slaafs de toorts der bewondering van hun vaders overnamen. Zonder Winnetou kon een mens immers niet leven.


Karl May: Deutschland, Deutschland, über alles

Na wereldoorlog twee leek het er even op, dat de helden van Karl May hun greep op de massa hadden verloren; voor velen waren ze nog slechts schimmen, vage symbolen uit een voltooid verleden tijd. De stukgelezen boeken degradeerden tot muurbloemen van de bibliotheken, de cultus leek voorbij. Men heeft zich echter vergist in hun taaiheid. Binnen drie weken maken de reeds afgeschreven helden hun comeback in Nederland en zullen zij zich met groot machtsvertoon op het volk storten via tienduizenden pockets, die uitgeverij Het Spectrum op de boekenmarkt brengt. In folders, advertenties en reclamekranten is het krijgsgehuil reeds aangeheven, de onoverwinnelijke hordes zetten zich weer in beweging, de kampvuren in duizenden harten worden weer opgestookt. Old Shatterhand maakt zich gereed voor het tweede, beslissende gevecht om de gunst van het publiek. De helden zijn om de drommel niet vermoeid.

           (Van een onzer verslaggevers)
Men kan zich nu afvragen, of de stoutmoedige prognoses van mammoetbedrijf Het Spectrum gebaseerd zijn op de werkelijkheid. Uitgevers kondigen wel vaker de vondst van de eeuw aan, in de hoop, dat het volk in hun fuik zal lopen. Goed, men wil voetstoots aannemen dat Old Shatterhand in de fantasie van de uitgever een springlevende figuur is, maar hoe zal de jeugd reageren op zijn antieke fanfarestoten? Hij heeft kennelijk zelf ook met dit probleem geworsteld en probeert daarom in de advertenties de jongeren via hun vaders voor zich te winnen. De serie Karl May-pockets (die bij intekening 1.50 en daarna 1.75 kosten) worden uitdrukkelijk aangekondigd als boeken „voor zoon en vader”.

          De eerste reacties zijn uiterst bemoedigend. De boekhandel heeft gretig ingehaakt en bestelde bij voorbaat dergelijke aantallen, dat de oplage inderhaast is verhoogd. Nu reeds staat het vast, dat van de eerste twee pockets „Winnetou het grote opperhoofd” en „Old Shatterhand”, meer dan 10.000 exemplaren zullen worden gedrukt. Daarna volgt de rest van de serie in gestadig tempo; het Spectrum stelt zich voor elke maand tenminste 2 afleveringen uit te brengen, zodat de serie aan het einde van 1962 compleet is. Men heeft dan voor nog geen veertig gulden de 25 beste boeken van May in huis.
Het is duidelijk, in welke richting het Spectrum zijn heil beproeft. Van de jeugd is men niet geheel zeker. De avonturen van nobele Indianen en koelbloedige blanken, zijn inmiddels verbleekt onder het verzengende licht van ruimteschepen en atoombommen en het is een open vraag, of de jongen anno 1962 met dezelfde rode oren de grote Winnetou op zijn oorlogspad zal willen volgen.

WAPEN HEIMWEE
          Om nochtans een fraai bedrijfsresultaat te bereiken, heeft het Spectrum op handige wijze het geheime wapen in stelling gebracht. Dit wapen heet Heimwee, en de algemene verwachting is, dat de ouderen er spontaan voor door de knieën zullen gaan. Alleen reeds de titels zetten de poorten naar vroeger wagenwijd open. Het is een zwoele wind, die de herinnering meezuigt naar heerlijke uren. De oase in de Llano Estacado, Van Bagdad naar Istanboel, in het land van de Mahdi. Je ziet de vlam aangroeien in de ogen van de veertigjarigen, de vijftigjarigen, de Dreestrekkers. Ja gut, zo was het. Ze horen weer duidelijk de stemmen uit hun jeugd, het verleden lispelt uit duizend verleidelijke monden, Old Surehand, de Zwarte Mustang, de Rio de la Plata. Het waren de wegwijzers, waarop zij naar hun volwassenheid koersten, De oude tijd breekt als een wolkendek open en verbijsterd staren ze naar de zon, die hun jongenstijd verblindde. Zullen zij de schatten uit die tijd zo aantreffen, als ze ze eens hebben achtergelaten? Het Spectrum knikt en garandeert hun een ongeschonden droom. Triomfantelijk heet het in de advertenties, dat dit „de eerste geautoriseerde, onverkorte en authentieke uitgave is, die in Nederland verschijnt”.


