Een Schrijver voor de Jeugd

anoniem 1


De bekende kinderschrijver Karl May, wiens boeken zoovelen onzer in hun jeugd verslonden hebben en nu nog door onze kinderen verslonden worden is voor de rechtbank geweest. Hij kwam er niet als beklaagde, maar als beschuldiger; men had hem n.l. belasterd.
De beklaagde had in een brief aan een dame Karl May een geboren misdadiger genoemd. May had dit vernomen en zijn beleediger voor den rechter gesleept.
De schuldige ontkende zijn daad niet. Maar zijn verdediger meende, dat Mayís levensgeschiedenis als verzachtende omstandigheid voor zijn cliŽnt kon gelden. Daarvan gaf hij het volgend relaas:
Op de kweekschool voor onderwijzers had May al gestolen. Toen hij als nieuwbakken onderwijzer met het Kerstfeest thuis kwam, bracht hij voor zijn vader een horloge en een meerschuimen pijp mee. Het bleek dat hij die bij zijn kostbaas ontvreemd had, en hij ging er zes weken de gevangenis voor in. Nauwelijks uit de gevangenis ontslagen, pleegde hij een inbraak in een horlogewinkel. Weer werd hij gesnapt, en nu kreeg hij vier jaar kerkerstraf, met volgende plaatsing in een werkinrichting.
Toen hij in 1869 vrij kwam, stal hij opnieuw. De politie verspreidde zijn signalement. Hij vluchtte naar de bosschen bij Hohenstein in het Ertsgebergte; daar trof hij een vroegeren schoolkameraad aan; deze was als soldaat met 100 taler uit de compagnieskas gedeserteerd. De oude vrienden klaagden elkaar hun nood; zij zwoeren elkaar eeuwige vriendschap, en besloten met eenige andere kennissen die van helen leefden, een rooverbende te stichten. Voor de bende en ook tegenover de wereld was May de onbetwiste aanvoerder. De hoofdschuilplaats van de bende, die nooit ontdekt is, vormde een met mos en gestolen goed bewoonbaar gemaakt hol in het Waldenburgsche woud. Dagelijks beging de bende misdrijven.
Zij beroofde de vrouwen, die naar de markt gingen, zij pleegde diefstal, inbraak, oplichting. Toen ten slotte door hun geroof de markten in de naburige steden slecht bezocht werden, vroegen de steden Hohenstein en Ernstthal om militaire hulp bij de regeering. Aan de jacht op May namen ook de brandweer van Hohenstein en de gymnastiekvereniging van Ernstthal deel. Maar de aanvoerders werden niet gevonden. Zij hadden zich door de volgende list gered: Onder de gestolen waren die in het roovershol opgehoopt lagen was ook een uniform van een Saksischen gevangenisopzichter. Deze trok May aan. Zijn vriend boeide hij de handen op den rug en zoo kwamen zij door de militaire afzetting heen. Bij een andere klopjacht ontkwamen de beide roovers door op het oogenblik waarop twee gendarmen de herberg, waarin zij zaten, binnentraden, uit het raam te springen en op de paarden van de politiebeambten er vandoor te gaan.
May had zoo een plezier in zijn rol van rooverhoofdman dat hij vaak uit grootspraak zijn vrijheid in gevaar bracht. Jarenlang wisten de roovers, die iederen dag anders gekleed gingen, aan de gerechtigheid te ontsnappen. Maar eindelijk werd de Duitsche grond hun te warm. Zij namen de vlucht naar Milaan. May werd hier ziek, en daar hij in koorts teveel sprak, durfde zijn vriend niet meer bij hem blijven en kwam in Duitschland terug.
Eindelijk werden zij gepakt. Vier jaar tuchthuis viel hun ten deel. Toen May in 1874 weer vrij kwam, kreeg hij het denkbeeld zijn herinneringen in colportageromans neer te schrijven. Het ging niet goed daarmee, en daarom probeerde hij het tegelijkertijd met stichtelijke verhalen (waarvoor hij van protestant katholiek werd) en zedelijke roovergeschiedenissen. De verdediger meende dat deze feiten invloed moesten hebben op het vonnis dat over zijn cliŽnt geveld zou worden.
Mat ontkende dat hij rooverhoofdman geweest was, en ook dat hij een horloge en meerschuimen pijp gestolen had. Gestraft was hij wel, maar van welken aard die straffen geweest waren, wilde hij niet zeggen.
Gevraagd of dit alles waar was wilde May zich daarover niet uitlaten. Hij was een christen zei hij. Zooals men weet doet hij zich zelfs in sommige boeken voor als een katholiek, maar het bleek ter terechtzitting dat hij zich wettelijk heeft laten scheiden van zijn vrouw. De vele katholieke bladen die hem soms zoo hoog hebben geprezen, wisten dat gewis niet.
De verdediger zei toen, dat de beklaagde May niet wilde brandmerken. Hij wou slechts vaststellen, wat voor een man May was, die een zoo geweldigen invloed op de jeugd had geoefend. Dat hij het gehalte van diens werk, laakte ging de eer van schrijver te na. Hij had „uit innerlijke overtuiging en geloof aan God” zijn boeken geschreven.
Het lage gehalte van May’s werk werd echter overtuigend bewezen. Oorspronkelijk had hij slechts onzedelijke verhalen geschreven, en eerst later was hij tot de stichtelijke letterkunde overgegaan omdat deze meer opbracht.
De rechtbank stelde den beklaagde in het gelijk. Hij had de beleediging met goede bedoelingen gepleegd, en het werd als bewezen beschouwd, dat May een zeer bedenkelijken levensloop echter den rug had. Dus volgde vrijspraak.
Het avontuurlijke verbaal van May’s rooversleven lijkt den correspondent der N. R. Ct. waaraan wij het bovenstaande ontleenden, niet geheel geloofwaardig. De beleediger had het van de gescheiden vrouw van den schrijver. Misschien heeft hij tegenover haar met ware dichtersfantazie opgesneden, en misschien ook heeft zij er zelf het een en ander bijgemaakt. Het lijkt b. v. niet onverdacht, dat May naar Milaan gevlucht zou zijn, terwijl tevens vastgesteld werd dat hij, die over alle landen op aarde geschreven heeft, nooit over de duitsche grenzen geweest is! Ook zou vier jaar tuchthuisstraf voor iemand van zijn verdiensten geen overdreven strenge straf geweest zijn.
Maar hoe het ook zij, het proces heeft May op een wijze doen kennen, die wel een grootere bekendheid waard leek.


[1]In: Bataviaasch Nieuwsblad, 11/05/1910.
De tekst lijkt zeer sterk op die uit Het Centrum d.d. 14/04/1910 (terwijl ook melding wordt gemaakt van een soortgelijk artikel in de N. R. Ct.), maar de schrijver van het artikel in het Bataviaasch Nieuwsblad geeft er blijk van dat hij iets dieper en dus objectiever over de rechtszaak heeft nagedacht.



Terug naar de Nederlandstalige bibliografie.

Terug naar de startpagina.