In dit huis van wever May in Ernstthal werd
op 25 februari 1842 Karl Friedrich geboren, geestelijke
vader van een lange reeks legendarische helden

INDIRECTE RECHTSE
          Deze fraaie reclamekreet is een indirecte rechtse op het eerbiedwaardig gezicht van uitgever Becht, wiens vader zeventig jaar geleden Karl May in Nederland introduceerde. De zoon ontvangt zijn bezoeker in een dromerig grachtenhuis aan de Herengracht in Amsterdam, waar het verleden als een vleermuis in zijn kamer is gevangen. Hij haalt zijn schouders op, als ik hem de vraag voorleg. Wat vindt u van die eerste Spectrum-uitgave? Hij sluit zijn ogen achter de brilleglazen en zegt: „Ik ben niet bang voor die jongens. Het zijn handige, uitgekookte uitgevers, maar ze maken volgens mij de grote fout, dat ze de serie onverkort op de markt brengen. Die onverkorte vorm is onverteerbaar geworden voor de moderne lezer. Ze vreten die boeken niet meer”.

          Zelf heeft hij na de oorlog een uitgebreid onderzoek ingesteld naar de tanende populariteit van Old Shatterhand en trawanten. „We hadden de twintig beste delen in ons fonds”, zegt hij, „meer wilde vader er niet hebben, want hij ging van het verstandige standpunt uit, dat rommel de rest zou bederven. Onze uitgeverij heeft een naam hoog te houden en vader zei: die boeken worden op de scholen gelezen en daarom weigerde hij de boeken uit te geven, waar volgens hem te veel in gevrijd werd. Ik vind dat een standpunt. Hij had zo toch al een formidabele afzet en toen vader stierf, ben ik dan ook in dezelfde lijn doorgegaan. Ik was zeventien jaar en mijn voorkeur ging uit naar de Oosterse boeken van May, die met Kara Ben Nemsi. De anderen waren me te Duits. Na de oorlog liep de serie nog even behoorlijk, maar opeens kwam de klad erin. Mijn vertegenwoordigers vertelden, dat ze geen exemplaar meer kwijt konden raken en toen ik zelf bij de boekhandel ging informeren bleek, dat Old Shatterhand inderdaad niets meer deed.


De wereld, die May in zijn fantasie had gebouwd, werd ook in zijn particu-
liere leven doorgetrokken. Zo liep in zijn huis een trouwe dienaar rond,
die in een geheimzinnige nimbus van Oosterse flegma gehuld ging: Omer

TE DIK BOVENOP
          Het was heel vreemd. Het ene moment werd er nog gekocht, het volgende moment kreeg je de jeugd er met geen stok meer aan. Ik stelde een onderzoek in, informeerde bij bibliotheken en pedagogen, ik vroeg iedereen het hemd van het lijf, de katholieken, de protestanten, noem maar op, ik wilde zo’n breed mogelijk oordeel. En weet je, wat ze zeiden? Die verhalen zijn best, die verhalen zijn uitstekend, maar die boeken zijn te lang en te dik. En ze zijn te Duits, het ligt er te dik bovenop. De romantiek is voortreffelijk, de story doet het nog steeds, de plot is verrassend, maar die ellenlange gesprekken moeten eruit en al die onwaarschijnlijkheden, die het nu niet meer doen. Geen jongen van twaalf wil meer geloven, dat een Indiaan op een paard New-York binnenhuppelt. Daar moet je een auto van maken. Dan happen ze weer”.
          Ik ging voor mijn boekenkast staan en zag die enorme pillen, vijfhonderd dichtbedrukte pagina’s per deel, kijk zelf maar, ze staan op de bovenste plank. Daar is toch niet meer doorheen te komen. Mijn vader had er expres plaatjes in laten zetten van Jan Sluyters. Die kreeg een tientje per tekening en was dolbij met die opdracht. Ik wilde May nog niet kwijt en liet alle boeken daarom inkorten en omwerken. Het resultaat ziet u daar, de helft dunner en met platen van Han G. Kresse. Het is een gewoon, modern jongensboek geworden en dat loopt altijd. Ik ben zeker niet ontevreden over de verkoop en ik ben ook niet bang voor de concurrentie van de Spectrum-pocket. Ik heb dat allang zien aankomen. May is eind maart vijftig jaar geleden gestorven en op die dag vervallen de rechten, die onze uitgeverij had voor Nederland. Iedereen kan nu boeken van May uitgeven, maar dan raad ik ze toch aan om de zaak drastisch in te korten, want in de oorspronkelijke vorm hebben ze alleen nog antiquarische waarde. Daar komt nog bij, dat een jongen graag een echt boek heeft. De welvaart heeft het voor velen mogelijk gemaakt om wat geld te besteden aan een boek en dan komen ze toch bij mijij. Mn Karl Mays zijn keurig ingebonden en op goed papier gedrukt. Als je zes banden naast elkaar ziet staan, heb je wat, waar je trots op kunt zijn. Dat heb ik zelfs als uitgever nog. Ik zie graag een fijn uitgegeven boek. Daarom heb ik misschien wat tegen pockets, want ze gooien de markt vol en er is voor de boekhandel geen beginnen meer aan”.

OP TIJD WEIGEREN
          Uitgever Becht („ik heb goddank meer pijlen op mijn boog, dan Karl May) geeft als zijn credo mee, dat een uitgever op zijn tijd moet kunnen weigeren. „Je moet er achter kunnen staan anders moet je er niet, aan beginnen”, zegt hij, „natuurlijk loop je daar ook risico’s mee. Ik heb eens een dame bij me gehad, die een boek uit het Engels wilde vertalen, maar ik moest binnen een dag beslissen. Ik wilde eerst „neen” zeggen, maar het had geregend en ze was doornat en wat doe je dan als man? Ik sluit me ’s avonds op met dat boek en ik begin te lezen. Het leek me wel aardig, geen hoogvliegertje, maar het risico wel waard. Ik geef het uit en ik verdien er duizenden aan. Het was die serie van Claudia”.

          Uitgever Becht is dus niet ontdaan van de pocket-streek, die het Spectrum hem op de vijftigste sterfdag van Karl May levert. Old Shatterhand is nog slechts een klein radertje in zijn uitgeversmachine, die hij aan de gang houdt met tientallen buitenlandse reizen per jaar. „Hier achter mijn bureau verdien ik niks”, zegt hij, „als je niet zelf de boer op gaat, ben je als uitgever uitgeteld”.

PAPIEREN KEURSLIJF
          Hij treedt hiermee in het voetspoor van zijn vader, die indertijd na hevige concurrentiestrijd de rechten van Karl Mays boeken verwierf. De Duitse schrijver stond toen op de top van zijn succes. Tien jaar later waren er alleen in Duitsland reeds één miljoen boeken van May verkocht. De wereld zwelgde in de avonturen van de toen reeds legendarische helden, die zo levensecht getekend waren, dat ze uit het papieren keurslijf braken en daarbuiten rustig doorleefden. Er was een museum, waarheen tienduizenden elk jaar pelgrimeerden om hun helden te zien en de speren, de knotsen, de schilderijen van de veldslagen. May zelf woonde in een enorme villa, waar de trofeeën van zijn avontuurlijke reizen de wanden bedekten. Overal tijdens lezingen en bezoeken aan autoriteiten strooide hij de anekdotes met kwistige hand uit. Hij kon meeslepend vertellen over zijn reizen en over de contacten, die hij had gelegd met geheimzinnige opperhoofden van onbekende Indianenstammen. Niemand twijfelde aan de waarheid van zijn fantastische verhalen. Vanuit zijn villa Old Shatterhand in Dresden regeerde hij een onzichtbaar miljoenenleger van getrouwe lezers, die zijn woorden als levenselixer slikten. De ijdelheid steeg hem tenslotte naar het hoofd en niet langer was hij tevreden met zijn eervolle plaats als schrijver van avonturenromans. Hij voelde een hogere opdracht in zichzelf woelen, een verheven missie, die de liefde voor het vaderland en de superioriteit van het Duitse volk moest uituitdragen.

TIEN JAAR RESPIJT
          Opeens barstte de bom. Enkele kranten, waaronder de Frankfurter Zeitung brachten groot opgemaakt het sensationele bericht, dat de beroemde schrijver May in de jaren, waarin hij zijn verre reizen zou hebben gemaakt, in feite in Duitse gevangenissen had doorgebracht. Daags na deze publikatie stortten de wolven zich op May. Het schandaal werd driftig opgeblazen door onbekende tegenstanders, die hun kans schoon zagen. De katholieken, die in lange tijd geen schrijver hadden gehad, die vat had op de jeugd, wakkerden het vuur van de haat nog verder aan, zijn ex-uitgever droeg nog meer schandalen aan. May ging ten onder aan de laster; nog tien jaar gaf het leven hem respijt, maar als schrijver stierf hij roemloos in 1898. Daarna publiceerde hij geen werken van waarde meer en sloot hij zich op in de beschermende cocon van zijn huis. Nog eenmaal kwam hij terug: in 1912 ontvouwde hij voor een gehoor van duizenden zijn veelbelovende toekomstplannen. Een week later, op 30 maart 1912, verijdelde de dood ook deze wanhoopsdaad. Hij stierf in zijn huis in Radebeul met de woorden: „Overwinning, grote overwinning, ik zie alles rood om mij heen, het rood van rozen”.
          Karl May werd op 25 februari 1842 in Ernstthal in Saksen geboren. Hij was de zoon van de wever Heinrich August May en Christiane Wilhelmina Weise. Karl Friedrich waren zijn eigen namen. De vader was een notoire losbol, die drank belangrijker vond dan werken en de meeste uren in naburige cafés doorbracht. Zijn moeder, die veertien kinderen ter wereld bracht waarvan er vijf in leven bleven, zorgde zo goed en zo kwaad als het ging voor zijn opvoeding. Van haar erfde hij ook het schrijverstalent.

          Karl volgde tussen 1857 en 1859 een voortgezette opleiding op een school in Waldenburg, maar na een kleine diefstal werd hem de verdere toegang ontzegd. Hij vergezelde toen 2 zijn vader naar de cafés, waar hij wat bijverdiende als kegeljongen. In zijn vrije tijd verdiepte hij zich intensief in de avonturen van legendarische rovers. Figuren als Rinaldo Rinaldini en Gaspard des Montagnes wekten bij hem het verlangen om zelf onder te duiken in de wereld van de misdaad, maar angst voor de gevolgen weerhield hem van uitvoering van deze plannen. Wel stal hij van een kamergenoot een horloge en een meerschuimen pijp, die hij als verjaardagsgeschenk aan zijn vader wilde geven 3. Het kleine vergrijp werd ontdekt en gestraft met vier jaar tuchthuis.

          Vele jaren bracht hij daarna door in gevangenissen en tuchthuizen in Zwickau en Waldheim. De achterklap heeft er later van gemaakt, dat hij zijn geboortestreek terroriseerde, maar in feite vergreep hij zich alleen aan bezittingen van kleine boeren en arbeiders. Hij stal een paard, biljartballen, een kinderwagen. Verder durfde hij niet te gaan.

          In de gevangenis begon hij onder invloed van een geestelijke te schrijven. Hij bestudeerde de culturen van vreemde volken en wierp zich op de taalstudie. Hij verslond reisbeschrijvingen en verslagen en leefde zich volkomen in een droomwereld binnen om een compensatie te vinden voor zijn eigen grijze bestaan. De landkaart werd zijn vaderland en in dat imaginaire rijk reisde zijn fantasie onafgebroken heen en weer.

          Na zijn vrijlating werd hij medewerker aan verschillende bladen, waaronder het „Deutsches Familienblatt” en „Feierstunden”. Ook schreef hij verhalen voor „Schacht und Hütte”, het orgaan, dat de arbeidersklasse wilde verheffen. Zijn uitgangspunt was: ik wil geld verdienen en gezond leesvoer brengen.

          Voordat hij met zijn oosterse en Indianenromans zijn grote slag sloeg, schreef hij onder allerlei pseudoniemen diverse boeken, die hem een redelijk inkomen garandeerden. Zonder uitzondering waren het geromantiseerde avonturenromans zoals „Kapitein Kaiman”, „Juweleneiland” en „Aan de oever van de Dwina”.

HOGERE BOODSCHAP
          Pas later, onder invloed van andere schrijvers, kwam hij op het spoor van Kara Ben Nemsi en Old Shatterhand, die hij naar legendarische toppen zou schrijven. Het succes van deze romans was weergaloos. Vijftienduizend dichtbedrukte pagina’s zijn gevuld met de adembenemende avonturen van zijn helden, die het produkt waren van zijn fantasie. Karl May zou geen echte Duitser geweest zijn, als hij zijn boeken ook niet een hogere boodschap zou hebben meegegeven. „Ik wil”, schreef hij zelf, „de vragen en problemen van de mensheid oplossen”. Hij deed dit door de verkondiging van een gemoedelijk, Duits-nationalistisch, religieus-verdraagzaam optimisme. Zijn filosofie, die hij in de avonturen uitdroeg, was gebaseerd op de volgende stellingen: wees goed voor je vrienden, genadeloos voor je vijanden 4, probeer zo een voorbeeld voor de jeugd te zijn. Voor welke hete vuren hij zijn helden ook plaatste en door welke dalen van ellende hij ze joeg, altijd bleef hun hoge missie als een brandend teken voor hen in de lucht geschreven: de schurken dienden een afschuwelijke dood te sterven, voor de ongelovigen kwam er hulp in de hoogste nood, mits zij zich in de armen van het christendom wierpen. Hij was ook een voorstander van het samengaan der culturen, dat hij symboliseerde door de huwelijken, die hij liet sluiten tussen blanken en inheemsen. Fel kwam hij op voor de vertrapte Indianenstammen (hiertoe geďnspireerd door de Indianenopstand van 1876) en nog fanatieker beleed hij zijn geloof in ’t Duitse volk, dat ook in zijn ogen de heersers der aarde voortbracht. Sla zijn boeken er op na: er dwaalt geen Duitser doorheen, die niet ongelooflijk edel, onvoorstelbaar ridderlijk en onthutsend humaan is.

DRUIPSTEENFORMATIES
          Na zijn dood trof men in de bibliotheek van zijn huis 3000 boeken aan: de bouwstenen voor zijn indrukwekkend oeuvre. Een deel ervan kan men terugvinden in het nieuwe Karl May-museum in Bamberg, dat op 25 februari van dit jaar geopend is. In deze stad, waar de uitgever resideert, is tevens een internationaal clubgebouw ingericht, waar de vrienden van Old Shatterhand en Kara Ben Nemsi elkaar tussen de druipsteenformaties van herinneringen zullen treffen.
          Van de zeventig boeken, die Karl May geschreven heeft, zijn er alleen in Duitsland tot nog toe 15 miljoen exemplaren verkocht. Ze zijn in twintig landen vertaald en de omzetten daar lopen in astronomische cijfers.
          In die nog steeds aangroeiende rij van vereerders moet zich nu ook weer de jeugd van Nederland gaan scharen. Old Shatherhand de onverschrokken, keiharde, maar toch ook weer zo sympathieke übermens (made in Germany), die de paarden zonder zadel berijdt en de booswicht met de blote hand naar de eeuwige jachtvelden zendt, moet wederom de jongensdromen binnenrijden. De vaders weten nog goed, wat dat betekent. Als zij de ogen sluiten, horen ze het nerveuze snuiven van de mustang en zien zij Winnetou glimlachend zijn Apaches toespreken.
          Nu zijn hun zonen aan de beurt.
          Opdat de uitgever achteraf geen zware vredespijp zal roken.


Na May’s dood kwamen elk jaar authentieke indianen weeklagen
bij zijn graf, hiertoe in staat gesteld door de uitgever




[1]In: Het Binnenhof, 10 maart 1962
[2]Het verhaal van de onbekende verslaggever staat vol met aperte fouten; ik zal niet op alle slakken zout leggen, maar hier dient toch wel iets rechtgezet te worden: Karl May speelde vóór zijn opleiding in Waldenburg voor kegeljongen, en niet erna!
[3]May nam horloge en pijp mee op 24 december; was hij nou zo slim om al in december een cadeautje voor de verjaardag van zijn vader (op 18 september!) mee te nemen, of was de verslaggever van Het Binnenhof nou zo dom?
Onnodig om te zeggen dat de verslaggever er ook wat betreft de lengte van Mays straf „slechts” drie jaar en zesenveertig weken naast zat...
[4]Ik had beloofd om niet op elke inhoudelijke fout in te gaan en was serieus van plan om mij aan die belofte te houden, maar dit gaat te ver: iemand die zo iets schrijft, heeft echt he-le-maal niets van de boeken van Karl May begrepen!!!



Terug naar de Nederlandstalige bibliografie.

Terug naar de startpagina.